Informatieverzoeken van de Europese Commissie aan ruim 30 AI-bedrijven (augustus 2026): artikel 91 AI Act, boetes tot 3 procent onder artikel 101 en wat Nederlandse afnemers in hun contract regelen
Op 18 oktober 1989 deed het Hof van Justitie uitspraak in een zaak van het Franse chemieconcern Orkem. De Europese Commissie had het bedrijf in een kartelonderzoek een vragenlijst gestuurd, en Orkem weigerde een deel van de vragen te beantwoorden. Het Hof trok een grens die het Europese toezichtsrecht nog steeds draagt: de Commissie mag een onderneming dwingen feiten en documenten te leveren, maar zij mag haar niet dwingen een overtreding te bekennen die de Commissie zelf moet bewijzen. Zevenendertig jaar later stuurt dezelfde Commissie vragenlijsten aan een nieuwe sector. Eind augustus 2026 gingen informatieverzoeken onder de AI Act naar meer dan dertig bedrijven die AI-modellen voor algemene doeleinden aanbieden. Het is de eerste zichtbare toezichtsronde op deze modellen, en de vraag welke grenzen daarbij gelden is weer actueel.
Wat de Commissie op 1 september 2026 bekendmaakte, en wat Analytics Insight op 10 oktober over Henna Virkkunen meldde
Op 1 september 2026 bevestigde de Commissie dat zij informatieverzoeken had gestuurd aan meer dan dertig bedrijven in de AI-sector. Uitvoerend vicevoorzitter Henna Virkkunen schreef in een LinkedIn-bericht dat de ontvangers over de hele wereld gevestigd zijn, en woordvoerder Thomas Regnier zei dat de vragen vooral over veiligheid en de naleving van het auteursrecht gingen, meldde persbureau AFP. De Commissie noemde geen namen. Zij omschreef de verzoeken als een voorbereidende stap, voorafgaand aan een mogelijk formeel onderzoek.
Euractiv beschreef op 26 augustus twee sporen. Ontwikkelaars van geavanceerde modellen kregen vragen over fysieke en digitale beveiliging tegen diefstal van het model, over de toegang die externe veiligheidsevaluatoren krijgen, over wat zij met aanbevelingen van buiten doen en over het monitoren van gebruik na de introductie. Het tweede spoor ging over auteursrecht en richtte zich op aanbieders die de verplichte samenvatting van hun trainingsdata niet hadden gepubliceerd of eerdere informele vragen hadden laten liggen. De aanleiding lag in juli: OpenAI erkende dat een model tijdens beveiligingstests een programmeursplatform was binnengedrongen, en Anthropic meldde dat een model bij tests ongeautoriseerd toegang had gekregen tot drie externe organisaties.
Op 10 oktober berichtte Analytics Insight dat Virkkunen had bevestigd dat ook Chinese AI-bedrijven verzoeken hadden ontvangen en dat de Commissie de antwoorden nu beoordeelt. In de berichtgeving daarover staat dat overtreders boetes tot 7 procent van de wereldwijde jaaromzet riskeren. Voor deze aanbieders klopt dat percentage niet, zoals hieronder blijkt.
Welke bevoegdheden artikel 91, 92 en 93 van de AI Act de Commissie sinds 2 augustus 2026 geven
De verplichtingen voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden gelden sinds 2 augustus 2025. De handhavingsbevoegdheden van de Commissie volgden een jaar later: hoofdstuk IX, waarin het toezicht op deze aanbieders is geregeld, en de boetebepaling van artikel 101 vallen onder de algemene toepassingsdatum van de AI Act, 2 augustus 2026. De verzoeken van eind augustus kwamen dus enkele weken nadat de Commissie ze kon afdwingen.
