Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Berichten in AI governance
Californië schrapt sinds 1 januari 2026 het verweer 'de AI deed het zelf' (AB 316). Hoe ver artikel 6:77 BW, de AI Act en de productaansprakelijkheidsrichtlijn in Nederland komen

Sinds 1 januari 2026 mag in Californië niemand die AI ontwikkelt, aanpast of gebruikt zich in een civiele zaak nog verweren met de stelling dat de AI de schade zelfstandig veroorzaakte. Dat regelt Assembly Bill 316, op 13 oktober 2025 ondertekend en opgenomen als artikel 1714.46 van de Californische Civil Code. Andere verweren blijven bestaan: de gedaagde mag nog steeds betogen dat de schade onvoorzienbaar was, dat het causale verband ontbreekt of dat een ander mede schuld heeft.

Wat AB 316 verandert voor gebruikers van AI-agents

Het verweer werd aantrekkelijk nu AI-agents zelfstandig orders plaatsen, e-mails versturen en betalingen uitvoeren. In de Amerikaanse tort law kan een tussenkomende oorzaak de aansprakelijkheid van de oorspronkelijke dader afsnijden. Californië haalt de AI zelf uit die categorie. Het autonomieverweer verdwijnt, terwijl de eiser nog steeds een fout of gebrek moet bewijzen. De wet raakt contractuele uitsluitingen niet en geldt alleen waar Californisch recht van toepassing is. Waar dat zo is, verschuift de vraag naar het contract met de leverancier: wie draagt intern de rekening als de agent de fout maakte?

Hoe ver het Nederlandse recht al komt

Artikel 6:77 BW rekent een tekortkoming toe aan de schuldenaar die bij de uitvoering van een overeenkomst een ongeschikte zaak gebruikt, tenzij dat onredelijk zou zijn. Of dat ook naar analogie geldt voor zelfstandige software, is nog niet beslist; de ratio maakt het een beargumenteerde mogelijkheid. Bekende risico's van een systeem kunnen tegen een beroep op overmacht pleiten, maar de toerekening hangt af van de concrete tekortkoming, de overeenkomst en de omstandigheden. Buiten contract ligt het moeilijker. Daar moet een benadeelde onder artikel 6:162 BW een schending van een zorgvuldigheidsnorm aantonen, en het voorstel voor een Europese AI-aansprakelijkheidsrichtlijn, dat dat bewijs zou verlichten, is per 6 oktober 2025 ingetrokken.

Wat de productaansprakelijkheidsrichtlijn en de AI Act toevoegen

De nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn (EU) 2024/2853, om te zetten uiterlijk op 9 december 2026, geldt voor producten die vanaf die datum in de handel komen. Zij behandelt software als product, betrekt het zelflerend vermogen bij de beoordeling van een gebrek en verbiedt contractuele uitsluiting jegens de benadeelde. Artikel 26 AI Act verplicht gebruikers van hoog-risicosystemen volgens de huidige tijdlijn vanaf 2 december 2027 (bijlage III) en 2 augustus 2028 (hoog-risicosystemen in producten) tot menselijk toezicht en het bewaren van logs. Die logs bepalen straks mede of een gebruiker kan aantonen dat schade onvoorzienbaar was. Het artikel opent bij de Engelse deodand, die tot 1846 het voorwerp zelf verbeurd verklaarde, en sluit af met vijf vragen over aansprakelijkheid voor AI-agents in contract, logs en verzekering.

Meer lezen
Thomson Reuters tegen Ross (Derde Circuit, 29 september 2026): wat het hoger beroep over AI-training op Westlaw-headnotes betekent voor tekst- en datamining en artikel 53 AI Act

Wat het Derde Circuit op 29 september 2026 besliste

Het Amerikaanse hof van beroep voor het Derde Circuit heeft op 29 september 2026 de uitspraak bevestigd in de zaak die Thomson Reuters, eigenaar van Westlaw, sinds 2020 voert tegen Ross Intelligence. Ross trainde een AI-zoekmachine voor juristen met materiaal dat volgens Thomson Reuters was afgeleid van de headnotes van Westlaw, de korte redactionele samenvattingen bij uitspraken. Het hof verwierp volgens Reuters en PYMNTS het beroep van Ross op fair use. De motivering is verzegeld. Het gaat om de eerste uitspraak van een Amerikaans hof van beroep over AI-training en auteursrecht, en om een niet-generatief systeem dat concurreerde met de bron waarop het was getraind. Ross had zijn platform al in januari 2021 gesloten vanwege de proceskosten.

