Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Harvard–Smithsonian's NASA Astrophysics Data System Indexes the Quantum Nexus Article by Mauritz Kop

Which record Harvard–Smithsonian created for the Nexus Article, and what a bibcode changes

The NASA Astrophysics Data System, run by the Center for Astrophysics | Harvard & Smithsonian under a NASA grant, now holds a permanent record for the book-length article The Nexus of Quantum Technology, Intellectual Property, and National Security: Deterrence by Denial for Democratic Resilience: An LSI Test for Securing the Quantum Industrial Commons, written by Mauritz Kop (Founder of the Stanford Center for Responsible Quantum Technology). The article examines how democratic nations can protect critical quantum infrastructure through a middle path between total closure and open laissez-faire. The record carries the bibcode 2026arXiv260215051K, reproduces the full abstract, names Kop as sole author, dates the work to February 2026, and files the Article under Physics and Society, History and Philosophy of Physics, and Quantum Physics. The document type is recorded as an eprint, the accurate description of a work posted as a preprint on 11 February 2026.

Why a physics catalogue matters for an Article about export controls, and what Kop advises the Pentagon on

Quantum governance scholarship is written by legal and policy scholars and read by physicists, engineers and procurement officers, who search from the other side of the divide. The LSI test — least-trade-restrictive, security-sufficient, innovation-preserving — was built to be applied by the people who draft export-control lists and standards documents, and the Article's claim that the United States and its allies should pursue security-sufficient openness now surfaces in the same results as the technical literature on the capabilities it governs. The index already held nine other works by the same author, among them Nature Physics, Science, Quantum Science and Technology, EPJ Quantum Technology and Physics World. Since August 2026 Kop has served as Quantum Strategy Advisor to the Pentagon, the Office of the Secretary of Defense for Policy, invited to advise on Quantum First across dual-use technology, industrial policy, national and economic security, governance and grand strategy. The role is advisory, carries no employment relationship, and implies no institutional endorsement. The paradigms it carries forward are the Stanford RQT ones: the Ten Principles, the War on the Rocks migration discipline, and the LSI test itself.

Meer lezen
Scalable Capital laat ChatGPT orders plaatsen. Wat de ESMA-briefing van 26 februari 2026 zegt over de bevestigingsknop en MiFID II.

Scalable Capital kondigde op 25 augustus 2026 in München aan dat het als eerste bank in Europa zijn platform openstelt voor ChatGPT, Claude en Grok. Klanten van de neobroker — ruim een miljoen, met meer dan zestig miljard euro aan belegd vermogen — koppelen hun rekening via het Model Context Protocol aan een assistent, die vervolgens kan handelen, spaarplannen instellen, watchlists beheren en koersalerts zetten. De bank leunt in haar voorwaarden op één ontwerpkeuze: elke transactie vereist een expliciete bevestiging van de klant, en de externe AI-applicaties opereren volgens die voorwaarden buiten haar controle.

ESMA beoordeelde de bevestigingsknop al in februari

Zes maanden eerder publiceerde ESMA een supervisory briefing over algoritmische handel onder MiFID II, referentie ESMA74-1505669079-10311, gedateerd 26 februari 2026. Punt 13 van dat document gaat rechtstreeks over het argument dat menselijke tussenkomst de kwalificatie wegneemt. Veel ondernemingen bouwen zo'n tussenkomst in en stellen daarom dat zij geen algoritmische handel bedrijven; die tussenkomst, schrijft de toezichthouder, doet niets af aan het feit dat een computeralgoritme individuele parameters van de order heeft bepaald. Alleen wanneer de mens alle handelsparameters zelf vaststelt, valt het systeem buiten de definitie van artikel 4, lid 1, onder 39, van MiFID II. De vraag verschuift daarmee van de bevestiging naar de prompt ervoor: wie rekent de limietprijs uit, en wie bepaalt de omvang van de inleg?

Ketens, uitlegbaarheid en de jaarlijkse zelfevaluatie

De briefing behandelt in de punten 33 tot en met 37 de vraag hoe de verantwoordelijkheid wordt verdeeld wanneer algoritmen door derden worden geleverd of bediend, met een uitdrukkelijke passage over aanbieders uit derde landen die in de Unie geen vergunning als beleggingsonderneming hebben. Voor de organisatorische kant wijst ESMA in punt 48 twee bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/589 aan: artikel 9 over de jaarlijkse zelfevaluatie met een validatierapport, en artikel 2 over de kennis van compliancemedewerkers, waaruit de toezichthouder afleidt dat de algoritmen uitlegbaar moeten zijn en dat de onderneming zelf moet kunnen uitleggen hoe AI de besluitvorming beïnvloedt.

