Op 8 juli 2021 beboette de Europese Commissie BMW en de Volkswagen-groep voor 875 miljoen euro omdat zij met Daimler hadden afgesproken hoe groot de AdBlue-tank in hun dieselauto's zou zijn. Niemand had prijzen afgesproken; de fabrikanten hadden afgesproken om niet te wedijveren op schoner rijden dan de wet eiste. Het was het eerste kartelbesluit dat uitsluitend rustte op een beperking van de technische ontwikkeling, het verbod uit artikel 101, lid 1, onder b, VWEU. Dit artikel legt dat besluit naast wat Dario Amodei op 12 september 2026 aan de Amerikaanse overheid vroeg: een smalle antitrustvrijstelling zodat AI-laboratoria samen het tempo van hun ontwikkeling kunnen afspreken.
Wat Ferguson op 15 september 2026 zei en wat Khan twee dagen eerder schreef
FTC-voorzitter Andrew Ferguson zei op 15 september 2026 dat iedereen "deeply suspicious" moet zijn van AI-bedrijven die om antitrustvrijstellingen vragen terwijl ze tegelijk lobbyen voor nieuwe regels. Oud-voorzitter Lina Khan bracht op 13 september het spiegelbeeld naar voren: er bestaat volgens haar geen AI-uitzondering op bestaande wetten, en zij wees op FTC v. Keppel uit 1934 als mogelijk aanknopingspunt voor een lab dat onveilige systemen uitbrengt en concurrenten zo onder druk zet. In vier dagen kreeg de Amerikaanse discussie zo twee vragen: mag men samen vertragen, en wat gebeurt er als één partij alleen versnelt.
Welke ruimte de Horizontale Richtsnoeren van 2023 en de ACM-beleidsregel bieden
In de EU bestaat geen individuele ontheffing meer; partijen beoordelen zelf of hun afspraak aan artikel 101, lid 3, voldoet. Hoofdstuk 9 van de Richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten van 21 juli 2023 geeft in punt 549 zes cumulatieve voorwaarden voor duurzaamheidsnormeringsafspraken tussen concurrenten, en de ACM-beleidsregel van oktober 2023 volgt die aanpak; wie erbuiten valt, krijgt een individuele beoordeling. Het artikel houdt drie soorten afspraken uit elkaar: een gezamenlijke veiligheidsnorm, een gezamenlijke afspraak om een model niet uit te brengen, en een gezamenlijk plafond aan trainingsrekenkracht. De laatste is in de vergelijking de omvang van de tank, en de vier voorwaarden van artikel 101, lid 3, worden per stuk nagelopen.
Waarom artikel 56 AI Act een nalevingskanaal is en geen antwoord op de tempovraag
Amodei vraagt om een forum waarin de overheid het gesprek mogelijk maakt zonder mee te praten. In de EU bestaat zo'n forum met een beperkter doel: artikel 56 van de AI-verordening draagt het AI-bureau op praktijkcodes voor AI-modellen voor algemene doeleinden te faciliteren, en de code van 10 juli 2025 biedt een aanbieder van een model met systeemrisico een manier om zijn eigen naleving jegens de toezichthouder aan te tonen. Zij is vrijwillig, legt geen gezamenlijk ontwikkelingstempo vast en spreekt niet over rekenkracht; punt 597 van de richtsnoeren maakt bovendien duidelijk dat betrokkenheid van een overheid een afspraak niet aan artikel 101 onttrekt. Het artikel sluit af met vijf toetsvragen voor een onderneming die overweegt aan een veiligheidsafspraak met concurrenten mee te doen, en met wat dit betekent voor Nederlandse afnemers van frontier-modellen en voor de rol van de ACM.
Meer lezen