Artikel 91 lid 1 laat de Commissie de documentatie opvragen die een aanbieder onder artikel 53 en 55 moet bijhouden, en daarnaast alle andere informatie die nodig is om de naleving te beoordelen. Lid 2 staat een gestructureerde dialoog toe voordat het formele verzoek komt; de informele vragen uit het auteursrechtspoor passen in dat stadium. Lid 4 schrijft voor wat een formeel verzoek moet vermelden: rechtsgrond, doel, de gevraagde informatie, een termijn en de boetes voor onjuiste, onvolledige of misleidende antwoorden. Volgens lid 5 blijft de aanbieder volledig verantwoordelijk, ook als een advocaat namens hem antwoordt. Artikel 92 geeft de Commissie daarna de bevoegdheid een model zelf te laten evalueren, ook door onafhankelijke deskundigen. Artikel 93 gaat het verst: de Commissie kan een aanbieder verzoeken maatregelen te nemen, risico's te beperken of een model van de markt te halen. Hoe zulke evaluatoren in de praktijk werken, besprak AIRecht eerder bij de ingebedde evaluatoren van artikel 55 en 92.
Waarom de boete voor deze aanbieders maximaal 3 procent of 15 miljoen euro bedraagt
Het percentage van 7 procent komt uit artikel 99 lid 3. Dat geldt voor de verboden AI-praktijken van artikel 5, met een vast maximum van 35 miljoen euro. Voor aanbieders van modellen voor algemene doeleinden heeft de wetgever een eigen regeling getroffen. Artikel 101 lid 1 stelt de boete op ten hoogste 3 procent van de wereldwijde jaaromzet of 15 miljoen euro, als dat hoger is. De boete vereist opzet of nalatigheid en kan volgen op vier gedragingen: het schenden van de verplichtingen zelf, het niet of onjuist beantwoorden van een verzoek onder artikel 91, het negeren van een maatregel onder artikel 93 en het weigeren van toegang voor een evaluatie.
Het tweede onderdeel verdient aandacht. Een onvolledig antwoord op een vragenlijst is op zichzelf beboetbaar, los van de vraag of het model aan de regels voldoet. Wie nu antwoordt, legt dus vast wat later als bewijs dient. Artikel 101 lid 2 verplicht de Commissie haar voorlopige bevindingen mee te delen en de aanbieder te horen. Lid 5 geeft het Hof van Justitie volledige rechtsmacht om de boete te vernietigen, te verlagen of te verhogen. Lid 6 draagt de Commissie op de procedurele waarborgen in uitvoeringshandelingen uit te werken. Op dat punt keert Orkem terug. De Commissie mag vragen hoe een model tegen diefstal is beveiligd. Een vraag die neerkomt op de erkenning dat de beveiliging tekortschoot, raakt aan de grens die het Hof in 1989 trok. Ter vergelijking, en los van de procedure die voor de Commissie geldt: het Nederlandse bestuursrecht kent een vergelijkbare spanning. Artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht iedereen mee te werken met een toezichthouder. Artikel 5:10a geeft wie wordt verhoord met het oog op een bestraffende sanctie tegen hemzelf het recht om niet te antwoorden. Dat zwijgrecht ziet op verklaringen en laat de plicht om bestaande documenten te leveren in stand.
Hoe het auteursrechtspoor aansluit op artikel 53 AI Act en artikel 15o Auteurswet
Artikel 53 lid 1 onder c verplicht aanbieders tot een beleid dat het Unierecht inzake auteursrecht naleeft, waaronder het voorbehoud dat rechthebbenden onder artikel 4 lid 3 van de DSM-richtlijn kunnen maken tegen tekst- en datamining. In Nederland staat die uitzondering in artikel 15o van de Auteurswet; een voorbehoud moet daar op een passende wijze worden gemaakt, bij online materiaal machineleesbaar. Onderdeel d verplicht tot een openbare, voldoende gedetailleerde samenvatting van de trainingsdata, volgens het sjabloon van het AI-bureau. Juist die samenvatting ontbrak volgens Euractiv bij een deel van de ontvangers.
Voor Nederlandse uitgevers, fotografen en omroepen is dat de bruikbaarste kant van deze ronde. Een gepubliceerde samenvatting is voor een rechthebbende een openbaar aanknopingspunt om mogelijke opname van beschermde werken nader te onderzoeken; om vast te stellen dat een opt-out is genegeerd, is doorgaans meer bewijs nodig. Ontbreekt de samenvatting, dan heeft de rechthebbende minder houvast. In de bespreking van Thomson Reuters v. Ross liet AIRecht zien hoe een Amerikaanse rechter over training op juridische samenvattingen oordeelt. In Europa gaat de discussie eerst over de vraag of het verplichte overzicht er überhaupt is. Een kanttekening: voor modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt kwamen, geeft artikel 111 lid 3 aanbieders tot 2 augustus 2027 om aan de verplichtingen te voldoen.
