Exportcontrole bereikt de API, en het contract zwijgt
Wie in de zeventiende eeuw in een Hollands dorp graan wilde laten malen, had daarin zelden een keuze. De molen stond er, de wind stond erop, maar het maalrecht lag bij de heer: de dwangmolen verplichtte de inwoners tot één molen, en wie tegen die orde in maalde, verloor niet zijn wieken maar zijn toestemming. De afschaffing van de heerlijke rechten verliep rommelig — in de Bataafse tijd afgeschaft, in 1814 gedeeltelijk hersteld, pas in 1848 definitief beëindigd. Wat verdween was het instituut, niet het onderscheid eronder: bezit van een werktuig is iets anders dan het recht het te gebruiken, en die twee kunnen bij verschillende partijen liggen, in verschillende rechtsordes.

In juni 2026 kreeg dat onderscheid een moderne uitvoering. Op 12 juni gaf het Amerikaanse Bureau of Industry and Security Anthropic de aanwijzing twee modellen — Fable 5 en Mythos 5 — ontoegankelijk te maken voor buitenlandse onderdanen. Omdat nationaliteit niet in real time betrouwbaar is vast te stellen, schakelde de aanbieder beide modellen dezelfde dag wereldwijd uit, voor iedereen. Op 23 juni maakte Legion LegalTech Corp, een juridisch softwarebedrijf uit San Jose, bij de federale rechtbank in Washington D.C. de zaak Legion LegalTech Corp. v. United States of America (1:26-cv-02225) aanhangig; de dagvaarding vorderde vernietiging van de aanwijzing en een handhavingsverbod.
Het einde is even instructief als het begin. Het Department of Commerce trok de aanwijzing van 12 juni eind juni weer in, Anthropic herstelde de toegang, en Legion beëindigde de procedure op 3 juli 2026 vrijwillig en zonder prejudicie. Er is dus geen rechterlijk oordeel over de kern van de zaak — alleen een onderbreking van ongeveer drie weken en een vraag die open is blijven liggen. Precies daarom is dit voor een Nederlandse afnemer geen afgesloten dossier maar een proefopstelling: de blootstelling die zichtbaar werd, is met de intrekking niet verdwenen.
Wat een Nederlandse afnemer zou overkomen, en wat het niet was
Voor de afnemer aan deze kant van de oceaan is het instructief op te sommen wat er níet gebeurde. Geen storing, geen faillissement, geen datalek. Er was wél niet-nakoming — de leverancier leverde niet wat hij had beloofd; open staat alleen of die tekortkoming hem valt toe te rekenen. De rekenkracht stond er nog, de modelgewichten stonden er nog, de overeenkomst liep nog. Wat wegviel was de toestemming — nooit als variabele in het contract benoemd, omdat niemand haar als variabele had gezien.
Legions ontwikkelteam zat in Canada — daarmee wordt de zaak voor Europa relevant. Twee dingen horen hier uit elkaar te blijven. De aanwijzing richtte zich op buitenlandse onderdanen, binnen én buiten de Verenigde Staten; de uitvoeringskeuze van de aanbieder — wereldwijd uitschakelen omdat nationaliteit niet te controleren was — trof vervolgens ook Amerikaanse gebruikers. Het juridische aangrijpingspunt lag dus bij de persoon, de feitelijke schade bij iedereen. Een Nederlands advocatenkantoor, een ziekenhuis dat ontslagbrieven laat samenvatten en een gemeente die bezwaarschriften voorsorteert zijn zelf geen buitenlandse onderdanen — hun medewerkers en dienstverleners buiten de Verenigde Staten kunnen dat wel zijn, en de wereldwijde uitschakeling raakte hen sowieso. Zij zijn geen partij bij het besluit en staan tegenover een leverancier die een bevel van zijn eigen overheid uitvoert; een eigen gang naar de Amerikaanse rechter is voor zo'n afnemer niet bij voorbaat uitgesloten, maar procesrechtelijk en praktisch een zware route.
Een Amerikaans leerstuk waarvoor het Unierecht geen equivalent heeft
Twee Amerikaanse figuren lopen hier makkelijk door elkaar. Deemed export in de zin van 15 CFR § 734.13 ziet op vrijgave van gecontroleerde technologie aan een buitenlandse persoon die zich in de Verenigde Staten bevindt: uitvoer naar diens land, zonder dat er iets de grens over gaat. Toegang verlenen aan een Canadees die in Canada zit, is dat juist niet: levert die toegang een gecontroleerde vrijgave of transmissie op, dan komen de territoriale categorieën uitvoer, wederuitvoer of overdracht in beeld. Elektronische doorgifte op zichzelf is daarbij niet het nieuwe: de Amerikaanse regels bestrijken uitdrukkelijk ook de daadwerkelijke transmissie en vrijgave van technologie en broncode. Het onbesliste punt is gehoste inferentie, waarbij geen gewichten en geen broncode worden overgedragen en alleen een antwoord wordt teruggegeven — de vraag die de zaak-Legion had kunnen beantwoorden.