Wat het artikel uitwerkt

Het stuk zet de tijdlijn en de bepalingen naast elkaar en behandelt vier vragen die daaruit volgen. Waar loopt de grens tussen een prompt waarin de klant alle parameters aanlevert en een prompt waarin het model er een berekent? Hoe verhoudt de organisatorische verantwoordelijkheid in de lidstaat van herkomst zich tot het gedragstoezicht in de lidstaat van ontvangst, nu Scalable Capital Bank GmbH een Duitse bank is die Nederlandse klanten via het Europese paspoort bedient? Waarom komt de AI-verordening hier binnen via de transparantiebepaling van artikel 50 en niet via de hoogrisicolijst, en wat betekent dat voor artikel 74, lid 6? En welke dossier-, order- en controleplichten gelden er feitelijk in beide kwalificaties, zodat zichtbaar wordt wat een belegger na een verlies daadwerkelijk in handen heeft. Het artikel sluit af met vijf concrete vragen aan de eigen orderketen, elk opgehangen aan een genummerd punt van de briefing.

Meer lezen
A FAR Rule Due in December Will Put Post-Quantum Cryptography Into US Federal Contracts. Mauritz Kop Named That Route in 2025.

What Mauritz Kop wrote on 6 November 2025, and what GSA announced on 24 August 2026

On August 24, 2026 the General Services Administration described a laboratory that evaluates whether badge readers and employee credentials can survive a quantum-capable adversary, and an approved products list that federal buyers work from in the covered category. Driving this through purchasing rather than through a statute was set out in print nine months earlier, with the agency named: on November 6, 2025 Mauritz Kop, founder of the Stanford Center for Responsible Quantum Technology, published "A Bletchley Park for the Quantum Age" in War on the Rocks, asking that the General Services Administration, OMB and agency chief acquisition officers condition federal purchases on validated cryptographic modules, and that deployed systems be tested rather than vendor claims accepted. Ten months on, the machinery those propositions call for is being assembled by that agency, and the alignment is worth stating exactly: no post-quantum purchasing condition is in force yet, and GSA says the laboratory is starting to incorporate quantum-resistant algorithms. What exists is the route through which such a condition would travel.

Which American rules carry the obligation, and why Europe arrives through NIS2 instead

FAR 4.1302 directs agencies acquiring personal identity verification products to approved products, while permitting acquisition outside the named GSA process where compliance is independently ensured. OMB Memorandum M-26-15 supplies the schedule, with migration plans due on October 22, 2026 and access control systems built on asymmetric cryptography named among the systems agencies should include. Executive Order 14412 directs NIST to accelerate module validation, a route legally distinct from the FIPS 201 programme GSA runs, and its section 6(c) requires the FAR Council to propose a contracting rule tying covered contractors to post-quantum standards by December 31, 2030. Europe arrives differently. Article 21 of NIS2 requires policies on cryptography and, where appropriate, encryption, without naming post-quantum cryptography or fixing a migration date, and the Cyber Resilience Act works on products with reporting duties from September 11, 2026 and its main obligations from December 11, 2027. A centralized federal approval route can convert a test result into a category-wide condition. Distributed European procurement and horizontal regulation produce a slower and broader effect that reaches operators no purchasing rule touches.

Meer lezen
Mauritz Kop
Het anagram van Huygens en de aanval die niemand publiceert

Christiaan Huygens legde in 1656 een reeks losse letters vast achterin een geschrift over Saturnus. Wie de reeks las wist niets; wie drie jaar later de oplossing zag in Systema Saturnium, wist dat Huygens de ring al die tijd had gekend. Die zeventiende-eeuwse gewoonte kreeg in augustus 2026 een juridische keerzijde. In PRX Quantum verscheen op 21 augustus „Securing Elliptic Curve Cryptocurrencies against Quantum Vulnerabilities” van Babbush, Gidney, Boneh en anderen, met een middelenschatting voor een quantumaanval op secp256k1 in de orde van 1.200 logische qubits. De geoptimaliseerde circuits bleven achtergehouden onder responsible disclosure, en de gestelde bovengrens werd vastgelegd in een zero-knowledge-bewijs. Er ligt sindsdien een gecontroleerde bewering op tafel waarvan vrijwel niemand de onderbouwing heeft gezien.

Het bewijs hield, de bewijsmachine niet

Dat die constructie zorgvuldige formulering verdient, bleek al eerder. Trail of Bits publiceerde op 17 april 2026 een vervalst bewijs met betere cijfers dan Google zelf — geen quantumdoorbraak, maar geheugen- en logicafouten in het Rust-gastprogramma dat de te bewijzen berekening definieert. De verifier accepteerde vervolgens correct een geldig bewijs onder die gebrekkige relatie, niet te onderscheiden van een echt bewijs; Google repareerde de code en de wetenschappelijke claim bleef staan. Vier lagen vallen in het spraakgebruik samen en gedragen zich juridisch verschillend: de eigenschappen van het bewijssysteem, de omschrijving van de relatie die feitelijk wordt bewezen, de reikwijdte van de bewering zoals de lezer haar begrijpt, en de betrouwbaarheid van wie het bewijs aanlevert.

