Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich niet in een juridisch vacuüm. Met die boodschap droeg AIRecht-oprichter Mauritz Kop bij aan het werk van het Rathenau Instituut over AI en recht, met in 2020 een inventarisatie van de Europese wetgeving rond AI in de zorg.
Een dicht web van bestaande regels
De inventarisatie laat zien hoeveel recht er al van toepassing is: productveiligheid en de Medical Devices Regulation, de AVG met haar Data Protection Impact Assessment, consumenten- en patiëntenrechten, en sectorspecifieke kwaliteitsnormen onder toezicht van EMA en Farmatec. Door alles heen loopt het Europese voorzorgsbeginsel.
Eigendom, grondrechten en nieuwe AI-regels
Kop bracht ook de lastige randen in kaart: wie is eigenaar van een AI-uitvinding zonder menselijke maker, hoe verhouden grondrechten als privacy en non-discriminatie zich tot zorg-AI, en hoe de toen nog komende AI-wetgeving (CAHAI, het Commissie-White-Paper, en uiteindelijk de EU AI Act) bovenop de bestaande sectorale regels zou komen te staan.
Waarom dit advies ertoe doet
De kern is een waarschuwing tegen een denkfout: het idee dat één AI-wet alles regelt. De werkelijkheid is multidisciplinair en cross-sectoraal. Wie het hele speelveld overziet, kan innovatie ruimte geven zonder de waarborgen los te laten. Verder lezen over de datadimensie kan in We hebben dringend een recht op dataprocessing nodig.
Meer lezen