Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Berichten met de tag GPAI
Informatieverzoeken van de Europese Commissie aan ruim 30 AI-bedrijven (augustus 2026): artikel 91 AI Act, boetes tot 3 procent onder artikel 101 en wat Nederlandse afnemers in hun contract regelen

Eind augustus 2026 stuurde de Europese Commissie informatieverzoeken aan meer dan dertig bedrijven die AI-modellen voor algemene doeleinden aanbieden. Op 1 september bevestigde de Commissie die ronde; volgens woordvoerder Thomas Regnier gingen de vragen vooral over veiligheid en auteursrecht. Op 10 oktober berichtte Analytics Insight dat uitvoerend vicevoorzitter Henna Virkkunen had bevestigd dat ook Chinese AI-bedrijven vragen kregen en dat de antwoorden nu worden beoordeeld. Het is de eerste zichtbare toezichtsronde op deze modellen sinds de handhavingsbevoegdheden van de AI Act op 2 augustus 2026 van toepassing werden.

Wat artikel 91 en 101 van de AI Act de Commissie toestaan

Artikel 91 laat de Commissie de documentatie opvragen die aanbieders onder artikel 53 en 55 moeten bijhouden, en alle andere informatie die nodig is om de naleving te beoordelen. Een formeel verzoek vermeldt rechtsgrond, doel, termijn en de boetes voor onjuiste of onvolledige antwoorden. In de berichtgeving circuleert een maximum van 7 procent van de wereldwijde omzet; dat percentage hoort bij de verboden AI-praktijken. Voor aanbieders van deze modellen bepaalt artikel 101 de AI Act-boete op ten hoogste 3 procent van de wereldwijde jaaromzet of 15 miljoen euro, als dat hoger is, en alleen bij opzet of nalatigheid. Ook een onvolledig antwoord op een vragenlijst is op zichzelf beboetbaar.

Waarom het Orkem-arrest van 1989 weer actueel is

In 1989 bepaalde het Hof van Justitie in de zaak Orkem dat de Commissie een onderneming kan dwingen feiten en documenten te leveren, maar niet een overtreding te bekennen. Die grens geldt ook nu de Commissie vraagt hoe een model tegen diefstal is beveiligd en hoe externe evaluatoren toegang krijgen. Het Nederlandse bestuursrecht, dat niet de procedure van de Commissie regelt, kent een vergelijkbare spanning tussen de medewerkingsplicht van artikel 5:20 Awb en het zwijgrecht van artikel 5:10a Awb. Dat zwijgrecht geldt voor wie wordt verhoord met het oog op een bestraffende sanctie, ziet op verklaringen en laat de plicht om bestaande documenten te leveren in stand.

Wat dit betekent voor Nederlandse afnemers en rechthebbenden

Het auteursrechtspoor richt zich op aanbieders die de verplichte samenvatting van hun trainingsdata niet publiceerden. Voor uitgevers en fotografen is die samenvatting een openbaar aanknopingspunt om na te gaan of beschermde werken mogelijk zijn gebruikt ondanks een opt-out onder artikel 15o Auteurswet; voor bewijs is doorgaans meer nodig. Bedrijven die een model inkopen, regelen in hun contract met een AI-leverancier documentatie, melding van toezichtsmaatregelen, continuïteit, trainingsdata en hun eigen rol. Het artikel werkt die vijf punten uit en laat zien welke bevoegdheden de Commissie heeft als zij een model wil laten evalueren of van de markt wil halen.

Meer lezen
Mag een pacing-afspraak tussen AI-labs onder artikel 101 VWEU? Fergusons waarschuwing van 15 september 2026, het AdBlue-kartelbesluit van 8 juli 2021 en de route van artikel 56 AI Act

Op 8 juli 2021 beboette de Europese Commissie BMW en de Volkswagen-groep voor 875 miljoen euro omdat zij met Daimler hadden afgesproken hoe groot de AdBlue-tank in hun dieselauto's zou zijn. Niemand had prijzen afgesproken; de fabrikanten hadden afgesproken om niet te wedijveren op schoner rijden dan de wet eiste. Het was het eerste kartelbesluit dat uitsluitend rustte op een beperking van de technische ontwikkeling, het verbod uit artikel 101, lid 1, onder b, VWEU. Dit artikel legt dat besluit naast wat Dario Amodei op 12 september 2026 aan de Amerikaanse overheid vroeg: een smalle antitrustvrijstelling zodat AI-laboratoria samen het tempo van hun ontwikkeling kunnen afspreken.