Het Unierecht kent geen algemeen equivalent. Verordening (EU) 2021/821 controleert producten voor tweeërlei gebruik en rekent daar uitdrukkelijk de doorgifte van programmatuur en technologie langs elektronische weg toe, maar het aanknopingspunt is een bestemming buiten het douanegebied van de Unie. Toegang verlenen aan een niet-Unieburger die in Amsterdam zit, is naar Unierecht geen uitvoer. Dat verschil is geen rechtsvergelijkende curiositeit: de risicoanalyse van uw leverancier is op een andere kaart getekend dan die van u, en in uw eigen rechtsorde heeft u geen instrument om de uitkomst te beïnvloeden.
Overmacht is een verdediging, geen continuïteit
Terug naar het contract. Een leverancier die een dwingend bevel van zijn nationale autoriteit uitvoert, zal zich in een Nederlandsrechtelijke verhouding op overmacht in de zin van artikel 6:75 BW beroepen, en die stelling is niet kansloos. Slaagt dat beroep, dan is de tekortkoming niet toerekenbaar en vervalt de aanspraak op schadevergoeding; wat blijft staan is de last bij de afnemer. Hoe dat precies uitpakt hangt af van de contractuele risicoverdeling, want partijen kunnen de overmachtsgrenzen zelf verleggen. Het opschortingsrecht van de artikelen 6:52 en 6:262 BW kan, mits er voldoende samenhang is en de opschorting proportioneel blijft, het recht geven de betaling stop te zetten — een remedie die niets oplost voor wie de dienst nodig heeft. Ontbinding op grond van artikel 6:265 BW staat overigens los van die toerekening en blijft dus beschikbaar — zij levert alleen een vrije partij op zonder alternatief. Dat is de kern: boek 6 verdeelt de gevolgen van niet-nakoming, en verdeelt daarmee een verlies dat de afnemer hoe dan ook draagt.
Daarmee verschuift de vraag naar wat partijen zelf hebben opgeschreven over beschikbaarheid, wisseling en afbouw. En daar zit in de meeste Nederlandse afnamecontracten een gat dat ouder is dan het onderwerp. De klassieke zekerheid tegen leveranciersafhankelijkheid is broncode-escrow: een derde bewaart de broncode en geeft haar vrij bij faillissement of gestaakt onderhoud. Die constructie stamt uit een tijd waarin het waardevolle deel van de software mee te nemen was.
Voor een gehost model werkt zij niet, en het loont te zien waaróm niet. Het bewaarde object zou bestaan uit modelgewichten die alleen betekenis hebben op infrastructuur die de afnemer niet heeft. De vrijgavegrond is bovendien de verkeerde: de leverancier is niet failliet, hij mag niet leveren. En als de rechtsgrond van de blokkade uitvoercontrole is, kan het vrijgeven van datzelfde bestand aan een Europese partij zelf de gecontroleerde handeling zijn — of dat zo is, hangt af van classificatie, toepasselijke jurisdictie, bestemming en eventuele vergunningen. Een escrowclausule die op een uitvoerbeperking stuit, kan de levering beloven van iets wat op dat moment niet geleverd mag worden. Wie zijn afhankelijkheid serieus neemt, beschermt dus niet het artefact maar de omschakeling: een tweede aanbieder met een getest migratiepad, prompts en evaluatiesets die niet aan één modelfamilie vastzitten, en een vastgelegde termijn waarbinnen de overstap rond moet zijn.
De AI-verordening regelt kwaliteit, niet aanwezigheid
Van de AI-verordening valt op dit punt weinig te verwachten, en dat is geen verwijt maar een vaststelling over haar opzet. Verordening (EU) 2024/1689 verdeelt verantwoordelijkheden tussen aanbieders en gebruiksverantwoordelijken en stelt eisen aan risicobeheer, transparantie en menselijk toezicht. Zij bevat geen beschikbaarheidsgarantie en geen continuïteitsplicht: dat een model morgen nog bestaat, is geen verplichting die de verordening aan iemand oplegt. Wij schreven eerder dat dezelfde software onder een andere AI Act-datum kan vallen naargelang haar rol in de keten; het spiegelbeeld daarvan is dat het wegvallen van het model de verplichtingen niet netjes met zich meeneemt. Een deel van de gebruiksplichten eindigt eenvoudigweg met het gebruik; bewaar-, log- en verantwoordingsplichten over de periode dáárvoor blijven bestaan, en juist die zijn moeilijk na te komen zonder het systeem waarmee de gegevens zijn ontstaan.