Hoe het Nederlandse en Europese recht dezelfde vraag benadert

Volgens artikel 11 Auteurswet bestaat er geen auteursrecht op rechterlijke uitspraken. Wat een uitgever toevoegt, zoals noten, samenvattingen en registers, kan wel beschermd zijn als het een eigen intellectuele schepping is. Daarnaast beschermt de Databankenwet substantiële investeringen in juridische databanken. Europa kent geen fair use. De ruimte voor training zit in de uitzondering voor tekst- en datamining van artikel 15o Auteurswet. Die vereist rechtmatige toegang en geldt niet als de rechthebbende een passend voorbehoud heeft gemaakt, bij online inhoud machineleesbaar. Een contractueel verbod op AI-training in abonnementsvoorwaarden is een afzonderlijk mechanisme dat de abonnee als contractpartij bindt. De ruimere uitzondering van artikel 15n geldt alleen voor wetenschappelijk onderzoek door onderzoeksorganisaties en erfgoedinstellingen.

Voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden komt daar artikel 53 AI Act bij: sinds 2 augustus 2025 moeten zij een auteursrechtbeleid voeren en een openbare samenvatting van hun trainingsinhoud publiceren, ongeacht waar zij trainden. Voor modellen die al vóór die datum op de markt waren, loopt de overgangstermijn tot 2 augustus 2027. De Commissie kan sinds 2 augustus 2026 boetes opleggen.

Waarom dit Nederlandse legal-tech en afnemers raakt

De uitspraak kan de licentiekosten en toetredingsdrempels verhogen voor wie op de redactionele laag van juridische informatie wil trainen. Hoe ver dat reikt, blijft onzeker zolang de motivering verzegeld is. Open data van de Rechtspraak bieden een alternatief, met als beperking dat slechts een deel van de uitspraken wordt gepubliceerd. Het artikel bespreekt de geschiedenis van Wheaton v. Peters (1834), de Europese regels en vijf vragen voor ontwikkelaars en afnemers, waaronder wie in het contract het risico van een inbreukclaim over trainingsdata draagt.

Meer lezen
Oproep tot controle van frontier-AI (22 september 2026): wat premier Jetten tekende, wat de artikelen 51 tot 55 AI Act al regelen en wanneer een toezichtorgaan een verdrag vraagt

Wat premier Jetten op 22 september 2026 ondertekende

Tijdens de Algemene Vergadering van de VN ondertekenden vertegenwoordigers van twintig landen en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de verklaring A Call for Control of Frontier AI Models. Namens Nederland tekende premier Rob Jetten. De Verenigde Staten, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk staan niet op de lijst. De tekst vraagt drie dingen: bedrijven moeten hun modellen vóór ingebruikname testen en onafhankelijk laten evalueren, overheden moeten standaarden afstemmen en ernstige veiligheidsincidenten gezamenlijk rapporteren, en VN-lidstaten moeten onderzoeken of er een internationale instelling voor frontier-AI kan komen die standaarden vaststelt, verificatie mogelijk maakt en staten bijeenroept wanneer capaciteitsdrempels worden overschreden.

Wat de AI Act al regelt voor modellen met systeemrisico

Voor de Europese Unie bestaat een deel van die verzoeken al als recht. Sinds 2 augustus 2025 gelden de artikelen 51 en 55 van de AI Act voor aanbieders van modellen voor algemene doeleinden met systeemrisico: modelevaluatie met adversariële tests, risicobeperking, cyberbeveiliging en het melden van ernstige incidenten aan het AI-bureau; voor oudere modellen loopt een overgangstermijn tot 2 augustus 2027. Een algemene plicht tot onafhankelijke evaluatie vóór release kent de verordening niet. Artikel 92 laat het AI-bureau zelf evalueren met onafhankelijke deskundigen, en sinds 2 augustus 2026 kan de Commissie boetes opleggen. Twee punten gaan verder dan de verordening: een internationale uitwisseling van incidentmeldingen, en menselijke controle over het model zelf.

Wanneer een internationaal toezichtorgaan een verdrag vraagt

Een diplomatieke verklaring bindt de Staat niet. De verklaring laat de vorm van de instelling open. Een nieuw orgaan dat bij Nederlandse aanbieders of datacenters zelfstandig kan verifiëren, vraagt een verdrag; de Grondwet regelt de goedkeuring en de overdracht van bevoegdheden in artikel 91 en 92 Grondwet. Voor zover zo'n verdrag de regels van de AI Act kan aantasten, is de Unie op grond van artikel 3 VWEU exclusief bevoegd; of het gehele verdrag uitsluitend door de Unie wordt gesloten, hangt af van de volledige inhoud. Het Internationaal Atoomenergieagentschap laat zien hoe lang dat kan duren: van de toespraak van Eisenhower in 1953 tot de eerste inspectie in februari 1962 ging ruim acht jaar voorbij; het Non-proliferatieverdrag, in werking sinds 1970, vormde daarna de basis voor verdere uitbreiding. Het artikel bespreekt ook wat de ontbrekende handtekeningen van de Verenigde Staten en China betekenen voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen, hoe de verklaring aansluit op het risicorapport van de Europese financiële toezichthouders van 23 september 2026, en welke vijf vragen een organisatie aan haar modelleverancier kan stellen over evaluatie, incidentmeldingen en modelwijzigingen.

Meer lezen