Drie vormen van beperkte inzage

Nederlandse juristen kennen een verwante figuur. Artikel 8:29 Awb kent de beperkte kennisneming: de bestuursrechter mag stukken zien die de wederpartij niet krijgt, mits de beperking gerechtvaardigd is en de andere partijen toestemming geven voor een uitspraak mede op grond daarvan. Daarnaast staat artikel 78 van de AI-verordening, waarin een toezichthouder de informatie juist wél krijgt en gebonden is aan geheimhouding, terwijl artikel 92 de Commissie eigen evaluatiebevoegdheid en toegang geeft. Het zero-knowledge-geval is de derde vorm: de indienende partij houdt het materiaal zelf, en de controlerende partij krijgt het nooit te zien. Die drie door elkaar halen levert onjuiste verwachtingen op over wat een toezichthouder mag vragen en wat een leverancier mag aanbieden.

Zes vragen voor de praktijk

Voor inkoop, contractsbeoordeling en compliance levert dat een concreet toetsingskader op: wat is letterlijk bewezen, wie formuleerde die bewering, welk verificatieprogramma controleert haar en wie onderhoudt dat, kan een derde de controle herhalen, welke aansprakelijkheid en meldtermijn gelden bij falen, en — de vraag die het vaakst ontbreekt — wanneer vervalt de geheimhouding. De anagramtraditie werkte omdat zij eindig was. Een leveranciersverklaring die op een ongepubliceerd resultaat steunt, hoort daarom een datum te bevatten waarop de onderliggende analyse alsnog toetsbaar wordt, met een rechtsgevolg wanneer die datum ongebruikt verstrijkt.

Meer lezen
Vierentwintig uur voor de melding, twee jaar voor het bestuur

Sinds 15 augustus 2026 geldt de Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse omzetting van de NIS2-richtlijn. De wet staat in Staatsblad 2026, 187 en het bijbehorende Cyberbeveiligingsbesluit in Staatsblad 2026, 189, beide van 8 juli 2026 en gepubliceerd op 10 juli; artikel 35 van het besluit laat wet en besluit op één datum in werking treden. Geen fasering, geen uitgestelde hoofdstukken. Voor ruim achtduizend organisaties gelden sindsdien registratieplicht, zorgplicht en meldplicht tegelijk, en zijn die verplichtingen vanaf diezelfde dag handhaafbaar.

Drie termijnen aan de voorkant

De meldplicht loopt in stappen: een vroegtijdige waarschuwing onverwijld en uiterlijk binnen vierentwintig uur, de melding zelf binnen 72 uur, en het eindverslag uiterlijk één maand daarna — met een voortgangsverslag en een later eindverslag wanneer het incident langer duurt. Melden gebeurt via het meldpunt dat het NCSC voor dit doel inricht. De zwaarste juridische beoordeling valt daarmee op het vroegste moment, want binnen een etmaal moet iemand vaststellen of een verstoring een significant incident is. De maatstaf daarvoor staat in artikel 25, tweede lid, van de wet; artikel 23 van het besluit maakt aanvullende of specifieke drempels mogelijk, die voor een deel van de entiteiten al via sectorale regelingen en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690 zijn ingevuld. Dat pleit ervoor de interne drempel vast te leggen en te koppelen aan een functie die 's nachts bereikbaar is.

Het toezicht was op tijd

Wie handhaaft, is geen open vraag. Artikel 15 van de wet wijst de bevoegde autoriteit per sector rechtstreeks aan, van Binnenlandse Zaken voor de overheid tot Volksgezondheid voor de zorg, en artikel 68 laat de betrokken minister de ambtenaren aanwijzen die het toezicht uitvoeren. Die aanwijzingen verschenen in juli 2026 in de Staatscourant: de Inspectie Leefomgeving en Transport voor onder meer vervoer, drinkwater en afvalwater, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur voor haar eigen domein. Het handhavingsapparaat stond er dus voordat de eerste meldplicht ontstond.

