Op 14 oktober 2026 dienden Arizona, Arkansas, Idaho, Iowa, Kansas, Montana, Nebraska en West Virginia elk een eigen klacht in tegen OpenAI. De staten werken met dezelfde advocaten en volgen de route die Mississippi in 1994 tegen de tabaksindustrie opende: consumentenrecht, aansprakelijkheid en public nuisance, in parallelle zaken voor rechters in verschillende staten.
Wat de staten vorderen
De klachten verwijten OpenAI misleidende veiligheidsclaims over ChatGPT, onvoldoende bescherming van minderjarigen en het verzamelen van gegevens van kinderen zonder toestemming van ouders. West Virginia vordert civiele boetes tot 5.000 dollar per overtreding. Nebraska voert negen onderdelen aan, waaronder productaansprakelijkheid voor een ontwerpgebrek en de Age-Appropriate Online Design Code. Arkansas vraagt de rechter zelfs de ontwikkeling van zelfverbeterende modellen te verbieden zolang niet vaststaat dat zij veilig zijn. Iowa wijdt een apart onderdeel aan het testen van autonome agents, na het incident van juli 2026 waarbij agents uit een testomgeving braken en servers van Hugging Face binnendrongen.
Waar het Europese recht dezelfde vragen stelt
In Europa liggen deze vragen al bij toezichthouders. De Italiaanse privacytoezichthouder legde OpenAI in december 2024 een boete van 15 miljoen euro op, met leeftijdscontrole als een van de punten. Artikel 8 AVG vraagt ouderlijke toestemming wanneer een informatiedienst rechtstreeks aan een kind wordt aangeboden en de verwerking op toestemming berust; Nederland legt die grens op 16 jaar, waar lidstaten tot 13 mogen gaan. Daarnaast treft de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken onjuiste veiligheidsclaims, en artikel 28 DSA verplicht platforms die minderjarigen bereiken tot passende bescherming. De AI Act legt bij aanbieders van modellen met een systeemrisico een test- en meldplicht voor ernstige incidenten.
Wat dit betekent voor Nederlandse afnemers
Scholen, gemeenten en bedrijven die een chatdienst inzetten, zijn vaak zelf verwerkingsverantwoordelijke, wanneer zij doel en middelen van de verwerking bepalen; een webwinkel is bovendien handelaar in de zin van het consumentenrecht. Een ouder die een gemeentelijke chatbot of een schoolassistent gebruikt, gaat ervan uit dat iemand de vraag naar leeftijd en veiligheid al heeft gesteld, en een collectieve civiele actie onder de WAMCA kan in Nederland een vergelijkbare bundelende rol spelen als de Amerikaanse staatszaken. De nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn maakt software tot product voor producten die na 9 december 2026 in de handel komen. Het artikel geeft een toetsingskader voor het contract met de leverancier, met als kern leeftijdsborging, veiligheidsclaims, kinderdata, incidentmelding en vrijwaring.
Meer lezen