Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Berichten met de tag AI Act
EN 18286 sinds 14 oktober 2026 in het Publicatieblad: wat de eerste geharmoniseerde norm onder de AI Act dekt van artikel 17, en hoe hij zich verhoudt tot ISO/IEC 42001

Op 14 oktober 2026 publiceerde de Europese Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/2274 in het Publicatieblad. Daarmee staat de referentie van EN 18286:2026 erin, de eerste geharmoniseerde norm onder de AI Act. De norm gaat over het kwaliteitsbeheersysteem dat een aanbieder van AI-systemen met een hoog risico moet inrichten: verantwoordelijkheden, procedures, documentatie, monitoring en incidentmelding.

Wat het vermoeden van overeenstemming dekt

Artikel 40 van de AI Act geeft wie een vermelde norm volgt een vermoeden van overeenstemming, maar alleen voor de voorschriften die de norm dekt. Volgens bijlage ZA van EN 18286 zijn dat de punten a tot en met m van artikel 17, lid 1, en de eerste zin van artikel 11, lid 1. Vier rijen van de tabel kennen voorwaarden, waaronder volledige technische documentatie volgens bijlage IV en risicobeheer dat zelf aan artikel 9 voldoet. Artikel 17, leden 2 tot en met 4, over proportionaliteit, sectorale systemen en banken, valt erbuiten. Risicobeheer, monitoring en incidentmelding onder de artikelen 9, 72 en 73 vragen nog steeds een eigen onderbouwing.

EN 18286 naast ISO/IEC 42001

Veel aanbieders hebben al een ISO/IEC 42001-certificaat. EN 18286 bevat een correspondentietabel naar die norm, maar de eisen en begrippen zijn niet gelijk, en het certificaat geeft geen eigen vermoeden van overeenstemming. Bijlage C is wel een bruikbaar beginpunt voor een gap-analyse. Hetzelfde geldt voor fabrikanten van medische hulpmiddelen met een ISO 13485-systeem: integratie mag, maar moet worden aangetoond.

Waarom inkopers er nu al mee werken

De norm komt ruim een jaar vóór de hoog-risicoplichten van 2 december 2027. Aanbestedende diensten mogen in technische specificaties naar Europese normen verwijzen, met de toevoeging "of gelijkwaardig" en zolang de eis verband houdt met de opdracht en evenredig is. Leveranciers zullen "conform EN 18286" in offertes gaan zetten. Een onderbouwde claim over het kwaliteitsbeheer betekent nog niet dat aan de volledige AI Act is voldaan; wie dat suggereert, kan tegenover zakelijke afnemers misleidend zijn. Voor burgers die door een AI-systeem worden beoordeeld bij een uitkering, sollicitatie of lening, ligt er sinds 14 oktober een openbaar vermelde maatstaf voor wat een zorgvuldige aanbieder intern geregeld moet hebben, net zoals ISO 9001 dat sinds 1987 voor gewone kwaliteitszorg doet. Wat een leverancier in de voorwaarden echt toezegt, laat zich nagaan met de AIRecht contractscan.

Meer lezen
Acht Amerikaanse staten dagen OpenAI op 14 oktober 2026: wat de klachten over minderjarigen en veiligheidsclaims betekenen onder de AVG, de DSA en de AI Act

Op 14 oktober 2026 dienden Arizona, Arkansas, Idaho, Iowa, Kansas, Montana, Nebraska en West Virginia elk een eigen klacht in tegen OpenAI. De staten werken met dezelfde advocaten en volgen de route die Mississippi in 1994 tegen de tabaksindustrie opende: consumentenrecht, aansprakelijkheid en public nuisance, in parallelle zaken voor rechters in verschillende staten.

Wat de staten vorderen

De klachten verwijten OpenAI misleidende veiligheidsclaims over ChatGPT, onvoldoende bescherming van minderjarigen en het verzamelen van gegevens van kinderen zonder toestemming van ouders. West Virginia vordert civiele boetes tot 5.000 dollar per overtreding. Nebraska voert negen onderdelen aan, waaronder productaansprakelijkheid voor een ontwerpgebrek en de Age-Appropriate Online Design Code. Arkansas vraagt de rechter zelfs de ontwikkeling van zelfverbeterende modellen te verbieden zolang niet vaststaat dat zij veilig zijn. Iowa wijdt een apart onderdeel aan het testen van autonome agents, na het incident van juli 2026 waarbij agents uit een testomgeving braken en servers van Hugging Face binnendrongen.

Waar het Europese recht dezelfde vragen stelt

In Europa liggen deze vragen al bij toezichthouders. De Italiaanse privacytoezichthouder legde OpenAI in december 2024 een boete van 15 miljoen euro op, met leeftijdscontrole als een van de punten. Artikel 8 AVG vraagt ouderlijke toestemming wanneer een informatiedienst rechtstreeks aan een kind wordt aangeboden en de verwerking op toestemming berust; Nederland legt die grens op 16 jaar, waar lidstaten tot 13 mogen gaan. Daarnaast treft de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken onjuiste veiligheidsclaims, en artikel 28 DSA verplicht platforms die minderjarigen bereiken tot passende bescherming. De AI Act legt bij aanbieders van modellen met een systeemrisico een test- en meldplicht voor ernstige incidenten.

