Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Thomson Reuters tegen Ross (Derde Circuit, 29 september 2026): wat het hoger beroep over AI-training op Westlaw-headnotes betekent voor tekst- en datamining en artikel 53 AI Act

In 1834 stonden twee verslaggevers van het Amerikaanse Hooggerechtshof tegenover elkaar voor diezelfde rechters. Henry Wheaton had jarenlang de uitspraken van het Hof gebundeld en voorzien van samenvattingen en aantekeningen. Zijn opvolger Richard Peters bracht een goedkopere, verkorte editie uit van Wheatons delen. In Wheaton v. Peters oordeelde het Hof dat niemand auteursrecht kan hebben op de schriftelijke uitspraken van het Hof zelf. Vijftig jaar later, in Callaghan v. Myers (1888), maakte het Hof de andere helft van de rekensom: wat de verslaggever er zelf aan toevoegt, zoals samenvattingen, kopjes en registers, kan wel beschermd zijn. Die grens tussen publieke rechtspraak en private redactie is op 29 september 2026 opnieuw beslissend geworden, nu voor de training van AI.

Gouden fileetwiel van een boekbinder drukt bladgoud op de rug van een in ossenbloedrood leer gebonden rechtspraakbundel, met een bundel glasvezels die uit de rug waaiert


Wat het Amerikaanse hof van beroep voor het Derde Circuit op 29 september 2026 besliste in Thomson Reuters tegen Ross

Thomson Reuters, eigenaar van de juridische databank Westlaw, procedeert sinds 2020 tegen Ross Intelligence. Ross bouwde een AI-zoekmachine voor juristen en trainde die met materiaal dat volgens Thomson Reuters was afgeleid van de headnotes van Westlaw: korte, door redacteuren geschreven samenvattingen van een rechtsregel uit een uitspraak. Ross maakte in december 2020 bekend dat het zijn platform in januari 2021 zou sluiten vanwege de kosten van de procedure. In februari 2025 oordeelde rechter Stephanos Bibas, die als lid van het Derde Circuit de zaak in eerste aanleg behandelde, dat een groot deel van de headnotes voldoende origineel was en dat Ross geen beroep op fair use toekwam. Hij merkte daarbij op dat het systeem van Ross niet generatief was: het gaf bestaande uitspraken terug en schreef geen nieuwe tekst. Die vragen gingen daarna in tussentijds hoger beroep.

Op 29 september 2026 bevestigde het hof van beroep die uitspraak, meldden Reuters en PYMNTS. Het hof verwierp het beroep van Ross op fair use. De motivering is verzegeld en nog niet openbaar. Reuters noemde het de eerste uitspraak van een Amerikaans hof van beroep in de reeks zaken over AI-training. Een tegenvordering van Ross wegens machtsmisbruik, gebaseerd op de stelling dat Thomson Reuters zijn zoekfunctie en zijn databank alleen samen verkocht, was al in september 2024 afgewezen. Zolang de motivering verzegeld blijft, is voorzichtigheid geboden: de beslissing betreft een niet-generatief zoeksysteem dat concurreerde met het product waarop het was getraind.


Welke delen van rechtspraak in Nederland vrij zijn volgens artikel 11 Auteurswet, en welke redactie wel beschermd is

Het Nederlandse recht kent dezelfde tweedeling als het negentiende-eeuwse Amerikaanse Hof. Volgens artikel 11 van de Auteurswet bestaat er geen auteursrecht op wetten, besluiten van de openbare macht, rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen. De tekst van een arrest van de Hoge Raad mag dus door iedereen worden overgenomen, ook voor een trainingsset. Voor wat een uitgever of annotator toevoegt, geldt de Europese maatstaf uit het arrest Infopaq van het Hof van Justitie (C-5/08, 2009): auteursrechtelijk beschermd is wat een eigen intellectuele schepping van de maker is. Een noot onder een uitspraak, een redactionele samenvatting of een trefwoordensysteem kan aan die maatstaf voldoen. Een kopje dat alleen de wettelijke grondslag herhaalt, waarschijnlijk niet.

Daarnaast geldt de Databankenwet. Wie substantieel heeft geïnvesteerd in het verzamelen, controleren of presenteren van een databank, kan zich verzetten tegen het opvragen van een substantieel deel ervan. In CV-Online Latvia (C-762/19, 3 juni 2021) maakte het Hof van Justitie duidelijk dat zo'n opvraging alleen verboden is als zij de investering van de databankmaker kan schaden. Voor een juridische databank die een concurrerend AI-product voedt, ligt die schade voor de hand. Een Nederlandse Ross zou dus twee vragen moeten beantwoorden: is het overgenomen materiaal origineel, en tast het gebruik ervan de investering in de databank aan?