Wat Nederlandse bedrijven die een AI-model inkopen of aanpassen in hun contract regelen
De verzoeken gaan naar aanbieders van de modellen. Een Nederlandse verzekeraar, gemeente of softwarebedrijf dat zo'n model via een API gebruikt, ontvangt ze niet. Toch raakt de ronde die afnemers. Een maatregel onder artikel 93 kan de beschikbaarheid van een model beperken. Een aanbieder die zijn trainingsdata niet kan verantwoorden, is een leverancier met een openstaand risico. En wie een model ingrijpend bijstuurt, kan zelf aanbieder worden: de richtsnoeren die de Commissie in juli 2025 over deze modellen publiceerde, gebruiken als indicatie een aanpassing met meer dan een derde van de oorspronkelijke trainingsrekenkracht. De volgende vijf punten horen daarom in een overeenkomst met een modelaanbieder:
- Documentatie voor afnemers. Artikel 53 lid 1 onder b en bijlage XII verplichten de aanbieder informatie te verstrekken aan wie het model in een eigen systeem integreert. Leg vast welke documenten u krijgt en wanneer ze worden bijgewerkt.
- Melding van toezicht. Een verplichting om de afnemer te informeren over een maatregel onder artikel 93 die de dienst raakt, voor zover de aanbieder daarover mag spreken.
- Continuïteit en exit. Wat gebeurt er met prijs, termijn en gegevens als een model wordt beperkt of van de markt gehaald.
- Trainingsdata. Een verwijzing naar de gepubliceerde samenvatting en een vrijwaring voor auteursrechtclaims die voortkomen uit de training.
- De eigen rol. Een beschrijving van de aanpassingen die u zelf doet, zodat helder blijft wie aanbieder is.
Eerder beschreef AIRecht hoe zulke leveranciersafspraken prompts, data en output regelen. De informatieverzoeken voegen daar een toezichtsdimensie aan toe. Het publieke belang is concreet: burgers en bedrijven gebruiken deze modellen al in zorgcorrespondentie, klantcontact en beleidsvoorbereiding, en deze verzoeken vormen een concrete stap in het Europese toezicht op hun beveiliging en hun trainingsdata. De antwoorden worden daarmee niet automatisch openbaar. Hoe de Commissie ze weegt, bepaalt hoeveel die stap waard is. Nederland pleitte op 22 september al voor internationale controle op frontier-AI; deze ronde laat zien hoe het Europese deel daarvan nu werkt.
Wilt u weten wat uw eigen overeenkomst met een AI-leverancier zegt over documentatie, beschikbaarheid en auteursrecht? Met de contractscan leest u uw contract clausule voor clausule door en ziet u snel waar het nog ontbreekt. Zet u zelf AI in richting klanten, dan laat de AI-transparantiescan zien welke uitleg u al geeft en welke nog mist.
Bronnen: AFP via The Star, EU questions dozens of companies using new AI powers (2 september 2026); Euractiv via Freevacy, EU Commission flexes its AI Act enforcement muscles with flurry of information requests (26 augustus 2026); Analytics Insight, Can the EU AI Act Control Rogue AI? Brussels Defends its Regulatory Framework (10 oktober 2026); Verordening (EU) 2024/1689 (AI Act), artikelen 53, 55, 91-93, 99, 101, 111 en 113; Hof van Justitie, Orkem/Commissie, zaak 374/87 (18 oktober 1989); Richtlijn (EU) 2019/790, artikel 4; Auteurswet, artikel 15o; Algemene wet bestuursrecht, artikelen 5:10a en 5:20. Bronnen geraadpleegd op 11 oktober 2026. Dit artikel is gepubliceerde analyse, geen juridisch advies.