Wat dit betekent voor Nederlandse afnemers

Scholen, gemeenten en bedrijven die een chatdienst inzetten, zijn vaak zelf verwerkingsverantwoordelijke, wanneer zij doel en middelen van de verwerking bepalen; een webwinkel is bovendien handelaar in de zin van het consumentenrecht. Een ouder die een gemeentelijke chatbot of een schoolassistent gebruikt, gaat ervan uit dat iemand de vraag naar leeftijd en veiligheid al heeft gesteld, en een collectieve civiele actie onder de WAMCA kan in Nederland een vergelijkbare bundelende rol spelen als de Amerikaanse staatszaken. De nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn maakt software tot product voor producten die na 9 december 2026 in de handel komen. Het artikel geeft een toetsingskader voor het contract met de leverancier, met als kern leeftijdsborging, veiligheidsclaims, kinderdata, incidentmelding en vrijwaring.

Meer lezen
Voorstel Europese normalisatieverordening van 6 oktober 2026 (COM(2026) 780): gratis geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties en wat het betekent voor de AI Act

Op 6 oktober 2026 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe verordening betreffende Europese normalisatie, COM(2026) 780. Het voorstel vervangt Verordening (EU) nr. 1025/2012 en verandert de manier waarop de technische normen tot stand komen waarop Europese productwetgeving steunt. Voor de AI Act is dat geen bijzaak. De eisen voor AI-systemen met een hoog risico zijn open geformuleerd, en de geharmoniseerde normen die ze concreet moeten maken, zijn er nog niet.

Gratis toegang tot geharmoniseerde normen

Het Hof van Justitie oordeelde in 2016 in James Elliott dat een geharmoniseerde norm deel uitmaakt van het Unierecht, en in 2024 in Public.Resource.Org dat er een hoger openbaar belang bestaat bij toegang tot die normen. Artikel 5 van het voorstel maakt daar een plicht van: normen waarvan de referentie in het Publicatieblad staat, worden gratis online toegankelijk, ook nadat ze zijn ingetrokken. Bedrijven besparen volgens de Commissie ongeveer 30 miljoen euro per jaar; nationale normalisatie-instellingen zoals NEN verliezen een vergelijkbaar bedrag aan omzet.

Gemeenschappelijke specificaties als terugvaloptie

Een geharmoniseerde norm kost nu gemiddeld zes jaar. Het voorstel laat de Commissie een normalisatieverzoek ook richten aan andere aangewezen organisaties als CEN en CENELEC niet of te laat leveren, en maakt gemeenschappelijke specificaties tot een algemene terugvaloptie, vastgesteld bij uitvoeringshandeling. Voor de AI Act, waarvan de eisen van hoofdstuk III, afdelingen 1 tot en met 3, voor hoog-risicosystemen vanaf 2 december 2027 en 2 augustus 2028 gelden, blijft artikel 41 voorlopig de eigen grondslag voor zulke specificaties; hoe de nieuwe horizontale bevoegdheid zich daartoe verhoudt, moet in de onderhandelingen worden uitgewerkt.

Gevolgen voor contracten en aanbestedingen

Toepassing van een geharmoniseerde norm blijft vrijwillig. Voor aanbieders betekent het voorstel wel dat een conformiteitsdossier moet kunnen aansluiten bij een norm, een specificatie of een norm van een nieuwe organisatie. Voor afnemers en aanbestedende diensten wordt een contractbelofte "conform de geharmoniseerde normen" pas betekenisvol als duidelijk is welke norm geldt en wat er gebeurt als die verandert. Het voorstel moet nog door het Europees Parlement en de Raad, en gaat zes maanden na inwerkingtreding gelden.

Meer lezen
Informatieverzoeken van de Europese Commissie aan ruim 30 AI-bedrijven (augustus 2026): artikel 91 AI Act, boetes tot 3 procent onder artikel 101 en wat Nederlandse afnemers in hun contract regelen

Eind augustus 2026 stuurde de Europese Commissie informatieverzoeken aan meer dan dertig bedrijven die AI-modellen voor algemene doeleinden aanbieden. Op 1 september bevestigde de Commissie die ronde; volgens woordvoerder Thomas Regnier gingen de vragen vooral over veiligheid en auteursrecht. Op 10 oktober berichtte Analytics Insight dat uitvoerend vicevoorzitter Henna Virkkunen had bevestigd dat ook Chinese AI-bedrijven vragen kregen en dat de antwoorden nu worden beoordeeld. Het is de eerste zichtbare toezichtsronde op deze modellen sinds de handhavingsbevoegdheden van de AI Act op 2 augustus 2026 van toepassing werden.