Hoe artikel 15o Auteurswet en artikel 4 van de DSM-richtlijn tekst- en datamining toestaan, en wanneer een voorbehoud dat blokkeert

Europa heeft geen fair use. Het werkt met limitatieve uitzonderingen, en voor AI-training is de belangrijkste de uitzondering voor tekst- en datamining uit artikel 4 van de DSM-richtlijn (EU) 2019/790, in Nederland omgezet in artikel 15o Auteurswet. Kopiëren voor tekst- en datamining is toegestaan bij werken waartoe de gebruiker rechtmatig toegang heeft, tenzij de rechthebbende dat gebruik uitdrukkelijk en op passende wijze heeft voorbehouden. Voor werken die online voor het publiek beschikbaar zijn, verlangt overweging 18 van de richtlijn daarvoor machineleesbare middelen, zoals metadata of de algemene voorwaarden van een website. Voor onderzoeksorganisaties en erfgoedinstellingen geldt artikel 3 van de richtlijn, in Nederland artikel 15n: tekst- en datamining met rechtmatige toegang ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, waartegen geen voorbehoud mogelijk is. Commerciële training van een product valt daar niet zonder meer onder.

Voor juridische databanken achter een abonnement zijn twee mechanismen te onderscheiden. Het eerste is het rechtenvoorbehoud van artikel 4, lid 3: de rechthebbende verklaart, bij online inhoud machineleesbaar, dat hij tekst- en datamining niet toestaat. Dan geldt de uitzondering van artikel 15o niet. Het tweede is een contractueel gebruiksverbod in de abonnementsvoorwaarden, dat geautomatiseerd downloaden of AI-training uitsluit. Zo'n verbod bindt de abonnee als contractpartij en kan de vraag oproepen of de toegang voor dit doel nog rechtmatig was. Of het ook als rechtsgeldig voorbehoud onder artikel 4 telt, hangt af van de vorm en de vindbaarheid ervan. Een Europese ontwikkelaar die de werkwijze van Ross herhaalt met annotaties uit een Nederlandse databank, wordt daarom beoordeeld op twee feitelijke vragen: was er een voorbehoud, en was de toegang rechtmatig?


Wat artikel 53 AI Act sinds 2 augustus 2025 vraagt van aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden

De AI Act voegt aan het auteursrecht een publiekrechtelijke laag toe, maar alleen voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden. Artikel 53, lid 1, onder c, verplicht hen een beleid te voeren om het Unierecht inzake auteursrecht na te leven, in het bijzonder om voorbehouden op grond van artikel 4, lid 3, van de DSM-richtlijn te herkennen en te respecteren. Onder d moeten zij een voldoende gedetailleerde samenvatting van de trainingsinhoud openbaar maken, volgens een sjabloon van het AI-bureau. Overweging 106 bepaalt dat dit geldt voor elke aanbieder die zo'n model in de Unie op de markt brengt, ongeacht waar de training plaatsvond. De verplichtingen gelden sinds 2 augustus 2025. De Commissie kan sinds 2 augustus 2026 boetes opleggen op grond van artikel 101; voor modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt waren, loopt de overgangstermijn van artikel 111, lid 3, tot 2 augustus 2027. Het hoofdstuk over auteursrecht in de gedragscode voor AI voor algemene doeleinden werkt deze plichten verder uit.

Het systeem van Ross zou onder de AI Act naar onze inschatting geen model voor algemene doeleinden zijn geweest, omdat het voor één taak was gebouwd: juridisch zoeken. Een gespecialiseerde toepassing bewijst overigens niet automatisch dat het onderliggende model geen model voor algemene doeleinden is. Voor een daadwerkelijk gespecialiseerd model gelden de specifieke verplichtingen van artikel 53 niet; andere toepasselijke verplichtingen uit de AI Act moeten afzonderlijk worden beoordeeld. Het verschil heeft praktische gevolgen. Een grote modelaanbieder moet openbaar maken welke soorten bronnen hij gebruikte, zodat een uitgever kan nagaan of zijn voorbehoud is gerespecteerd. Een kleine legal-techonderneming die een eigen gespecialiseerd model traint, heeft die openbaarmakingsplicht niet. Het procesrisico draagt zij volledig zelf, zoals Ross ondervond.