Meldtermijn van een etmaal, scholingstermijn van twee jaar

Artikel 24 van de wet verplicht bestuurders tot scholing waarmee zij beveiligingsrisico's herkennen en beheersmaatregelen en gevolgen beoordelen, met een termijn van maximaal twee jaar; het besluit werkt de scholings- en certificaateisen uit. Dat legt de asymmetrie bloot die deze eerste maanden kenmerkt: de meldplicht werkt vanaf de eerste dag, terwijl het bestuurlijke oordeel over risico's en maatregelen twee jaar mag rijpen. Die termijn verzacht de zorgplicht niet, en dat maakt de vastlegging van bestuursbesluiten nu belangrijker dan gebruikelijk. Deze analyse zet de rechtsgevolgenkalender op een rij, laat zien waar de zorgplicht en de AI-verordening op dezelfde leveranciersketen landen — waarover wij eerder schreven in Het register komt voor de plicht — en sluit af met vier vragen die deze maand een antwoord op papier verdienen.

Meer lezen
Exportcontrole bereikt de API, en het contract zwijgt

Op 12 juni 2026 gaf het Amerikaanse Bureau of Industry and Security Anthropic de aanwijzing twee modellen ontoegankelijk te maken voor buitenlandse onderdanen. Omdat nationaliteit niet in real time betrouwbaar is vast te stellen, ging de dienst dezelfde dag wereldwijd uit — voor iedereen. Op 23 juni maakte Legion LegalTech Corp, een juridisch softwarebedrijf uit San Jose met een ontwikkelteam in Canada, bij de federale rechtbank in Washington D.C. een procedure aanhangig tegen de Amerikaanse staat. Die procedure liep dood zonder inhoudelijk oordeel: het Department of Commerce trok de aanwijzing eind juni in, de toegang werd hersteld en Legion beëindigde de zaak op 3 juli 2026 vrijwillig. Wat overblijft is geen uitspraak maar een proefopstelling — en voor Nederlandse afnemers een blootstelling. De aanwijzing richtte zich op buitenlandse onderdanen binnen én buiten de Verenigde Staten; dat de aanbieder de modellen vervolgens voor iedereen uitschakelde, was zijn eigen uitvoeringskeuze.

Geen wanprestatie, wel stilstand

Wat er gebeurde, laat zich het beste beschrijven door op te sommen wat er níet gebeurde. Geen storing, geen faillissement, geen datalek. Er was wél niet-nakoming; open staat alleen of die tekortkoming de leverancier valt toe te rekenen. De rekenkracht stond er nog, de modelgewichten stonden er nog, de overeenkomst liep nog. Wat wegviel was de toestemming — en die was in vrijwel geen enkel afnamecontract als variabele benoemd. Het Amerikaanse begrip deemed export ziet daarbij specifiek op vrijgave aan een buitenlandse persoon binnen de Verenigde Staten; levert toegang voor een Canadees in Canada een gecontroleerde vrijgave op, dan komen juist de territoriale categorieën uitvoer, wederuitvoer of overdracht in beeld. Het Unierecht kent voor de eerste figuur geen algemeen equivalent: Verordening (EU) 2021/821 knoopt aan bij een bestemming buiten het douanegebied van de Unie. De risicoanalyse van de leverancier is dus op een andere kaart getekend dan die van de afnemer.

Waarom boek 6 hier weinig oplevert

Een leverancier die een dwingend overheidsbevel uitvoert, beroept zich op overmacht in de zin van artikel 6:75 BW. Slaagt dat beroep, dan is de tekortkoming niet toerekenbaar en vervalt de aanspraak op schadevergoeding — al blijft de contractuele risicoverdeling bepalend. Wat niet vervalt, is de last bij de afnemer. Opschorting van de betaling helpt niet wie de dienst nodig heeft; ontbinding — die volgens artikel 6:265 BW geen toerekenbaarheid vereist — levert een vrije partij op zonder alternatief. Ook de klassieke Nederlandse zekerheid werkt hier niet: broncode-escrow is ontworpen voor faillissement, niet voor een leverancier die niet mág leveren — en vrijgave aan een Europese partij kan zelf de gecontroleerde handeling zijn, afhankelijk van classificatie, jurisdictie en vergunningen.

Waar de plicht wél hard is

De AI-verordening regelt kwaliteit, niet aanwezigheid: zij kent geen beschikbaarheidsgarantie, terwijl bewaar-, log- en verantwoordingsplichten over de gebruiksperiode blijven bestaan wanneer het systeem er niet meer is. Dat sluit aan bij wat wij eerder schreven over de cryptografische inventaris als bestuursdossier: verantwoording overleeft het systeem. Harder zijn DORA, dat sinds 17 januari 2025 exitstrategieën voor kritieke ICT-diensten verlangt, en de Cyberbeveiligingswet, die de toeleveringsketen in de zorgplicht trekt. Het artikel werkt zes toetsvragen uit voor de eerstvolgende contractverlenging en laat zien waarom dit uiteindelijk geen inkoopkwestie is: bij huisartsenposten, sociale diensten en kleine kantoren gaat de beschikbaarheid van een publieke dienst afhangen van buitenlands handelsbeleid.