Wat artikel 91 en 101 van de AI Act de Commissie toestaan

Artikel 91 laat de Commissie de documentatie opvragen die aanbieders onder artikel 53 en 55 moeten bijhouden, en alle andere informatie die nodig is om de naleving te beoordelen. Een formeel verzoek vermeldt rechtsgrond, doel, termijn en de boetes voor onjuiste of onvolledige antwoorden. In de berichtgeving circuleert een maximum van 7 procent van de wereldwijde omzet; dat percentage hoort bij de verboden AI-praktijken. Voor aanbieders van deze modellen bepaalt artikel 101 de AI Act-boete op ten hoogste 3 procent van de wereldwijde jaaromzet of 15 miljoen euro, als dat hoger is, en alleen bij opzet of nalatigheid. Ook een onvolledig antwoord op een vragenlijst is op zichzelf beboetbaar.

Waarom het Orkem-arrest van 1989 weer actueel is

In 1989 bepaalde het Hof van Justitie in de zaak Orkem dat de Commissie een onderneming kan dwingen feiten en documenten te leveren, maar niet een overtreding te bekennen. Die grens geldt ook nu de Commissie vraagt hoe een model tegen diefstal is beveiligd en hoe externe evaluatoren toegang krijgen. Het Nederlandse bestuursrecht, dat niet de procedure van de Commissie regelt, kent een vergelijkbare spanning tussen de medewerkingsplicht van artikel 5:20 Awb en het zwijgrecht van artikel 5:10a Awb. Dat zwijgrecht geldt voor wie wordt verhoord met het oog op een bestraffende sanctie, ziet op verklaringen en laat de plicht om bestaande documenten te leveren in stand.

Wat dit betekent voor Nederlandse afnemers en rechthebbenden

Het auteursrechtspoor richt zich op aanbieders die de verplichte samenvatting van hun trainingsdata niet publiceerden. Voor uitgevers en fotografen is die samenvatting een openbaar aanknopingspunt om na te gaan of beschermde werken mogelijk zijn gebruikt ondanks een opt-out onder artikel 15o Auteurswet; voor bewijs is doorgaans meer nodig. Bedrijven die een model inkopen, regelen in hun contract met een AI-leverancier documentatie, melding van toezichtsmaatregelen, continuïteit, trainingsdata en hun eigen rol. Het artikel werkt die vijf punten uit en laat zien welke bevoegdheden de Commissie heeft als zij een model wil laten evalueren of van de markt wil halen.

Meer lezen
Kwartaalbrief najaar 2026: twee AI Act-data, productaansprakelijkheid voor software en AI-agents

Op 6 oktober 2026 ging de kwartaalbrief van najaar 2026 naar de lezers van AIRecht, MuziekenRecht, MusicaJuridica en Juridisch Advies voor Bedrijven. Hier staat hij in zijn geheel, met eerst wat AIRecht dit kwartaal schreef en daarna de drie andere praktijken. Per stuk in drie regels: voor wie, wat en waarom.

Wat verandert er dit najaar voor jou en je bedrijf? Sinds 15 augustus geldt de Cyberbeveiligingswet, en veel mkb-bedrijven merken die via de contracten van hun klanten. Uiterlijk 9 december moeten de lidstaten de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn omzetten, en die rekent software uitdrukkelijk tot producten. En wie muziek maakt, leest over AI-stemmen in covers, credits, splitsheets en wat er met je masters gebeurt als een label omvalt.

AIRecht — AI & recht

Dezelfde software, een andere AI Act-datum

  • Voor wie: wie AI inzet voor sollicitanten en personeel, of in een gereguleerd product
  • Wat: de AI Act kent nu twee startdata voor hoog-risico-AI: 2 december 2027 en 2 augustus 2028
  • Waarom: welke datum voor jouw systeem geldt, bepaalt je hele planning

Nieuwe productaansprakelijkheid voor software: wat richtlijn (EU) 2024/2853 richting 9 december 2026 doet met exoneratie, bewijslast en AI-dekking

  • Voor wie: softwareleveranciers en bedrijven met AI in hun product
  • Wat: de nieuwe richtlijn, om te zetten uiterlijk 9 december 2026, rekent software, AI en updates tot producten; voor Nederland telt de implementatiewet
  • Waarom: laat vóór die datum nalopen of je aansprakelijkheidsbeding en je verzekering daarop aansluiten

Californië schrapt sinds 1 januari 2026 het verweer 'de AI deed het zelf' (AB 316). Hoe ver artikel 6:77 BW, de AI Act en de productaansprakelijkheidsrichtlijn in Nederland komen

  • Voor wie: bedrijven die AI-agents laten bestellen, mailen of betalen
  • Wat: in Californië telt 'de AI deed het zelf' sinds 1 januari 2026 niet meer als verweer
  • Waarom: leg nu vast wie instaat voor wat je AI-agents doen

De volgende kwartaalbrief verschijnt in januari. Tussendoor lees je alles op de sites zelf, en een contract laten screenen kan altijd: €119 voor 1-5 pagina's.

