Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Scalable Capital laat ChatGPT orders plaatsen. Wat de ESMA-briefing van 26 februari 2026 zegt over de bevestigingsknop en MiFID II.

Op 1 augustus 2012 zette Knight Capital om half tien 's ochtends een nieuwe versie van zijn orderrouteringssoftware in productie. Op één van de acht servers stond oude code nog aan. In ongeveer drie kwartier kocht en verkocht het systeem voor miljarden aan aandelen en verloor het bedrijf circa 460 miljoen dollar; de SEC schikte de zaak in oktober 2013 voor twaalf miljoen dollar wegens overtreding van de Market Access Rule. Het incident laat zien wat er misgaat wanneer niemand precies weet welk systeem welke orderparameter invult. Europa legde zijn eigen regime voor algoritmische handel vast in MiFID II (2014) en werkte het uit in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/589, in de praktijk RTS 6 genoemd. Die regels zijn geschreven met machines voor ogen die sneller handelen dan een mens kan kijken. Deze week werden ze relevant voor iets wat traag is, in gewone taal praat en aan de keukentafel wordt bediend.

Macro-opname van een geopende messing buizenpostcapsule op een donker houten balie, onder de open klep van een messing ontvangbuis aan de wand; uit de capsule steekt een opgerold, blanco botergeel papieren strookje.

Op 25 augustus 2026 kondigde Scalable Capital in München aan dat het als eerste bank in Europa zijn platform openstelt voor de grote AI-assistenten. Klanten van de neobroker — meer dan een miljoen, met ruim zestig miljard euro aan belegd vermogen — kunnen sinds die dag in hun profielinstellingen Agentic Investing aanzetten en hun rekening koppelen aan ChatGPT, Claude of Grok. De juridische vraag die daarmee op tafel ligt, is oud en scherp tegelijk: wie heeft de order ingevuld?


Wat Scalable Capital op 25 augustus 2026 aankondigde, en wat een klant precies aanzet

De functie is vanaf dag één compleet. Volgens het persbericht van Scalable Capital kan de gekoppelde assistent handelen, spaarplannen instellen, watchlists beheren en koersalerts zetten, met gratis realtimekoersen, historische koersdata en nieuws erbij. Twee van de voorbeelden die de bank zelf geeft, laten de reikwijdte zien: een berekening van de maandelijkse inleg die nodig is om in tien jaar 25.000 euro te bereiken bij zeven procent rendement, met de bijbehorende spaarplanorder er meteen bij voorbereid, en het aanpassen van een lopende limietorder op Siemens naar vijf procent onder de actuele laatkoers. Oprichter en co-CEO Erik Podzuweit noemt het de grootste technologische verschuiving in de financiële techniek sinds internetbankieren.

De architectuur is even eenvoudig als juridisch beladen. Scalable draait een server volgens het Model Context Protocol op de eigen infrastructuur; het taalmodel draait bij OpenAI, Anthropic of xAI, en de twee praten over JSON-RPC. De assistent krijgt een set gestandaardiseerde functies die op de brokerage-API van Scalable uitkomen. De bank leunt in haar voorwaarden op één ontwerpkeuze: elke transactie vereist een expliciete bevestiging van de klant, en de wettelijke informatie vooraf — de ex-antekosteninformatie en het essentiële-informatiedocument — wordt automatisch aangeboden met een referentie die apart moet worden bevestigd.


Waarom ESMA in briefing ESMA74-1505669079-10311 de bevestigingsknop niet als uitweg accepteert

Zes maanden eerder had ESMA die redenering al beoordeeld. Op 26 februari 2026 publiceerde de Europese toezichthouder een supervisory briefing over algoritmische handel (referentie ESMA74-1505669079-10311), bedoeld om het toezicht van de nationale autoriteiten gelijk te trekken op punten waar de praktijk uiteenliep: pre-trade controls, governance, testkaders en uitbesteding.

Punt 8 van de briefing herhaalt de definitie uit artikel 4, lid 1, onder 39, van MiFID II: algoritmische handel is handel waarbij een computeralgoritme automatisch individuele parameters van orders bepaalt. Elke betrokkenheid van een algoritme die verder gaat dan het louter routeren van een order naar een handelsplatform of de afwikkeling achteraf, valt daaronder. Punt 10 somt de parameters op: of de order wordt geïnitieerd, het tijdstip, de prijs, de hoeveelheid, en het beheer van de order na inleg. Punt 13 gaat rechtstreeks over het argument van Scalable. ESMA schrijft dat veel ondernemingen menselijke tussenkomst inbouwen — een handelaar die elke order vooraf moet autoriseren — en daarom stellen dat zij geen algoritmische handel bedrijven. Die tussenkomst, aldus de toezichthouder, doet niets af aan het feit dat een computeralgoritme individuele parameters van de order heeft bepaald. Alleen wanneer de mens alle individuele handelsparameters zelf vaststelt, valt het systeem buiten de definitie.