Meer lezen
Het register komt voor de plicht: de Cyberbeveiligingswet en de grenzen van één inventarisatie

Op 15 augustus 2026 zijn de Cyberbeveiligingswet (Staatsblad 2026, 187) en het Cyberbeveiligingsbesluit (Staatsblad 2026, 189) in werking getreden. Nederland zet daarmee NIS2 om in nationaal recht, en de sectoren zijn ruimer getrokken dan onder de oude Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen: zorg, onderzoek, afvalwater, digitale dienstverlening en delen van de maakindustrie komen in beeld. Of een concrete organisatie werkelijk essentiële of belangrijke entiteit is, hangt af van de wettelijke definitie en het omvangscriterium, niet van de sector alleen. Voor wie eronder valt, is het vaak de eerste keer dat een sectorale toezichthouder op dit terrein meekijkt.

De zorgplicht begint bij een lijst

De aandacht gaat doorgaans naar de meldtermijnen en de bestuurdersaansprakelijkheid. Operationeel zwaarder wegen de bepalingen in het midden van het besluit. Artikel 16 verlangt beleid voor het beheer van assets, artikel 13 beleid over het gebruik van cryptografie, en de artikelen 10 en 11 beveiliging van de toeleveringsketen en van verwerving, ontwikkeling en onderhoud. Dat zijn vier zelfstandige verplichtingen die wel bij hetzelfde gegeven beginnen: wat heeft u, waarmee is het versleuteld, wie leverde het, en wat is er sindsdien veranderd. Voor cloud-, datacenter-, managed-service- en platformdiensten wijst artikel 4 van het besluit door naar Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690; dat werkt per hoedanigheid, zodat beide regimes naast elkaar kunnen gelden voor een organisatie die meerdere rollen vervult. Zonder een betrouwbaar antwoord op de eerste vraag zijn de andere drie alleen op papier te beantwoorden — en een cryptografische inventarisatie laat zich, anders dan een beleidsvoornemen, feitelijk toetsen. Één gecombineerd register is daarbij een aanbevolen implementatiemodel, geen voorgeschreven vorm.

Verwante registers, verschillende rechtsgronden

De spreiding maakt het scherper. De Cyberbeveiligingswet stelt de vraag op entiteitsniveau. De Cyber Resilience Act stelt haar op productniveau in twee stappen: de meldverplichting van artikel 14 geldt vanaf 11 september 2026, de overige hier relevante fabrikantsverplichtingen — waaronder de softwarestuklijst — pas vanaf 11 december 2027; hoofdstuk IV van de verordening geldt al sinds 11 juni 2026. Het derde niveau is niet wettelijk maar contractueel, waar afnemers leveranciers verplichten hun cryptografie tijdig te kunnen vervangen. Die verzamelingen zijn niet identiek: een softwarestuklijst hoort bij het productdossier van een fabrikant, een inventaris bij de middelen van een entiteit, en ze overlappen alleen gedeeltelijk. Wat zich wél laat delen zijn de identificatoren. Wie per aanleiding een nieuwe lijst met eigen sleutels laat maken, houdt drie verzamelingen over die niet meer op elkaar te leggen zijn.

Waar AI-systemen buiten het register vallen

Een klassieke inventarisatie gaat over dingen met een versienummer en een eigenaar. Bij AI-systemen zit het model bij een aanbieder, veranderen de gewichten zonder dat de afnemer het merkt en loopt de afhankelijkheid via een API. Artikel 15 van de AI-verordening stelt voor hoog-risicosystemen eisen aan nauwkeurigheid, robuustheid en cyberbeveiliging. Dat een aanbieder daarvoor moet weten welke componenten die eigenschappen dragen, staat er niet met zoveel woorden; het is de praktische lezing van AIRecht. Onder die lezing is het dezelfde veronderstelling als in artikel 16 van het besluit, maar aan de andere kant van de keten. Het artikel werkt zes controlevragen uit waarmee een organisatie kan vaststellen of haar register een toezichtvraag overleeft, en laat zien waarom die vraag uiteindelijk niet administratief is maar publiek: bij drinkwater, ziekenhuizen en onderzoeksdata wordt de hersteltijd bepaald door wat de organisatie vooraf van zichzelf wist.