Meer lezen
Californië schrapt sinds 1 januari 2026 het verweer 'de AI deed het zelf' (AB 316). Hoe ver artikel 6:77 BW, de AI Act en de productaansprakelijkheidsrichtlijn in Nederland komen

Sinds 1 januari 2026 mag in Californië niemand die AI ontwikkelt, aanpast of gebruikt zich in een civiele zaak nog verweren met de stelling dat de AI de schade zelfstandig veroorzaakte. Dat regelt Assembly Bill 316, op 13 oktober 2025 ondertekend en opgenomen als artikel 1714.46 van de Californische Civil Code. Andere verweren blijven bestaan: de gedaagde mag nog steeds betogen dat de schade onvoorzienbaar was, dat het causale verband ontbreekt of dat een ander mede schuld heeft.

Wat AB 316 verandert voor gebruikers van AI-agents

Het verweer werd aantrekkelijk nu AI-agents zelfstandig orders plaatsen, e-mails versturen en betalingen uitvoeren. In de Amerikaanse tort law kan een tussenkomende oorzaak de aansprakelijkheid van de oorspronkelijke dader afsnijden. Californië haalt de AI zelf uit die categorie. Het autonomieverweer verdwijnt, terwijl de eiser nog steeds een fout of gebrek moet bewijzen. De wet raakt contractuele uitsluitingen niet en geldt alleen waar Californisch recht van toepassing is. Waar dat zo is, verschuift de vraag naar het contract met de leverancier: wie draagt intern de rekening als de agent de fout maakte?

Hoe ver het Nederlandse recht al komt

Artikel 6:77 BW rekent een tekortkoming toe aan de schuldenaar die bij de uitvoering van een overeenkomst een ongeschikte zaak gebruikt, tenzij dat onredelijk zou zijn. Of dat ook naar analogie geldt voor zelfstandige software, is nog niet beslist; de ratio maakt het een beargumenteerde mogelijkheid. Bekende risico's van een systeem kunnen tegen een beroep op overmacht pleiten, maar de toerekening hangt af van de concrete tekortkoming, de overeenkomst en de omstandigheden. Buiten contract ligt het moeilijker. Daar moet een benadeelde onder artikel 6:162 BW een schending van een zorgvuldigheidsnorm aantonen, en het voorstel voor een Europese AI-aansprakelijkheidsrichtlijn, dat dat bewijs zou verlichten, is per 6 oktober 2025 ingetrokken.

Wat de productaansprakelijkheidsrichtlijn en de AI Act toevoegen

De nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn (EU) 2024/2853, om te zetten uiterlijk op 9 december 2026, geldt voor producten die vanaf die datum in de handel komen. Zij behandelt software als product, betrekt het zelflerend vermogen bij de beoordeling van een gebrek en verbiedt contractuele uitsluiting jegens de benadeelde. Artikel 26 AI Act verplicht gebruikers van hoog-risicosystemen volgens de huidige tijdlijn vanaf 2 december 2027 (bijlage III) en 2 augustus 2028 (hoog-risicosystemen in producten) tot menselijk toezicht en het bewaren van logs. Die logs bepalen straks mede of een gebruiker kan aantonen dat schade onvoorzienbaar was. Het artikel opent bij de Engelse deodand, die tot 1846 het voorwerp zelf verbeurd verklaarde, en sluit af met vijf vragen over aansprakelijkheid voor AI-agents in contract, logs en verzekering.

Meer lezen
Thomson Reuters tegen Ross (Derde Circuit, 29 september 2026): wat het hoger beroep over AI-training op Westlaw-headnotes betekent voor tekst- en datamining en artikel 53 AI Act

Wat het Derde Circuit op 29 september 2026 besliste

Het Amerikaanse hof van beroep voor het Derde Circuit heeft op 29 september 2026 de uitspraak bevestigd in de zaak die Thomson Reuters, eigenaar van Westlaw, sinds 2020 voert tegen Ross Intelligence. Ross trainde een AI-zoekmachine voor juristen met materiaal dat volgens Thomson Reuters was afgeleid van de headnotes van Westlaw, de korte redactionele samenvattingen bij uitspraken. Het hof verwierp volgens Reuters en PYMNTS het beroep van Ross op fair use. De motivering is verzegeld. Het gaat om de eerste uitspraak van een Amerikaans hof van beroep over AI-training en auteursrecht, en om een niet-generatief systeem dat concurreerde met de bron waarop het was getraind. Ross had zijn platform al in januari 2021 gesloten vanwege de proceskosten.