Voor de vraag of Agentic Investing algoritmische handel is, gaat het dus niet om de bevestigingsknop maar om de prompt ervoor. „Verkoop tien aandelen Siemens tegen marktprijs” laat de klant alle parameters bepalen. „Pas de limiet op mijn Siemens-order aan naar vijf procent onder de actuele laatkoers” laat het model de prijs uitrekenen. „Bereid een spaarplan voor waarmee ik in tien jaar 25.000 euro haal” laat het model de hoeveelheid bepalen. De laatste twee staan in het persbericht van de bank als voorbeeld.


Welke twee artikelen van RTS 6 ESMA aanwijst: artikel 9 over de jaarlijkse zelfevaluatie en artikel 2 over uitlegbaarheid

Valt een systeem onder de definitie, dan geldt het organisatorische regime van RTS 6. Punt 48 van de briefing stelt vast dat MiFID II noch RTS 6 AI met zoveel woorden noemt, en wijst twee bepalingen aan waarmee een onderneming het gebruik en de beheersing van AI kan aantonen. Punt 49 gaat over artikel 9: de onderneming voert jaarlijks een zelfevaluatie en validatie uit en brengt daarover een validatierapport uit, dat de handelssystemen en -algoritmen, het governance- en goedkeuringskader, de bedrijfscontinuïteit en de naleving van artikel 17 MiFID II omvat. Toezichthouders moeten beoordelen hoe ondernemingen het gebruik van AI in die zelfevaluatie meewegen. Punt 51 voegt eraan toe dat de zelfevaluatie artikelsgewijs wordt opgesteld en per artikel aangeeft of de onderneming zichzelf compliant acht.

Punt 50 gaat over artikel 2 en is het interessantere van de twee. Compliancemedewerkers moeten ten minste een algemeen begrip hebben van de werking van de handelssystemen en -algoritmen en doorlopend contact onderhouden met de mensen binnen de onderneming die de technische kennis hebben. ESMA trekt daaruit twee conclusies: de systemen en algoritmen moeten uitlegbaar zijn, en het is de verantwoordelijkheid van de onderneming zelf om afdoende te kunnen uitleggen hoe AI de besluitvorming van haar algoritmen beïnvloedt. Een model waarvan de gewichten en de systeemprompt bij een derde staan, maakt dat een lastige verplichting. Punt 47 benoemt het bijbehorende risico: een reeks kleine herkalibraties die onopgemerkt optellen tot een materiële verandering in de modeluitvoer, zonder dat die verandering ooit is getest.


Wat de punten 33 tot en met 37 zeggen over ketens, en welke feitelijke vraag eerst moet worden beantwoord

Hier ligt de kwalificatievraag die Scalable in haar voorwaarden opwerpt. De bank schrijft dat de externe AI-applicaties zelfstandig en buiten haar controle opereren, en biedt daarnaast een lokaal installeerbare CLI voor wie het model op het eigen apparaat wil draaien. Dat roept de vraag op of het model gereedschap van de klant is dan wel ingekochte of uitbestede software van de bank. De briefing behandelt dat onderscheid uitdrukkelijk. Punt 34 ziet op algoritmen of uitvoeringsinstrumenten die de onderneming zelf inkoopt of uitbesteedt: dan blijft zij volledig en als enige verantwoordelijk voor naleving van MiFID II en RTS 6. Punt 36 ziet op een algoritme dat door een andere marktdeelnemer wordt bediend en de order initieert: de entiteit die de orders uitvoert, wordt geacht algoritmische handel te bedrijven en draagt de verantwoordelijkheid voor naleving van RTS 6. Welke van beide op Agentic Investing past, hangt af van een feitelijke vraag die uit de openbare stukken niet is te beantwoorden: wie bedient en contracteert het model. Draait het bij een aanbieder met wie de bank zelf een overeenkomst heeft, dan ligt punt 34 voor de hand; wordt het door de klant gekozen en bediend, dan komt punt 36 in beeld, mits die klant als marktdeelnemer een order initieert. De lokaal installeerbare CLI maakt een derde lezing denkbaar waarin het model gereedschap van de klant blijft.