Wat Ferguson op 15 september 2026 zei en wat Khan twee dagen eerder schreef

FTC-voorzitter Andrew Ferguson zei op 15 september 2026 dat iedereen "deeply suspicious" moet zijn van AI-bedrijven die om antitrustvrijstellingen vragen terwijl ze tegelijk lobbyen voor nieuwe regels. Oud-voorzitter Lina Khan bracht op 13 september het spiegelbeeld naar voren: er bestaat volgens haar geen AI-uitzondering op bestaande wetten, en zij wees op FTC v. Keppel uit 1934 als mogelijk aanknopingspunt voor een lab dat onveilige systemen uitbrengt en concurrenten zo onder druk zet. In vier dagen kreeg de Amerikaanse discussie zo twee vragen: mag men samen vertragen, en wat gebeurt er als één partij alleen versnelt.

Welke ruimte de Horizontale Richtsnoeren van 2023 en de ACM-beleidsregel bieden

In de EU bestaat geen individuele ontheffing meer; partijen beoordelen zelf of hun afspraak aan artikel 101, lid 3, voldoet. Hoofdstuk 9 van de Richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten van 21 juli 2023 geeft in punt 549 zes cumulatieve voorwaarden voor duurzaamheidsnormeringsafspraken tussen concurrenten, en de ACM-beleidsregel van oktober 2023 volgt die aanpak; wie erbuiten valt, krijgt een individuele beoordeling. Het artikel houdt drie soorten afspraken uit elkaar: een gezamenlijke veiligheidsnorm, een gezamenlijke afspraak om een model niet uit te brengen, en een gezamenlijk plafond aan trainingsrekenkracht. De laatste is in de vergelijking de omvang van de tank, en de vier voorwaarden van artikel 101, lid 3, worden per stuk nagelopen.

Waarom artikel 56 AI Act een nalevingskanaal is en geen antwoord op de tempovraag

Amodei vraagt om een forum waarin de overheid het gesprek mogelijk maakt zonder mee te praten. In de EU bestaat zo'n forum met een beperkter doel: artikel 56 van de AI-verordening draagt het AI-bureau op praktijkcodes voor AI-modellen voor algemene doeleinden te faciliteren, en de code van 10 juli 2025 biedt een aanbieder van een model met systeemrisico een manier om zijn eigen naleving jegens de toezichthouder aan te tonen. Zij is vrijwillig, legt geen gezamenlijk ontwikkelingstempo vast en spreekt niet over rekenkracht; punt 597 van de richtsnoeren maakt bovendien duidelijk dat betrokkenheid van een overheid een afspraak niet aan artikel 101 onttrekt. Het artikel sluit af met vijf toetsvragen voor een onderneming die overweegt aan een veiligheidsafspraak met concurrenten mee te doen, en met wat dit betekent voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen en voor de rol van de ACM.

Meer lezen
Ingebedde AI-evaluatoren bij Anthropic en OpenAI: wat de beloften van 12 september 2026, het Senaatsontwerp van Thune, Cruz en Klobuchar en artikel 55 en 92 AI Act voor Nederlandse afnemers betekenen

Op 12 september 2026 beloofde Dario Amodei in het essay We Must Pace the Frontier dat Anthropic een team externe evaluatoren permanent in huis gaat halen, met bureaus, toegangspassen en het recht om bevindingen te publiceren zonder redactionele controle. Sam Altman zegde dezelfde dag op X toe dat OpenAI hetzelfde doet. Een dag eerder, op 11 september, meldde Politico dat senatoren Thune, Cruz en Klobuchar werken aan een wet die gevaarlijke capaciteiten vóór de release aan het Department of Commerce laat melden, met een injunction als stok achter de deur. Dit artikel legt beide ontwikkelingen naast de architectuur die de EU al heeft: artikel 55 en 92 van de AI-verordening.

Wat de belofte van 12 september 2026 inhoudt

De ingebedde evaluatoren van Anthropic beoordelen afgeronde modellen én de trainingspijplijn waarin die ontstaan, melden incidenten en mogen openbaar zeggen wanneer een schrapping door het bedrijf iets wezenlijks heeft weggenomen. Dat verschilt van het programma dat OpenAI in november 2025 beschreef, waarin externe beoordelaars een geheimhoudingsovereenkomst tekenden en OpenAI publicaties vooraf goedkeurde. De opening ligt bij het Nederlandse Stoomwezen (keuringsvoorschriften 1824, Dienst 1855, Stoomwet 1869): de keurmeester die door het mangat de ketel in kroop.