Hoe het Nederlandse en Europese recht dezelfde vraag benadert

Volgens artikel 11 Auteurswet bestaat er geen auteursrecht op rechterlijke uitspraken. Wat een uitgever toevoegt, zoals noten, samenvattingen en registers, kan wel beschermd zijn als het een eigen intellectuele schepping is. Daarnaast beschermt de Databankenwet substantiële investeringen in juridische databanken. Europa kent geen fair use. De ruimte voor training zit in de uitzondering voor tekst- en datamining van artikel 15o Auteurswet. Die vereist rechtmatige toegang en geldt niet als de rechthebbende een passend voorbehoud heeft gemaakt, bij online inhoud machineleesbaar. Een contractueel verbod op AI-training in abonnementsvoorwaarden is een afzonderlijk mechanisme dat de abonnee als contractpartij bindt. De ruimere uitzondering van artikel 15n geldt alleen voor wetenschappelijk onderzoek door onderzoeksorganisaties en erfgoedinstellingen.

Voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden komt daar artikel 53 AI Act bij: sinds 2 augustus 2025 moeten zij een auteursrechtbeleid voeren en een openbare samenvatting van hun trainingsinhoud publiceren, ongeacht waar zij trainden. Voor modellen die al vóór die datum op de markt waren, loopt de overgangstermijn tot 2 augustus 2027. De Commissie kan sinds 2 augustus 2026 boetes opleggen.

Waarom dit Nederlandse legal-tech en afnemers raakt

De uitspraak kan de licentiekosten en toetredingsdrempels verhogen voor wie op de redactionele laag van juridische informatie wil trainen. Hoe ver dat reikt, blijft onzeker zolang de motivering verzegeld is. Open data van de Rechtspraak bieden een alternatief, met als beperking dat slechts een deel van de uitspraken wordt gepubliceerd. Het artikel bespreekt de geschiedenis van Wheaton v. Peters (1834), de Europese regels en vijf vragen voor ontwikkelaars en afnemers, waaronder wie in het contract het risico van een inbreukclaim over trainingsdata draagt.

Meer lezen
Oproep tot controle van frontier-AI (22 september 2026): wat premier Jetten tekende, wat de artikelen 51 tot 55 AI Act al regelen en wanneer een toezichtorgaan een verdrag vraagt

Wat premier Jetten op 22 september 2026 ondertekende

Tijdens de Algemene Vergadering van de VN ondertekenden vertegenwoordigers van twintig landen en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de verklaring A Call for Control of Frontier AI Models. Namens Nederland tekende premier Rob Jetten. De Verenigde Staten, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk staan niet op de lijst. De tekst vraagt drie dingen: bedrijven moeten hun modellen vóór ingebruikname testen en onafhankelijk laten evalueren, overheden moeten standaarden afstemmen en ernstige veiligheidsincidenten gezamenlijk rapporteren, en VN-lidstaten moeten onderzoeken of er een internationale instelling voor frontier-AI kan komen die standaarden vaststelt, verificatie mogelijk maakt en staten bijeenroept wanneer capaciteitsdrempels worden overschreden.

Wat de AI Act al regelt voor modellen met systeemrisico

Voor de Europese Unie bestaat een deel van die verzoeken al als recht. Sinds 2 augustus 2025 gelden de artikelen 51 en 55 van de AI Act voor aanbieders van modellen voor algemene doeleinden met systeemrisico: modelevaluatie met adversariële tests, risicobeperking, cyberbeveiliging en het melden van ernstige incidenten aan het AI-bureau; voor oudere modellen loopt een overgangstermijn tot 2 augustus 2027. Een algemene plicht tot onafhankelijke evaluatie vóór release kent de verordening niet. Artikel 92 laat het AI-bureau zelf evalueren met onafhankelijke deskundigen, en sinds 2 augustus 2026 kan de Commissie boetes opleggen. Twee punten gaan verder dan de verordening: een internationale uitwisseling van incidentmeldingen, en menselijke controle over het model zelf.

Wanneer een internationaal toezichtorgaan een verdrag vraagt

Een diplomatieke verklaring bindt de Staat niet. De verklaring laat de vorm van de instelling open. Een nieuw orgaan dat bij Nederlandse aanbieders of datacenters zelfstandig kan verifiëren, vraagt een verdrag; de Grondwet regelt de goedkeuring en de overdracht van bevoegdheden in artikel 91 en 92 Grondwet. Voor zover zo'n verdrag de regels van de AI Act kan aantasten, is de Unie op grond van artikel 3 VWEU exclusief bevoegd; of het gehele verdrag uitsluitend door de Unie wordt gesloten, hangt af van de volledige inhoud. Het Internationaal Atoomenergieagentschap laat zien hoe lang dat kan duren: van de toespraak van Eisenhower in 1953 tot de eerste inspectie in februari 1962 ging ruim acht jaar voorbij; het Non-proliferatieverdrag, in werking sinds 1970, vormde daarna de basis voor verdere uitbreiding. Het artikel bespreekt ook wat de ontbrekende handtekeningen van de Verenigde Staten en China betekenen voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen, hoe de verklaring aansluit op het risicorapport van de Europese financiële toezichthouders van 23 september 2026, en welke vijf vragen een organisatie aan haar modelleverancier kan stellen over evaluatie, incidentmeldingen en modelwijzigingen.