Waar de plicht wél hard wordt, is in het sectorale recht. Voor financiële entiteiten verlangt DORA, Verordening (EU) 2022/2554, sinds 17 januari 2025 exitstrategieën voor ICT-diensten die kritieke of belangrijke functies ondersteunen, plus een verplichte set contractbepalingen. Voor essentiële en belangrijke entiteiten legt de Cyberbeveiligingswet sinds 15 augustus 2026 (Staatsblad 2026, 189) een zorgplicht op die de toeleveringsketen uitdrukkelijk meeneemt. In het publieke domein komt daar een tweede klem bij: de Aanbestedingswet 2012 begrenst hoe vrij een aanbestedende dienst halverwege van leverancier wisselt. Een gemeente die haar model kwijtraakt, moet dus juist snel schakelen binnen een kader dat snel schakelen aan voorwaarden bindt.
Zes vragen voor de eerstvolgende verlenging
Het onderwerp leent zich slecht voor een modelclausule: de uitkomst hangt af van wie de dienst levert, waar de rekenkracht staat en wat de dienst draagt. Het leent zich wel voor een korte toets op elk lopend AI-contract, in deze volgorde:
- Dekt een bepaling het geval waarin de leverancier door een buitenlands overheidsbevel niet mág presteren — en niet alleen het geval waarin hij niet kán?
- Moet hij u informeren zodra hij zo'n bevel ontvangt, voor zover toegestaan, en binnen welke termijn?
- Is er een uitwijkmodel benoemd, of blijft het bij een inspanningsverplichting zonder tweede naam erin?
- Wie draagt de omschakelkosten, ook als de leverancier zich met succes op overmacht beroept?
- Welke van uw eigen wettelijke verplichtingen hangen aan dit model, en welke daarvan lopen door als het weg is?
- Hoe lang kunt u het feitelijk zonder uithouden: uren, dagen, of een kwartaal?
De laatste vraag is de enige die niet juridisch is, en zij weegt de vijf andere. Wie het antwoord in uren meet, heeft een continuïteitsprobleem dat met contractteksten alleen niet op te lossen is. Wie wil weten wat er nu in de eigen leveranciersafspraken staat: onze contractscan loopt bestaande AI- en cloudcontracten geautomatiseerd na op de gangbare clausulecategorieën. Gebruik de zes vragen hierboven als leeswijzer bij die uitkomst; zij zijn precies de plekken waar zo'n scan een leemte laat zien in plaats van een beding.
Wat er buiten de juridische afdeling op het spel staat
Het is verleidelijk dit als leveranciersrisico af te doen, en commercieel is het dat ook. Maar de organisaties die hun werk inmiddels op deze modellen hebben ingericht, zijn niet alleen softwarebedrijven: huisartsenposten die verslagen laten samenvatten, sociale diensten die aanvragen voorsorteren, kleine kantoren die dossiers doorzoeken voor cliënten die geen tweede kantoor kunnen betalen. Valt die capaciteit binnen een dag weg door een besluit uit een andere hoofdstad, dan verschuift er iets in de verhouding tussen burger en bestuur dat nergens in een contract staat: de beschikbaarheid van een publieke dienst gaat afhangen van buitenlands handelsbeleid.
Een rechtsstaat kan zijn eigen procedures garanderen; niet dat het gereedschap waarmee ze worden uitgevoerd morgen nog aanstaat. Die zekerheid moet komen uit spreiding, uit geteste alternatieven en uit contracten die het geval benoemen in plaats van het te veronderstellen. Dat de aanwijzing van 12 juni binnen drie weken werd ingetrokken, maakt dat niet minder waar; het betekent alleen dat de rekening deze keer laag uitviel. De molen van de dwangheer maalde niet omdat het niet woei — de wind stond er nog — maar omdat de toestemming was ingetrokken, en dat is een verschil dat je pas merkt op de dag dat je het moet uitleggen aan iemand die op zijn beslissing zit te wachten.
Bronnen: Legion LegalTech, Corp. v. United States of America, 1:26-cv-02225 (D.D.C.), aanhangig gemaakt 23 juni 2026 en op 3 juli 2026 vrijwillig zonder prejudicie beëindigd (withdrawal notice) nadat het Department of Commerce zijn aanwijzing van 12 juni 2026 had ingetrokken en de toegang was hersteld; berichtgeving over de aanwijzing en de wereldwijde uitschakeling via The Next Web en Crypto Briefing (juni 2026); 15 CFR § 734.13; Verordening (EU) 2021/821; Verordening (EU) 2024/1689; Verordening (EU) 2022/2554, van toepassing sinds 17 januari 2025; Cyberbeveiligingswet en Cyberbeveiligingsbesluit, Staatsblad 2026, 187 en 189, in werking getreden op 15 augustus 2026; Aanbestedingswet 2012; artikel 6:265 BW. Publieke stand van zaken geraadpleegd op 16 augustus 2026. Dit is gepubliceerde analyse, geen juridisch advies.