Wat artikel 55 AI Act eist sinds 2 augustus 2025, en artikel 92 sinds 2 augustus 2026

Hoofdstuk V van Verordening (EU) 2024/1689 verplicht aanbieders van modellen met systeemrisico tot evaluatie met adversariële tests, risicobeperking, incidentmelding aan het AI-bureau en cyberbeveiliging. Artikel 92 geeft de Commissie sinds 2 augustus 2026 de bevoegdheid om, na raadpleging van de AI-board, zelf een model te evalueren wanneer de informatie over de naleving tekortschiet of bij een onderzoek naar systeemrisico's, met toegang tot API's en broncode, en sinds diezelfde dag gelden de boetes van artikel 101: tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, naargelang welk bedrag hoger is. Het stuk legt uit waarom een evaluatie door het AI-bureau iets anders is dan een evaluator die permanent binnen zit, en welke drie elementen bepalen of zo'n toezegging iets waard is: reikwijdte van de toegang, publicatierecht en de vraag wie de evaluator betaalt.

Wat een Nederlandse afnemer hiermee doet

Voor bedrijven, ziekenhuizen en gemeenten die een frontier-model inbouwen, verschuift de vraag van beleid naar contract. Artikel 53 geeft integrerende aanbieders recht op documentatie, artikel 25 maakt een afnemer soms zelf aanbieder, en voor software die na 9 december 2026 in de handel komt telt de nieuwe productaansprakelijkheid mee. Het artikel sluit af met vijf vragen aan uw leverancier over externe evaluatie, van de omschrijving van de toegang tot een opschortingsrecht als het lab zijn toezegging intrekt.

Meer lezen
Na 17.000 machinehandelingen begint het juridische incidentdossier

Een aanval die bleef doorwerken

Hugging Face meldde op 16 juli 2026 een cyberincident dat volgens het bedrijf van begin tot eind door een autonoom agentsysteem werd uitgevoerd. Een kwaadaardige dataset misbruikte twee code-executiepaden in de dataverwerking. Daarna volgden toegang op nodeniveau, het verzamelen van credentials en laterale beweging door interne clusters. Het bedrijf reconstrueerde meer dan 17.000 gebeurtenissen uit de aanvallerslog. Hugging Face vond geen aanwijzingen dat openbare modellen, datasets, Spaces of de software supply chain waren gemanipuleerd.

De melding laat één belangrijk gat open: het gebruikte taalmodel is niet bekend. Dat is juridisch gezond. Een autonome campagne bestaat uit een model, een uitvoeringsharnas, tools, accounts, kwetsbare software en toegekende bevoegdheden. Wie meteen een modelmerk aanwijst, slaat de causale keten over. De verdedigende kant gebruikte eveneens AI: Hugging Face analyseerde de logs lokaal met een open-weight model, omdat commerciële API's echte aanvalspayloads blokkeerden en omdat credentials en aanvallersdata zo binnen de eigen omgeving bleven.

Vier routes, vier verschillende vragen

Het label AI-incident bepaalt nog geen meldplicht. Artikel 55 AI Act richt zich op aanbieders van general-purpose AI-modellen met systeemrisico en noemt adversarial testing, risicobeheersing, incidentdocumentatie en cyberbeveiliging. Artikel 73 ziet op aanbieders van high-risk AI-systemen en koppelt melding aan wettelijk omschreven ernstige gevolgen. Wanneer een onderzoeksingreep het systeem zo zou wijzigen dat latere oorzaakevaluatie wordt beïnvloed, moet de aanbieder de bevoegde autoriteiten daar vooraf over informeren; deze regel blokkeert onmiddellijke containment of noodzakelijke correctie niet.

NIS2 beoordeelt significante incidenten bij entiteiten die binnen haar sectorale scope vallen. De Nederlandse Cyberbeveiligingswet is inmiddels gepubliceerd en treedt op 15 augustus 2026 in werking; zij vervangt dan de Wbni. De AVG kijkt naar een inbreuk in verband met persoonsgegevens en het risico voor betrokkenen. Contracten kunnen al bij gestolen credentials of ongeautoriseerde toegang een melding eisen. Eén technisch incident kan daardoor verschillende klokken starten, met andere adressaten en drempels. De gedeelde tijdlijn moet vastleggen wanneer een team iets zag, wat het toen wist en waarom een route wel of niet is geactiveerd.