Meer lezen
Portretrecht voor de stem: de Japanse leidraad en het Europese etiket

Japan bracht op 7 augustus 2026 de menselijke stem uitdrukkelijk onder de bescherming van zijn publiciteits- en portretrechten. Het definitieve rapport van het ministerie van Justitie verheldert wanneer ongeautoriseerd stemgebruik inbreuk kan maken op die rechten: wie zonder instemming een herkenbare stem door AI laat klonen en daarmee inkomsten genereert, kan civielrechtelijk aansprakelijk zijn, waarbij herkenbaarheid, de mate van stemgelijkenis en de context van het gebruik de beoordeling dragen. Een menselijke imitator die open is over wie hij nadoet, zal die toets doorgaans doorstaan. De juridische techniek valt op: een interpretatieve, niet-bindende leidraad op bestaande rechtspraak, verankerd in het Pink Lady-arrest van 2012 over de klantaantrekkende kracht van beroemdheden.

Leidraad tegenover etiket

Europa reguleert dezelfde technologie met een ander instrument. Sinds 2 augustus 2026 verplicht AI Act artikel 50 aanbieders om synthetische audio machineleesbaar te markeren en deepfakes kenbaar te maken; voor systemen die eerder al op de markt waren geldt voor de markeringsplicht een overgangstermijn tot 2 december 2026. Dat etiket vertelt de luisteraar dát een stem kunstmatig is; over de vraag of die stem er had mogen zijn, zwijgt de verordening. De toestemmingsvraag ligt daarmee bij het nationale recht van de lidstaten, en juist daar wordt het voor Nederland interessant.

Het Nederlandse lappendeken

Artikel 21 Auteurswet beschermt het gezicht, en de Hoge Raad erkende in het Cruijff-arrest de verzilverbare populariteit van bekende personen. De stem valt daar naar de letter buiten: een portret is een afbeelding. Bescherming loopt vandaag via de onrechtmatige daad en via de AVG, die een herkenbare stem als persoonsgegeven behandelt en pas als biometrisch gegeven wanneer de verwerking op unieke identificatie is gericht. Dat regime raakt in de praktijk vooral de gebruiker van een kloon; de positie van de modelaanbieder, overleden stemmen en de commerciële waarde van een stem blijven onderbelicht. De Japanse leidraad en het METI-aansprakelijkheidshandboek adresseren alle drie, telkens als factorafhankelijke beoordeling.

Vijf vragen voor de praktijk

Het artikel vertaalt de vergelijking naar een beslisinstrument voor mediabedrijven, marketingteams en inkopers van voice-AI: van gedocumenteerde toestemming voor stemklonen tot de vrijwarings- en trainingsdataclausules in het leverancierscontract, met de menselijke inzet, van stemacteurs tot telefoonfraude bij ouderen, als maatstaf voor waarom dit dossier haast heeft.

Meer lezen
When Science Policy Becomes Law: The White House Report "Science: A New Golden Age" and the Genesis Mission, Seen from Europe

In July 1945, Vannevar Bush handed President Truman "Science: The Endless Frontier." The manifesto is what people remember; what endured was the legal machinery that followed: most directly the National Science Foundation statute, and later, through separate statutes and administrative practice, the funding conditions that governed university research for generations. In July 2026 the White House Office of Science and Technology Policy published "Science: A New Golden Age," a report to the President by OSTP Director Michael Kratsios that deliberately echoes Bush's title and form. This analysis reads the new report the way Bush's deserved to be read at the time: as a preview of the legal instruments that will follow it.

A report with legal edges

The report asks for reproducibility, transparency, and falsifiability to become working conditions of federal science funding, and its flagship Genesis Mission, launched by executive order in November 2025, connects the Department of Energy's seventeen national laboratories, an initial two dozen partner organizations, and an American Science Cloud of AI-ready federal datasets into one discovery engine. Machinery of that size generates contract questions faster than it generates papers. Who owns the outputs of a foundation model trained on national-laboratory data? Under which license does AI-ready federal data reach a commercial partner, and who answers for machine-generated error that fails downstream? The public record answers less of this than the announcements suggest, and the gap is where counsel will spend the next two years.

Watching from Europe

European organizations watch this build-out with a rulebook already in force on their own side, from the EU AI Act transparency duties that apply since August 2026 to the trigger-specific data rules of the Data Act. Which of these instruments actually reaches a U.S.-linked AI-for-science collaboration, which arrives later through procurement clauses and standards obligations, and why the report's quantum thread points at the next mission-scale build: the full analysis walks through each, with a watch-list for counsel advising research-intensive organizations this year.

Meer lezen
Na 17.000 machinehandelingen begint het juridische incidentdossier

Een aanval die bleef doorwerken

Hugging Face meldde op 16 juli 2026 een cyberincident dat volgens het bedrijf van begin tot eind door een autonoom agentsysteem werd uitgevoerd. Een kwaadaardige dataset misbruikte twee code-executiepaden in de dataverwerking. Daarna volgden toegang op nodeniveau, het verzamelen van credentials en laterale beweging door interne clusters. Het bedrijf reconstrueerde meer dan 17.000 gebeurtenissen uit de aanvallerslog. Hugging Face vond geen aanwijzingen dat openbare modellen, datasets, Spaces of de software supply chain waren gemanipuleerd.