Meer lezen
EBA, EIOPA en ESMA op 23 september 2026: frontier-AI, quantumcomputing en niet-EU-leveranciers als risico voor banken en verzekeraars. Wat DORA en de AI Act vragen

Wat de Europese toezichthouders op 23 september 2026 publiceerden

EBA, EIOPA en ESMA publiceerden op 23 september 2026 hun gezamenlijke risico-update voor het najaar (JC 2026 29). Het rapport is een samenvatting van de risicobeoordeling die de drie toezichthouders voorleggen aan de Financial Stability Table van het Economisch en Financieel Comité. Het behandelt drie thema's: de afhankelijkheid van de Europese financiële sector van partijen buiten de EU, de samenhang van die afhankelijkheid met cyber- en AI-risico, en private credit. Volgens een enquête van de EBA noemt ongeveer 80 procent van de banken de afhankelijkheid van ICT-dienstverleners buiten de EU/EER de grootste uitdaging. Cloud, software, betalingsverkeer, clearing en kredietbeoordelingen lopen voor een groot deel via ondernemingen buiten de Unie.

Frontier-AI en quantumcomputing als risico voor de financiële sector

De toezichthouders schrijven dat frontier-AI-modellen kwetsbaarheden in IT-systemen met grote snelheid en op grote schaal kunnen vinden en uitbuiten, ook nog onbekende zero-day-lekken. Over quantumcomputing staat er dat een geavanceerde quantumcomputer cryptografie kan ondermijnen die communicatie, transacties, databases en blockchains beveiligt, dat die dreiging zich eerder kan voordoen dan een bruikbare commerciële toepassing, en dat gegevens die vandaag worden onderschept later kunnen worden ontsleuteld. Wie op een klein aantal leveranciers buiten de EU steunt, loopt die risico's via schakels die hij niet zelf beheert. Het artikel legt de verbinding met Herstatt-risico, het afwikkelingsrisico dat zichtbaar werd bij de sluiting van Bankhaus Herstatt op 26 juni 1974: tegenpartijen hadden hun Duitse marken betaald en ontvingen de dollars in New York nooit.

Wat DORA en de AI Act nu al vragen

DORA (Verordening (EU) 2022/2554) geldt sinds 17 januari 2025 en regelt in de artikelen 28 tot en met 31 het beheer van ICT-derdenrisico, concentratierisico, de minimale inhoud van contracten en het Europese toezicht op kritieke ICT-aanbieders. Artikel 6, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1774 verplicht instellingen om in hun encryptiebeleid op te nemen hoe zij hun cryptografie waar nodig aanpassen op basis van ontwikkelingen in de cryptoanalyse; een vaste overstapdatum voor post-quantumalgoritmen staat er niet in. De AI Act voegt eisen toe aan AI-systemen met een hoog risico (artikel 15) en aan aanbieders van modellen die als model met een systeemrisico zijn geclassificeerd (artikelen 51 en 55), met overgangstermijnen tot 2 augustus 2027 voor modellen die al vóór 2 augustus 2025 in de handel waren. Het artikel eindigt met vijf vragen voor bestuur en inkoop bij een ICT-contract onder DORA, over datalocatie, concentratie, post-quantumcryptografie, AI-componenten en exit, en legt uit waarom dit rapport voor Nederlandse banken, verzekeraars, pensioenfondsen en hun leveranciers een ijkpunt is.

Meer lezen
Mag een pacing-afspraak tussen AI-labs onder artikel 101 VWEU? Fergusons waarschuwing van 15 september 2026, het AdBlue-kartelbesluit van 8 juli 2021 en de route van artikel 56 AI Act

Op 8 juli 2021 beboette de Europese Commissie BMW en de Volkswagen-groep voor 875 miljoen euro omdat zij met Daimler hadden afgesproken hoe groot de AdBlue-tank in hun dieselauto's zou zijn. Niemand had prijzen afgesproken; de fabrikanten hadden afgesproken om niet te wedijveren op schoner rijden dan de wet eiste. Het was het eerste kartelbesluit dat uitsluitend rustte op een beperking van de technische ontwikkeling, het verbod uit artikel 101, lid 1, onder b, VWEU. Dit artikel legt dat besluit naast wat Dario Amodei op 12 september 2026 aan de Amerikaanse overheid vroeg: een smalle antitrustvrijstelling zodat AI-laboratoria samen het tempo van hun ontwikkeling kunnen afspreken.