Van actielog naar controleerbaar bewijs

Een machine kan duizenden gebeurtenissen snel samenvatten. Een toezichthouder heeft daarnaast bronlogs, tijdstempels, systeem- en modelversies, accountrechten, beslissingen en resterende onzekerheden nodig. De ruwe feiten en de interpretatie horen in afzonderlijke lagen. Wie alleen de door een model geschreven tijdlijn bewaart, kan later niet meer aantonen welke gebeurtenis is weggelaten of verkeerd verbonden. Forensisch bewijsbehoud omvat daarom ook de versie en configuratie van het verdedigende model.

Een overdraagbaar incidentdossier verbindt per gebeurtenis de actor, bevoegdheid, getroffen component, bronlog, impact, juridische route, maatregel en externe melding. Die structuur maakt onderscheid tussen de aanvallende agent, het verdedigende analysemodel en een eventueel getroffen AI-product. Zij maakt ook zichtbaar wie een agent kon stilzetten en welke leverancier toegang tot de relevante logs had. De juridische arbeid begint dus op het moment dat de technische reconstructie snel genoeg lijkt.

Meer lezen
De energierekening van AI krijgt een juridisch adres

Van model naar meter

Op 22 juli 2026 presenteerde het Amerikaanse Department of Energy de eerste geselecteerde projecten van de Genesis Mission. AI, nationale laboratoria en energieonderzoek kwamen daar zichtbaar in één programma samen. Voor Europa is dat vooral een bruikbare spiegel. Een AI-model bestaat juridisch vaak als software of dienst, terwijl het fysiek draait op accelerators, opslag, netwerken en koeling. De elektriciteitsrekening van het datacenter vertelt nog niet welk deel bij één model, klant of antwoord hoort. Training, finetuning en inferentie hebben verschillende belastingsprofielen; ook de keuze tussen chip, server of heel gebouw als meetgrens verandert de uitkomst. AI-energieverbruik wordt daardoor pas betekenisvol wanneer modelversie, hardware, rekenlocatie, meetperiode en systeemgrens erbij staan.

Twee Europese meetlagen

Europa heeft al een fysieke meetlaag. Artikel 12 van de Energie-efficiëntierichtlijn verlangt gegevens over de energieprestaties van datacenters. Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1364 werkt de indicatoren uit voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van ten minste 500 kW, waaronder energie, water, temperatuur, hergebruik van restwarmte en hernieuwbare energie. De Europese databank maakt geaggregeerde beoordeling mogelijk. Deze route kijkt naar de exploitant en de locatie. De AI Act legt een tweede laag bij het model: GPAI-aanbieders moeten technische documentatie bijhouden, waarbij bijlage XI ook bekend of geschat energieverbruik noemt. Hoofdstuk V geldt sinds 2 augustus 2025; aanbieders van modellen die al vóór die datum op de markt waren, hebben volgens artikel 111, lid 3, tot 2 augustus 2027 om te voldoen. Artikel 53, lid 2, bevat daarnaast onder voorwaarden een uitzondering voor bepaalde vrije en opensource-GPAI zonder systeemrisico. Een datacenterrapport en een modelschatting sluiten alleen op elkaar aan wanneer de betrokken partijen dezelfde meetgrens en allocatiemethode gebruiken.

Het contract verbindt de keten

Een energiebijlage bij een AI- of cloudcontract kan vastleggen welke partij de gebouwmeter, rekentaak en gebruikslogs beheert. Zij benoemt training, finetuning en inferentie afzonderlijk; maakt zichtbaar welke waarden gemeten of geschat zijn; registreert hardware- en locatieveranderingen; en regelt audit, bewaartermijnen en correctie van duurzaamheidsclaims. Dat is ook van belang voor publieke inkoop en netcongestie. Schaarse capaciteit raakt gemeenten, netbeheerders, burgers en kleinere marktpartijen, terwijl gedetailleerde belastingprofielen vertrouwelijk of beveiligingsgevoelig kunnen zijn. Een goede regeling scheidt openbare indicatoren van auditgegevens en klantgebonden toerekening. Zo krijgt de juridische meetketen voor AI één verantwoordelijke partij zonder technisch gevoelige informatie onnodig openbaar te maken.

Meer lezen