Waarom de uitspraak in de zaak-Ross ook gaat over toegang tot het recht en marktmacht in juridische informatie

Hier ligt de maatschappelijke kant van de zaak. Uitspraken zijn vrij, omdat burgers het recht moeten kunnen kennen dat op hen wordt toegepast. In de praktijk zit de bruikbaarheid van rechtspraak vaak in de redactie: in de selectie, de samenvatting en het register die een uitgever toevoegt. Als juist die laag niet zonder licentie mag dienen als trainingsmateriaal, kan dat de licentiekosten en de toetredingsdrempels voor nieuwe aanbieders van juridische AI verhogen. Zolang de motivering verzegeld is, blijft onzeker hoe ver die gevolgtrekking reikt. Ross verloor zijn antitrustzaak in september 2024. De vraag naar marktmacht in juridische informatie ligt daarmee voorlopig bij wetgevers en mededingingstoezichthouders. Eerder schreven wij over de grenzen die artikel 101 VWEU aan afspraken tussen AI-labs stelt. Bij juridische databanken gaat het om de vraag of één aanbieder de toegang tot de bron controleert.

Voor Nederland is er een alternatieve route. De Rechtspraak stelt gepubliceerde uitspraken beschikbaar als open data. Wie daarop traint, gebruikt materiaal waarop artikel 11 Auteurswet geen auteursrecht laat ontstaan. Het nadeel is dat slechts een deel van alle uitspraken wordt gepubliceerd, en dat de redactionele laag ontbreekt. Een legal-techbedrijf dat eigen samenvattingen schrijft op basis van die open data, bouwt een eigen redactie op en heeft geen licentie van een uitgever nodig. Dat vraagt tijd en juridische menskracht.


Vijf vragen voor Nederlandse legal-techbedrijven en afnemers na de uitspraak van 29 september 2026

  1. Komt het trainingsmateriaal uit openbare uitspraken (artikel 11 Auteurswet), of ook uit noten, samenvattingen en registers van een uitgever?
  2. Was de toegang rechtmatig, en sluiten de abonnements- of licentievoorwaarden tekst- en datamining of AI-training uit?
  3. Heeft de rechthebbende een voorbehoud gemaakt dat onder artikel 15o Auteurswet telt, bij online inhoud in machineleesbare vorm, en staat er daarnaast een contractueel verbod in de licentie?
  4. Gaat het om een model voor algemene doeleinden, zodat artikel 53 AI Act een auteursrechtbeleid en een openbare samenvatting van trainingsinhoud vereist?
  5. Wie draagt in het contract met de leverancier het risico van een inbreukclaim over trainingsdata, en tot welk bedrag?

De laatste vraag sluit aan bij wat wij eerder schreven over wat een AI-leverancier met uw prompts, data en output mag. Bij een vrijwaring voor inbreuk op intellectuele eigendom is het zaak de reikwijdte, de uitsluitingen, de aansprakelijkheidslimiet en de vraag of claims wegens modeltraining zijn gedekt concreet na te lopen.

Wilt u weten hoe uw eigen contract met een AI-leverancier omgaat met trainingsdata en vrijwaringen? Met de contractscan leest u uw AI- of SaaS-contract clausule voor clausule door en krijgt u per bepaling een concreet voorstel. De AI-transparantiescan leest uw eigen publieke AI-teksten en laat per transparantieplicht van artikel 50 AI Act zien wat er al staat en wat nog ontbreekt.

Bronnen: PYMNTS, Thomson Reuters Wins AI Copyright Battle (29 september 2026, met verwijzing naar Reuters); U.S. Supreme Court, Wheaton v. Peters, 33 U.S. 591 (1834) en Callaghan v. Myers, 128 U.S. 617 (1888); Auteurswet, artikelen 11, 15n en 15o; Databankenwet; Richtlijn (EU) 2019/790, artikelen 3 en 4 en overweging 18; Verordening (EU) 2024/1689 (AI Act), artikelen 53, 101 en 111 en overweging 106; Hof van Justitie, C-762/19, CV-Online Latvia; Europese Commissie, The General-Purpose AI Code of Practice; de Rechtspraak, Open data van de Rechtspraak. Bronnen geraadpleegd op 30 september 2026. Dit artikel is gepubliceerde analyse, geen juridisch advies.