Wat Ferguson op 15 september 2026 zei en wat Khan twee dagen eerder schreef

FTC-voorzitter Andrew Ferguson zei op 15 september 2026 dat iedereen "deeply suspicious" moet zijn van AI-bedrijven die om antitrustvrijstellingen vragen terwijl ze tegelijk lobbyen voor nieuwe regels. Oud-voorzitter Lina Khan bracht op 13 september het spiegelbeeld naar voren: er bestaat volgens haar geen AI-uitzondering op bestaande wetten, en zij wees op FTC v. Keppel uit 1934 als mogelijk aanknopingspunt voor een lab dat onveilige systemen uitbrengt en concurrenten zo onder druk zet. In vier dagen kreeg de Amerikaanse discussie zo twee vragen: mag men samen vertragen, en wat gebeurt er als één partij alleen versnelt.

Welke ruimte de Horizontale Richtsnoeren van 2023 en de ACM-beleidsregel bieden

In de EU bestaat geen individuele ontheffing meer; partijen beoordelen zelf of hun afspraak aan artikel 101, lid 3, voldoet. Hoofdstuk 9 van de Richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten van 21 juli 2023 geeft in punt 549 zes cumulatieve voorwaarden voor duurzaamheidsnormeringsafspraken tussen concurrenten, en de ACM-beleidsregel van oktober 2023 volgt die aanpak; wie erbuiten valt, krijgt een individuele beoordeling. Het artikel houdt drie soorten afspraken uit elkaar: een gezamenlijke veiligheidsnorm, een gezamenlijke afspraak om een model niet uit te brengen, en een gezamenlijk plafond aan trainingsrekenkracht. De laatste is in de vergelijking de omvang van de tank, en de vier voorwaarden van artikel 101, lid 3, worden per stuk nagelopen.

Waarom artikel 56 AI Act een nalevingskanaal is en geen antwoord op de tempovraag

Amodei vraagt om een forum waarin de overheid het gesprek mogelijk maakt zonder mee te praten. In de EU bestaat zo'n forum met een beperkter doel: artikel 56 van de AI-verordening draagt het AI-bureau op praktijkcodes voor AI-modellen voor algemene doeleinden te faciliteren, en de code van 10 juli 2025 biedt een aanbieder van een model met systeemrisico een manier om zijn eigen naleving jegens de toezichthouder aan te tonen. Zij is vrijwillig, legt geen gezamenlijk ontwikkelingstempo vast en spreekt niet over rekenkracht; punt 597 van de richtsnoeren maakt bovendien duidelijk dat betrokkenheid van een overheid een afspraak niet aan artikel 101 onttrekt. Het artikel sluit af met vijf toetsvragen voor een onderneming die overweegt aan een veiligheidsafspraak met concurrenten mee te doen, en met wat dit betekent voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen en voor de rol van de ACM.

Meer lezen
Ingebedde AI-evaluatoren bij Anthropic en OpenAI: wat de beloften van 12 september 2026, het Senaatsontwerp van Thune, Cruz en Klobuchar en artikel 55 en 92 AI Act voor Nederlandse afnemers betekenen

Op 12 september 2026 beloofde Dario Amodei in het essay We Must Pace the Frontier dat Anthropic een team externe evaluatoren permanent in huis gaat halen, met bureaus, toegangspassen en het recht om bevindingen te publiceren zonder redactionele controle. Sam Altman zegde dezelfde dag op X toe dat OpenAI hetzelfde doet. Een dag eerder, op 11 september, meldde Politico dat senatoren Thune, Cruz en Klobuchar werken aan een wet die gevaarlijke capaciteiten vóór de release aan het Department of Commerce laat melden, met een injunction als stok achter de deur. Dit artikel legt beide ontwikkelingen naast de architectuur die de EU al heeft: artikel 55 en 92 van de AI-verordening.

Wat de belofte van 12 september 2026 inhoudt

De ingebedde evaluatoren van Anthropic beoordelen afgeronde modellen én de trainingspijplijn waarin die ontstaan, melden incidenten en mogen openbaar zeggen wanneer een schrapping door het bedrijf iets wezenlijks heeft weggenomen. Dat verschilt van het programma dat OpenAI in november 2025 beschreef, waarin externe beoordelaars een geheimhoudingsovereenkomst tekenden en OpenAI publicaties vooraf goedkeurde. De opening ligt bij het Nederlandse Stoomwezen (keuringsvoorschriften 1824, Dienst 1855, Stoomwet 1869): de keurmeester die door het mangat de ketel in kroop.