Punt 37 sluit de laatste uitweg. Regulatoire verantwoordelijkheid kan niet worden overgedragen, en wanneer slechts één van de partijen een beleggingsonderneming in de zin van MiFID II is, rust de naleving op die partij. ESMA geeft daarbij zelf het voorbeeld van een algoritme dat wordt geleverd door een entiteit uit een derde land die niet als beleggingsonderneming in de Unie is vergund — dan blijft de in de Unie gevestigde beleggingsonderneming als enige verantwoordelijk. Zodra een van de configuraties van de punten 34 of 36 zich voordoet, verschuift de vraag wie het dossier moet kunnen tonen dus niet mee met de vestigingsplaats van het model. Voor het geval dat het om ingekochte of uitbestede software gaat, staat in de punten 41 en 42 wat de onderneming moet regelen: de onderneming moet doorlopend zicht en toegang houden op het functioneren van algoritmen van derden, inclusief data, testdocumentatie en vastleggingen, en moet de onvoorwaardelijke bevoegdheid hebben om de handel te monitoren, op te schorten of te beëindigen zonder afhankelijk te zijn van de medewerking van die derde. Punt 35 vertaalt dat naar het contract: de contractuele afspraken moeten voldoende toegang tot informatie geven om naleving tegenover de toezichthouder aan te tonen. Dezelfde stilte in de contractketen beschreven wij eerder bij exportcontrole, toen bleek dat de verplichting de API bereikte en het contract zweeg.


Waarom de AI-verordening hier binnenkomt via artikel 50 en niet via de hoogrisicolijst

De briefing is op dit punt nauwkeuriger dan veel commentaar erop. ESMA stelt in punt 46 vast dat AI-gedreven algoritmische handel op dit moment buiten het toepassingsgebied van de hoogrisicocategorie van de AI-verordening valt, met de aantekening dat de lijst van hoogrisicotoepassingen jaarlijks wordt herzien. Wat overblijft, is de categorie beperkt risico: wanneer het AI-systeem bedoeld is om rechtstreeks met natuurlijke personen te communiceren, gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 van Verordening (EU) 2024/1689. Die verplichtingen zijn per rol verdeeld. Lid 1 legt de plicht om de gebruiker te laten weten dat hij met een AI-systeem communiceert bij de aanbieder van het systeem, met een uitzondering voor gevallen waarin dat voor een normaal oplettende persoon al duidelijk is. De verplichtingen die op de gebruiksverantwoordelijke rusten, staan in andere leden en betreffen andere situaties. Een beleggingsassistent die in gewone taal met een particuliere klant praat, valt in die categorie beperkt risico.

Artikel 74, lid 6, van de AI-verordening wijst voor AI-systemen met een hoog risico die door financiële instellingen in gebruik worden gesteld de nationale financieel toezichthouder aan als markttoezichtautoriteit. Die schakel gaat hier dus niet aan. De twee routes blijven gescheiden, en het zwaarste deel van de last komt uit financieel toezichtrecht dat al tien jaar bestaat. Wie ze op één tijdlijn legt, ziet hetzelfde patroon dat wij bij de gefaseerde toepassing van de AI-verordening beschreven: dezelfde software krijgt een andere datum, afhankelijk van de route waarlangs zij wordt gekwalificeerd.


Waarom BaFin en niet de AFM over de organisatorische verplichtingen gaat

Scalable Capital Bank GmbH is een Duitse bank, met BaFin en de Deutsche Bundesbank als toezichthouders in de lidstaat van herkomst. Nederlandse klanten worden bediend via het Europese paspoort. Die verdeling is voor dit onderwerp bepalend: de organisatorische verplichtingen van artikel 17 MiFID II en RTS 6 — governance, testkaders, pre-trade controls, de jaarlijkse zelfevaluatie — vallen onder het toezicht van de lidstaat van herkomst. Scalable bedient Nederlandse klanten grensoverschrijdend, zonder bijkantoor in Nederland. Artikel 34 MiFID II legt het toezicht in die situatie in beginsel bij de lidstaat van herkomst — het beginsel van home country control. BaFin is daarmee de primaire toezichthouder, ook op de gedragsregels. De rol van de AFM is navenant beperkt: informatie-uitwisseling en samenwerking met BaFin, en een eigen bevoegdheid om in te grijpen wanneer een onderneming de belangen van Nederlandse beleggers schaadt of de ordelijke werking van de markt in gevaar brengt. Een Nederlandse rekeninghouder maakt de AFM dus niet bevoegd voor de organisatorische verplichtingen van deze bank. Dat is precies waarvoor de briefing bestaat: zij is uitdrukkelijk niet bindend en dient ertoe het toezicht van de nationale autoriteiten gelijk te trekken, zodat een Duitse en een Nederlandse toezichthouder dezelfde vragen stellen.

