Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Berichten in Mededinging
Mag een pacing-afspraak tussen AI-labs onder artikel 101 VWEU? Fergusons waarschuwing van 15 september 2026, het AdBlue-kartelbesluit van 8 juli 2021 en de route van artikel 56 AI Act

Op 8 juli 2021 beboette de Europese Commissie BMW en de Volkswagen-groep voor 875 miljoen euro omdat zij met Daimler hadden afgesproken hoe groot de AdBlue-tank in hun dieselauto's zou zijn. Niemand had prijzen afgesproken; de fabrikanten hadden afgesproken om niet te wedijveren op schoner rijden dan de wet eiste. Het was het eerste kartelbesluit dat uitsluitend rustte op een beperking van de technische ontwikkeling, het verbod uit artikel 101, lid 1, onder b, VWEU. Dit artikel legt dat besluit naast wat Dario Amodei op 12 september 2026 aan de Amerikaanse overheid vroeg: een smalle antitrustvrijstelling zodat AI-laboratoria samen het tempo van hun ontwikkeling kunnen afspreken.

Wat Ferguson op 15 september 2026 zei en wat Khan twee dagen eerder schreef

FTC-voorzitter Andrew Ferguson zei op 15 september 2026 dat iedereen "deeply suspicious" moet zijn van AI-bedrijven die om antitrustvrijstellingen vragen terwijl ze tegelijk lobbyen voor nieuwe regels. Oud-voorzitter Lina Khan bracht op 13 september het spiegelbeeld naar voren: er bestaat volgens haar geen AI-uitzondering op bestaande wetten, en zij wees op FTC v. Keppel uit 1934 als mogelijk aanknopingspunt voor een lab dat onveilige systemen uitbrengt en concurrenten zo onder druk zet. In vier dagen kreeg de Amerikaanse discussie zo twee vragen: mag men samen vertragen, en wat gebeurt er als één partij alleen versnelt.

Welke ruimte de Horizontale Richtsnoeren van 2023 en de ACM-beleidsregel bieden

In de EU bestaat geen individuele ontheffing meer; partijen beoordelen zelf of hun afspraak aan artikel 101, lid 3, voldoet. Hoofdstuk 9 van de Richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten van 21 juli 2023 geeft in punt 549 zes cumulatieve voorwaarden voor duurzaamheidsnormeringsafspraken tussen concurrenten, en de ACM-beleidsregel van oktober 2023 volgt die aanpak; wie erbuiten valt, krijgt een individuele beoordeling. Het artikel houdt drie soorten afspraken uit elkaar: een gezamenlijke veiligheidsnorm, een gezamenlijke afspraak om een model niet uit te brengen, en een gezamenlijk plafond aan trainingsrekenkracht. De laatste is in de vergelijking de omvang van de tank, en de vier voorwaarden van artikel 101, lid 3, worden per stuk nagelopen.

Waarom artikel 56 AI Act een nalevingskanaal is en geen antwoord op de tempovraag

Amodei vraagt om een forum waarin de overheid het gesprek mogelijk maakt zonder mee te praten. In de EU bestaat zo'n forum met een beperkter doel: artikel 56 van de AI-verordening draagt het AI-bureau op praktijkcodes voor AI-modellen voor algemene doeleinden te faciliteren, en de code van 10 juli 2025 biedt een aanbieder van een model met systeemrisico een manier om zijn eigen naleving jegens de toezichthouder aan te tonen. Zij is vrijwillig, legt geen gezamenlijk ontwikkelingstempo vast en spreekt niet over rekenkracht; punt 597 van de richtsnoeren maakt bovendien duidelijk dat betrokkenheid van een overheid een afspraak niet aan artikel 101 onttrekt. Het artikel sluit af met vijf toetsvragen voor een onderneming die overweegt aan een veiligheidsafspraak met concurrenten mee te doen, en met wat dit betekent voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen en voor de rol van de ACM.

Meer lezen
Nieuw naburig recht voor uitgevers schiet zijn doel voorbij

Dit blog is een transcript van het interview dat AIRecht Managing Partner en Stanford Law School Fellow mr. Mauritz Kop op 1 februari 2021 gaf aan Reinier Kist, Redacteur Digitale Media bij NRC Handelsblad, over intellectueel eigendom en nieuwsaggregatie. Het artikel in NRC is hier te raadplegen: Techbedrijven versus Nieuwsmedia - De grootste nieuwsgrazers betalen liever niet voor journalistiek.

Vergoedingen voor nieuwsaggregatie

Regeringen in Australië, Frankrijk en Nederland proberen machtige tech platforms zoals Google en Facebook te dwingen om te betalen voor het met commercieel oogmerk linken naar en weergeven van korte stukken tekst uit nieuwsartikelen. Het gaat hier om vergoedingen voor nieuwsaggregatie. Hierbij spelen auteursrechten, naburige rechten, fiscaal recht, het contractenrecht en het mededingingsrecht een rol. We zoomen hieronder in op het nieuwe naburige recht voor uitgevers van nieuwsmedia en journalistieke content, dat door de Europese wetgever in artikel 15 van de recente Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt (Directive on Copyright in the Digital Single Market) wordt geïntroduceerd.

Wordingsgeschiedenis van de nieuwe EU Copyright Directive

1. Een belangrijke vraag in het artikel is hoe de implementatie van de Europese copyrighthervorming in Nederland ervoor staat, en of we een Franse licentiedeal ook hier ten lande kunnen verwachten.