Wat artikel 55 AI Act eist sinds 2 augustus 2025, en artikel 92 sinds 2 augustus 2026

Hoofdstuk V van Verordening (EU) 2024/1689 verplicht aanbieders van modellen met systeemrisico tot evaluatie met adversariële tests, risicobeperking, incidentmelding aan het AI-bureau en cyberbeveiliging. Artikel 92 geeft de Commissie sinds 2 augustus 2026 de bevoegdheid om, na raadpleging van de AI-board, zelf een model te evalueren wanneer de informatie over de naleving tekortschiet of bij een onderzoek naar systeemrisico's, met toegang tot API's en broncode, en sinds diezelfde dag gelden de boetes van artikel 101: tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, naargelang welk bedrag hoger is. Het stuk legt uit waarom een evaluatie door het AI-bureau iets anders is dan een evaluator die permanent binnen zit, en welke drie elementen bepalen of zo'n toezegging iets waard is: reikwijdte van de toegang, publicatierecht en de vraag wie de evaluator betaalt.

Wat een Nederlandse afnemer hiermee doet

Voor bedrijven, ziekenhuizen en gemeenten die een frontier-model inbouwen, verschuift de vraag van beleid naar contract. Artikel 53 geeft integrerende aanbieders recht op documentatie, artikel 25 maakt een afnemer soms zelf aanbieder, en voor software die na 9 december 2026 in de handel komt telt de nieuwe productaansprakelijkheid mee. Het artikel sluit af met vijf vragen aan uw leverancier over externe evaluatie, van de omschrijving van de toegang tot een opschortingsrecht als het lab zijn toezegging intrekt.

Meer lezen
Nieuwe productaansprakelijkheid voor software: wat richtlijn (EU) 2024/2853 richting 9 december 2026 doet met exoneratie, bewijslast en AI-dekking

Op 9 december 2026 verstrijkt de termijn waarbinnen de lidstaten richtlijn (EU) 2024/2853 moeten hebben omgezet; de richtlijn ziet op producten die daarna in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Zij noemt software uitdrukkelijk een product, en AI-systemen en hun updates vallen daaronder. Softwareschade viel ook eerder niet buiten het aansprakelijkheidsrecht, maar de discussie over het productbegrip is daarmee beslecht.

Wat de richtlijn wel en niet dekt

De reikwijdte is nauwer dan veel commentaar suggereert. Artikel 6 beperkt de vergoedbare schade tot overlijden, lichamelijk letsel en medisch erkende psychische schade, tot schade aan zaken die niet uitsluitend beroepsmatig worden gebruikt, en tot vernietiging of beschadiging van gegevens die niet beroepsmatig worden gebruikt. Een zaak met gemengd gebruik valt er dus wel onder, gegevens die mede beroepsmatig worden gebruikt niet. Schade aan het gebrekkige product zelf valt erbuiten, en artikel 6, eerste lid, onder b, sluit ook schade aan een samengesteld product uit wanneer het gebrekkige onderdeel daarin is geïntegreerd of daarmee is verbonden door de producent van dat samengestelde product, of onder diens zeggenschap. Zuivere vermogensschade van een onderneming loopt via het contract of het commune aansprakelijkheidsrecht. Richting een benadeelde natuurlijke persoon is de aansprakelijkheid dwingend; richting de zakelijke afnemer bepaalt de aansprakelijkheidscap wat er via vrijwaring en regres nog te halen valt.

Bewijs, verweren en de verzekeringskant

Artikel 9 laat de rechter bevelen dat de gedaagde relevant bewijs overlegt, begrensd door noodzakelijkheid en evenredigheid en met bescherming van vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen. Artikel 10 verbindt aan het uitblijven daarvan een weerlegbaar vermoeden van gebrekkigheid. Artikel 11, tweede lid, snijdt het verweer af dat het gebrek nog niet bestond bij het in de handel brengen wanneer de gebrekkigheid voortkomt uit een update, een gerelateerde dienst, een uitgebleven veiligheidsupdate of een substantiële wijziging binnen de zeggenschap van de producent; het ontwikkelingsrisicoverweer blijft daarnaast bestaan. Intussen meldt een analyse van het Center for Strategic and International Studies van 4 september 2026 dat Amerikaanse staatstoezichthouders meer dan tachtig procent van de door verzekeraars ingediende verzoeken hebben goedgekeurd om AI-gerelateerde schade uit te sluiten: een aandeel van de verzoeken, niet van alle polissen, en een Amerikaans gegeven.

Wat dit betekent voor uw contract

Artikel 6:192 lid 1 BW bepaalt dat productaansprakelijkheid niet contractueel kan worden uitgesloten of beperkt, en de richtlijn houdt dat verbod in stand. Zodra software onmiskenbaar binnen afdeling 6.3.3 van Boek 6 BW valt, werkt de gebruikelijke beperking tot twaalf maanden vergoeding niet meer tegenover een benadeelde natuurlijke persoon. Voor de zakelijke kant blijven het drie losse vragen: wat de cap beperkt, wat vrijwaring en regres opleveren, en wat een polis feitelijk dekt. Het artikel behandelt die punten en sluit af met zes vragen voor uw leverancier en uw makelaar vóór 9 december 2026.

Meer lezen