Voor de belegger aan de keukentafel zit het verschil in het dossier. Kwalificeert de dienst als algoritmische handel, dan bestaan er testdossiers, pre-trade controls, een artikelsgewijze zelfevaluatie en een validatierapport dat door de risicobeheerfunctie is opgesteld en door de directie is goedgekeurd. Ontbreekt die kwalificatie, dan verdwijnen de waarborgen niet: punt 54 stelt vast dat ondernemingen die geen algoritmische handel bedrijven niet rechtstreeks onder RTS 6 vallen, maar wel mechanismen moeten hebben die foutieve orders tegenhouden — koersbandbreedtes, fat-fingercontroles, maximale ordergroottes, dekkingscontroles — en punt 55 verankert dat in de organisatorische eisen van artikel 16 MiFID II. Het verschil zit in de mate waarin de onderneming achteraf kan tonen welk systeem welke parameter heeft ingevuld, en in de vraag of de prompt zelf bewaard blijft. RTS 6-kwalificatie bewijst dat laatste niet vanzelf. Het is dezelfde bewijsvraag die wij eerder stelden toen na zeventienduizend machinehandelingen het juridische incidentdossier begon: de verdeling van de schade volgt de kwaliteit van de vastlegging.


Vijf vragen aan de eigen orderketen voordat een assistent een parameter invult

  1. Welke parameter bepaalt het model? Loop de functies van de MCP-server langs — initiatie, tijdstip, prijs, hoeveelheid, beheer na inleg — en noteer per functie of de klant de waarde aanlevert of het model die berekent. Punt 10 van de briefing is daarvoor de checklist.
  2. Wat gebeurt er bij een modelwijziging? Punt 47 vraagt om beheersing van opgetelde herkalibraties. Bestaat er een testomgeving waarin een nieuwe modelversie tegen de eigen orderfuncties wordt gedraaid voordat klanten hem gebruiken?
  3. Kan de dienst eenzijdig worden stilgelegd? Punten 41 en 42 verlangen de bevoegdheid om te monitoren, op te schorten en te beëindigen zonder medewerking van de derde partij, en punt 35 verlangt contractuele toegang tot informatie waarmee naleving tegenover de toezichthouder valt aan te tonen. Staat die bevoegdheid ook in de afspraken met de modelaanbieder, of alleen in de eigen infrastructuur?
  4. Waar staat de vastlegging van de prompt? Bij een geschil is de instructie het bewijsstuk. Wordt de prompt bewaard, bij wie, hoe lang, en is hij opvraagbaar voor de klant en voor de toezichthouder?
  5. Welke transparantie is de klant getoond? Artikel 50 van de AI-verordening richt zich op de interactie met de natuurlijke persoon. Blijkt uit de vastlegging dat de klant is geïnformeerd dat hij met een AI-systeem communiceerde toen hij de order bevestigde?

Voor beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders en fintechpartijen die een assistent aan hun orderketen willen koppelen, is dit precies het soort vraag dat zich in een afgebakend dossier laat beantwoorden. Onze contractscan leest de uitbestedings-, informatie- en aansprakelijkheidsclausules in modelovereenkomsten en API-voorwaarden en levert een clausule- en gapanalyse als vast omschreven rapport, met de aangetroffen en de ontbrekende bepalingen naast elkaar. Een volledige toets aan RTS 6 is een afzonderlijke, specialistische beoordeling.

Bronnen: Scalable Capital, „Scalable Capital becomes first bank in Europe to open platform to AI assistants via Agentic Investing”, München, 25 augustus 2026; ESMA, Supervisory Briefing on Algorithmic Trading in the EU, ESMA74-1505669079-10311, 26 februari 2026, punten 8-14, 33-37 en 41-55; Richtlijn 2014/65/EU (MiFID II), artikel 4, lid 1, onder 39, artikel 16 en artikel 17; Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/589 (RTS 6), artikelen 2 en 9; Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikelen 3, 6, 7, 50 en 74; SEC, „SEC Charges Knight Capital With Violations of Market Access Rule”, 16 oktober 2013, en de bijbehorende administratieve beschikking 34-70694 voor de serverconfiguratie en het verloop van de ochtend. Stand van zaken: 27 augustus 2026.