De melding laat één belangrijk gat open: het gebruikte taalmodel is niet bekend. Dat is juridisch gezond. Een autonome campagne bestaat uit een model, een uitvoeringsharnas, tools, accounts, kwetsbare software en toegekende bevoegdheden. Wie meteen een modelmerk aanwijst, slaat de causale keten over. De verdedigende kant gebruikte eveneens AI: Hugging Face analyseerde de logs lokaal met een open-weight model, omdat commerciële API's echte aanvalspayloads blokkeerden en omdat credentials en aanvallersdata zo binnen de eigen omgeving bleven.

Vier routes, vier verschillende vragen

Het label AI-incident bepaalt nog geen meldplicht. Artikel 55 AI Act richt zich op aanbieders van general-purpose AI-modellen met systeemrisico en noemt adversarial testing, risicobeheersing, incidentdocumentatie en cyberbeveiliging. Artikel 73 ziet op aanbieders van high-risk AI-systemen en koppelt melding aan wettelijk omschreven ernstige gevolgen. Wanneer een onderzoeksingreep het systeem zo zou wijzigen dat latere oorzaakevaluatie wordt beïnvloed, moet de aanbieder de bevoegde autoriteiten daar vooraf over informeren; deze regel blokkeert onmiddellijke containment of noodzakelijke correctie niet.

NIS2 beoordeelt significante incidenten bij entiteiten die binnen haar sectorale scope vallen. De Nederlandse Cyberbeveiligingswet is inmiddels gepubliceerd en treedt op 15 augustus 2026 in werking; zij vervangt dan de Wbni. De AVG kijkt naar een inbreuk in verband met persoonsgegevens en het risico voor betrokkenen. Contracten kunnen al bij gestolen credentials of ongeautoriseerde toegang een melding eisen. Eén technisch incident kan daardoor verschillende klokken starten, met andere adressaten en drempels. De gedeelde tijdlijn moet vastleggen wanneer een team iets zag, wat het toen wist en waarom een route wel of niet is geactiveerd.

Van actielog naar controleerbaar bewijs

Een machine kan duizenden gebeurtenissen snel samenvatten. Een toezichthouder heeft daarnaast bronlogs, tijdstempels, systeem- en modelversies, accountrechten, beslissingen en resterende onzekerheden nodig. De ruwe feiten en de interpretatie horen in afzonderlijke lagen. Wie alleen de door een model geschreven tijdlijn bewaart, kan later niet meer aantonen welke gebeurtenis is weggelaten of verkeerd verbonden. Forensisch bewijsbehoud omvat daarom ook de versie en configuratie van het verdedigende model.

Een overdraagbaar incidentdossier verbindt per gebeurtenis de actor, bevoegdheid, getroffen component, bronlog, impact, juridische route, maatregel en externe melding. Die structuur maakt onderscheid tussen de aanvallende agent, het verdedigende analysemodel en een eventueel getroffen AI-product. Zij maakt ook zichtbaar wie een agent kon stilzetten en welke leverancier toegang tot de relevante logs had. De juridische arbeid begint dus op het moment dat de technische reconstructie snel genoeg lijkt.

Meer lezen
Dezelfde software, een andere AI Act-datum

Drie routes voor hoog risico

Verordening (EU) 2026/1744, het Digitale Omnibus over AI, is op 24 juli 2026 gepubliceerd en trad op 27 juli in werking. De wijziging geeft delen van het high-risk regime twee verschillende toepassingsdata. Voor AI-systemen die via artikel 6, lid 2, en Annex III als hoog risico gelden, gaan hoofdstuk III, afdelingen 1, 2 en 3, vanaf 2 december 2027 gelden. Voor AI die via artikel 6, lid 1, onder Annex I valt, is dat 2 augustus 2028. De rechtstreekse Section A-route vereist dat AI een gereguleerd product of veiligheidscomponent is én dat een conformiteitsbeoordeling door een derde verplicht is. Machines zijn naar Section B verplaatst: daar gelden slechts enkele AI Act-bepalingen rechtstreeks en worden de materiële eisen via de Machineverordening ingevoerd. AI Act-classificatie hangt af van beoogd doel, gebruikscontext en de precieze productrechtelijke route.