Laten we beginnen bij de wordingsgeschiedenis van de nieuwe Copyright Directive. Het gaat bij de EU Copyright Reform om 3 doelstellingen die in de huidige marktconstellatie niet goed verenigbaar zijn. Dit zijn toegang tot hoge kwaliteit legale content voor consumenten (1), een innovatievriendelijk klimaat voor SME’s waaronder startups (2) en handhaving van auteursrechten (3). Daarnaast werd er bij de totstandkoming van deze richtlijn, en tijdens de publieke consultatie stevig gelobbyd door belanghebbenden. Zoals auteursrechthebbenden, collectieve rechteninstanties, consumentenbelangengroepen, online platforms en uitgeverijen. We zagen vervolgens bepaalde wensen van deze partijen terugkomen in de wetsvoorstellen, zowel op Europees als op nationaal niveau. Omdat die wensen vaak compleet tegengesteld zijn aan elkaar, is het resultaat van deze Europese wetgevingsinspanning een ingewikkeld compromis.

Het introduceren van nieuwe lagen IP rechten is zelden een goed idee

We zien dat de verdienmodellen van de oude contentindustrie, het momenteel afleggen tegen de verdienmodellen van de grote internetplatforms. Overheden willen een gezonde markt en een divers ecosysteem voor nieuwsgaring in stand houden. Dat is belangrijk in een democratie. Dat betekent dat je soms corrigerend moet optreden door het introduceren van wetgeving. De vraag is echter of die wetgeving effectief zal zijn. Want als het over 10 jaar niet blijkt te werken, kom je er moeilijk vanaf! Dit geldt des te meer voor intellectuele eigendomsrechten. Het introduceren van nieuwe lagen IP rechten om de effecten van technologische innovatie op de markt en de maatschappij in balans te brengen, is zelden een goed idee. Een voorbeeld van zo’n mislukt wetgevingsproject is de Databankenrichtlijn, die bedoeld was om EU bedrijven een minder nadelige concurrentiepositie te geven ten opzichte van Amerikaanse bedrijven. Maar ook de Copyrightrichtlijn dreigt te ontaarden in een mislukt project en wordt door experts inmiddels algemeen beschouwd als een degeneratie van het auteursrecht.

Meer lezen
Distributiecontracten, Online Verkoop en de Mededingingswet

Onze cliënten stellen ons regelmatig vragen over distributiecontracten, mededinging en online verkoop. Wat moet er eigenlijk allemaal in een distributieovereenkomst staan? Heb ik inkoopvoorwaarden nodig? Bestaat er zoiets als onbegrensde contractvrijheid? En hoe maak ik afspraken met mijn dealernetwerk, zonder dat consumentenrechten worden geschonden? Afspraken die eerlijke concurrentie en marktwerking eerbiedigen?

Wat moet er in een distributiecontract tussen producent en distributeur staan?

Fabrikant en dealer dienen juridisch valide afspraken te maken over de details van de distributie van producten. Die afspraken maken we schriftelijk, op papier dus, en leggen we neer in een distributieovereenkomst. De details zijn uiteraard afhankelijk van de branche, de industrie of de economische sector waarin producent, distributeur of wederverkoper werkzaam zijn, en van de omvang van hun marktaandeel. Ook is het van belang of verkoop aan de consument online in een webwinkel, of offline in een fysieke winkel plaatsvindt of beide.

Groothandel in consumentenelektronica, distributie en wederverkoop

Stel, een groothandel (danwel een fabrikant of producent) specialiseert zich in de verkoop van consumentenelektronica. Zij maakt daarbij gebruik van een distributieketen van door haar geselecteerde wederverkopers. Verkoop vindt plaats via de fysieke winkels van distributeurs, maar tevens online, via webshops. De groothandel is marktleider in het betreffende segment.

Contractvrijheid tussen partijen

Bij het maken van schriftelijke afspraken geldt het beginsel van contractvrijheid tussen partijen. Daarbij gaat het om de rechtsverhouding tussen partijen. Maar deze afspraken dienen natuurlijk ook fair te zijn richting derden, zoals consumenten en de concurrentie. Marktbederf dient te worden voorkomen. Indien er sprake is van een marktaandeel, of een de facto monopolie, dan kunnen voorschriften uit dwingende Europese en Nederlandse wetgeving inzake mededinging, zoals artikel 101 VWEU en artikel 6 van de Mededingingswet (Mw), in de weg staan aan deze contractvrijheid. Een en ander is echter afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Wat doet de Autoriteit Consument en Markt (ACM)?

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet er op toe dat consumentenbelangen worden beschermd, en dat bedrijven op een eerlijke manier met elkaar concurreren. De ACM biedt informatie aan ondernemers over het verkopen van producten en diensten aan consumenten, en richtsnoeren over concurrentie, marktwerking en eerlijke samenwerking tussen bedrijven. Denk aan gedragsregels omtrent prijsafspraken, kartelvorming, concurrentie met overheden, fusies, overnames en joint ventures, maar ook aan regels voor samenwerking tussen ondernemers op het gebied van duurzame innovatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De ACM heeft als missie om spelregels voor bedrijven en consumenten -waaronder ieders rechten en plichten- te geven en te handhaven op het gebied van concurrentie en marktwerking en als zodanig bij te dragen aan een gezonde economie.

Meer lezen