Uitstel geldt per bepaling

De AI Act is als geheel niet opnieuw uitgesteld. Hoofdstukken I en II gelden in hoofdzaak sinds februari 2025, de GPAI-regels sinds augustus 2025 en transparantieverplichtingen hebben een eigen spoor. De Omnibus bepaalt bovendien dat aanbieders van bepaalde vóór 2 augustus 2026 op de markt gebrachte systemen voor synthetische audio, beelden, video of tekst uiterlijk 2 december 2026 de nodige stappen voor artikel 50, lid 2, zetten. Hoofdstuk VII, het governancekader van de AI Act, geldt sinds 2 augustus 2025. De vanaf 27 juli 2026 geldende artikelen 102 tot en met 110 zijn slotbepalingen die sectorale EU-wetgeving wijzigen. Een planning met één algemene “AI Act-datum” kan daarom verplichtingen missen die al lopen of eerder ingaan.

Het portfolio wordt het bewijs

Bedrijven hebben een versiegebonden portfoliokaart nodig. Die noemt per toepassing het beoogde doel, de gebruikers, Annex III-categorieën, relevante Annex I-wetgeving, plaatsing in Section A of B, model- en productversie, eerste marktintroductie en triggers voor herbeoordeling. Artikel 111 maakt ontwerpwijzigingen belangrijk: een significante verandering kan een bestaand high-risk systeem onder de volledige verplichtingen brengen. Contracten horen daarom te benoemen wie classificeert, wie technische informatie levert en wie nieuw gebruik of een ontwerpwijziging meldt. Een algemene leveranciersbelofte over compliance biedt daarvoor te weinig houvast. De high-risk implementatieroute moet herleidbaar blijven tot één functie, configuratie en datum, zodat inkopers, toezichthouders en getroffen personen kunnen zien welke waarborgen al gelden.

Meer lezen
De energierekening van AI krijgt een juridisch adres

Van model naar meter

Op 22 juli 2026 presenteerde het Amerikaanse Department of Energy de eerste geselecteerde projecten van de Genesis Mission. AI, nationale laboratoria en energieonderzoek kwamen daar zichtbaar in één programma samen. Voor Europa is dat vooral een bruikbare spiegel. Een AI-model bestaat juridisch vaak als software of dienst, terwijl het fysiek draait op accelerators, opslag, netwerken en koeling. De elektriciteitsrekening van het datacenter vertelt nog niet welk deel bij één model, klant of antwoord hoort. Training, finetuning en inferentie hebben verschillende belastingsprofielen; ook de keuze tussen chip, server of heel gebouw als meetgrens verandert de uitkomst. AI-energieverbruik wordt daardoor pas betekenisvol wanneer modelversie, hardware, rekenlocatie, meetperiode en systeemgrens erbij staan.

Twee Europese meetlagen

Europa heeft al een fysieke meetlaag. Artikel 12 van de Energie-efficiëntierichtlijn verlangt gegevens over de energieprestaties van datacenters. Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1364 werkt de indicatoren uit voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van ten minste 500 kW, waaronder energie, water, temperatuur, hergebruik van restwarmte en hernieuwbare energie. De Europese databank maakt geaggregeerde beoordeling mogelijk. Deze route kijkt naar de exploitant en de locatie. De AI Act legt een tweede laag bij het model: GPAI-aanbieders moeten technische documentatie bijhouden, waarbij bijlage XI ook bekend of geschat energieverbruik noemt. Hoofdstuk V geldt sinds 2 augustus 2025; aanbieders van modellen die al vóór die datum op de markt waren, hebben volgens artikel 111, lid 3, tot 2 augustus 2027 om te voldoen. Artikel 53, lid 2, bevat daarnaast onder voorwaarden een uitzondering voor bepaalde vrije en opensource-GPAI zonder systeemrisico. Een datacenterrapport en een modelschatting sluiten alleen op elkaar aan wanneer de betrokken partijen dezelfde meetgrens en allocatiemethode gebruiken.

Het contract verbindt de keten

Een energiebijlage bij een AI- of cloudcontract kan vastleggen welke partij de gebouwmeter, rekentaak en gebruikslogs beheert. Zij benoemt training, finetuning en inferentie afzonderlijk; maakt zichtbaar welke waarden gemeten of geschat zijn; registreert hardware- en locatieveranderingen; en regelt audit, bewaartermijnen en correctie van duurzaamheidsclaims. Dat is ook van belang voor publieke inkoop en netcongestie. Schaarse capaciteit raakt gemeenten, netbeheerders, burgers en kleinere marktpartijen, terwijl gedetailleerde belastingprofielen vertrouwelijk of beveiligingsgevoelig kunnen zijn. Een goede regeling scheidt openbare indicatoren van auditgegevens en klantgebonden toerekening. Zo krijgt de juridische meetketen voor AI één verantwoordelijke partij zonder technisch gevoelige informatie onnodig openbaar te maken.

Meer lezen