Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Genesis Q (DOE, 17 september 2026): 215 miljoen dollar, in fase II pas bij 100 aangetoonde logische qubits. Wat dit betekent voor Europese quantuminkoop onder Richtlijn 2014/24/EU

In 1714 stelde het Britse parlement met de Longitude Act een prijs van maximaal 20.000 pond in stand voor wie de lengtegraad op zee tot op een halve graad kon bepalen. Het geld lag klaar, maar het werd pas uitbetaald na een proefvaart, beoordeeld door een daarvoor opgerichte Board of Longitude. De klokkenmaker John Harrison doorstond met zijn zeechronometer H4 in 1761 en 1762 de proefvaart naar Jamaica en kreeg de volle som toch niet: de Board eiste herhaling en inzage in het mechanisme, en pas in 1773 kende het parlement hem, buiten de Board om, een laatste bedrag toe. De prijs had drie vaste onderdelen, de maat (een halve graad), de proef (een zeereis) en de scheidsrechter (de Board), en het jarenlange conflict ging precies over wat de Board daarnaast nog mocht eisen. Wie de Longitude Act leest naast wat het Amerikaanse Department of Energy (DOE) op 17 september 2026 aankondigde, ziet dezelfde constructie, met dezelfde open vraag over wie de maat bewaakt.

Antieke laboratoriumbalans in een glazen kast: op de ene ronde messing schaal een goudkleurige quantumchipdrager met koperen connectoren, op de andere een stapel messing gewichten


Wat het DOE op 17 september 2026 aankondigde: Genesis Q, 215 miljoen dollar, en in fase II pas geld bij 100 logische qubits

De Quantum Genesis Q Competition (funding opportunity DE-FOA-0003657) belooft tot 215 miljoen dollar aan bedrijven die als eerste een foutbestendige, wetenschappelijk relevante quantumcomputer laten draaien. Fase I bestaat uit vaste bedragen van hoogstens 1,5 miljoen dollar per deelnemer voor vroege mijlpalen. Het echte geld zit in fase II: een algemene pot van 100 miljoen dollar, te verdelen onder deelnemers die een machine met ten minste 100 logische qubits demonstreren die honderden miljoenen foutbestendige bewerkingen uitvoert, plus twee bonuspotten van elk 50 miljoen dollar voor 150 en 200 logische qubits. Aanvragen moeten binnen zijn op 19 oktober 2026; een informatiebijeenkomst volgt op 25 september 2026.

Twee details bepalen de juridische aard van dit instrument. Ten eerste is van de 215 miljoen dollar slechts 2,5 miljoen in het begrotingsjaar 2026 beschikbaar; de rest hangt af van latere toewijzingen door het Congres. De aankondiging beschrijft een resultaatgebonden beloning; onder welke voorwaarden een geslaagde demonstratie daadwerkelijk recht op uitkering geeft, staat in de wedstrijdvoorwaarden van DE-FOA-0003657 zelf, en die tekst is voor dit artikel niet beoordeeld. Ten tweede financiert het DOE de keuring apart: een Quantum High-Performance Computing Validation and Verification Testbed van 45 miljoen dollar (14 miljoen in 2026), open voor de nationale laboratoria. De partij die uitbetaalt, betaalt dus ook een keuringsinfrastructuur; hoe onafhankelijk die keuring van de deelnemende bedrijven staat en of zij de definitie van een logische qubit vastlegt, moet eveneens uit de wedstrijdvoorwaarden blijken.


Wat het SCAC-rapport van september 2026 over de maat zegt: onafhankelijke, reproduceerbare benchmarks tegen de beste klassieke methode

De competitie leunt op het rapport van de Quantum Subcommittee van het Office of Science Advisory Committee (SCAC), onder voorzitterschap van Anna Grassellino van Fermilab, dat in september 2026 verscheen na een opdracht van onderminister Darío Gil van 1 april 2026. Het rapport zet 2028 als doeljaar voor de eerste wetenschappelijk relevante foutbestendige toepassingen en schetst daarna een gebruikersfaciliteit rond ongeveer 1.000 logische qubits. Belangrijker voor juristen en inkopers is de toon over meten. In de weergave van de stakeholderinterviews (gedrukte pagina 45) noteert het rapport dat verschillende partijen bepleitten dat inkoop- en faciliteitsbeslissingen "gedreven moeten worden door aangetoonde capaciteit en gebenchmarkte wetenschappelijke prestaties in plaats van alleen door roadmaps van leveranciers", en in de samenvatting van de schriftelijke inzendingen (pagina 49) dat benchmarkresultaten "onafhankelijk, reproduceerbaar en voortdurend vergeleken met de beste beschikbare klassieke algoritmen" moeten blijven (vertalingen van AIRecht). Als door geïnterviewden voorgestelde mijlpalen noemt het rapport onder meer logische foutkansen richting 10-7 tot 10-9, bewerkingen op meerdere logische qubits en magic-state-distillatie.

Daar zit de kern van het probleem dat elke quantuminkoper heeft. Een logische qubit is een prestatieclaim: het aantal hangt af van de foutcorrectiecode, de afstand van die code, de decoder en de aanname over het foutmodel, en niemand telt het af zoals processorkernen. Twee leveranciers kunnen met dezelfde honderd fysieke qubits tot heel verschillende aantallen logische qubits komen. Wie de definitie in de aanbestedingsstukken schrijft, verdeelt in feite het prijzengeld. Het DOE zoekt de oplossing in een apart gefinancierde keuring; hoe bindend de definitie daar wordt, bepaalt de uiteindelijke wedstrijdtekst. De Board of Longitude kreeg in 1714 dezelfde rol, en het conflict met Harrison laat zien hoeveel ruimte een keurende instantie houdt als de acceptatievoorwaarden niet volledig vooraf vastliggen.


Waarom dit in Europa via Richtlijn 2014/24/EU en de Aanbestedingswet 2012 loopt, en waar het schuurt

Een Europese aanbestedende dienst die een quantumcomputer wil kopen, werkt binnen Richtlijn 2014/24/EU en in Nederland binnen de Aanbestedingswet 2012. Het instrument dat het dichtst bij Genesis Q komt, is het innovatiepartnerschap van artikel 31 van de richtlijn (artikel 2.31a Aanbestedingswet). Dat staat alleen open als de behoefte niet met producten op de markt kan worden vervuld (artikel 31, eerste lid), verloopt in fasen met tussentijdse doelen, betaalt in passende termijnen, en de aanbestedende dienst mag partners alleen afstoten of het partnerschap beëindigen op voorwaarden die zij in de aanbestedingsstukken vooraf heeft aangekondigd (artikel 31, tweede lid). Artikel 42 van de richtlijn (artikel 2.75 en 2.76 Aanbestedingswet) staat toe technische specificaties als prestatie-eisen te formuleren, los van een productbeschrijving. Juridisch kan een Europese inkoper dus precies opschrijven wat het DOE opschreef: betaling bij een gedemonstreerd aantal logische qubits, gemeten volgens een vooraf vastgelegde en voor iedereen gelijke methode.

Het schuurt op drie plaatsen. Het gelijkheidsbeginsel van artikel 18 van de richtlijn eist dat de meetmethode vooraf bekend is en niet tijdens de rit wordt bijgesteld ten gunste van één technologie; wie de definitie van een logische qubit pas na de eerste demonstratie scherpstelt, loopt een reëel procesrisico bij de afgewezen deelnemers. Uit het transparantiebeginsel volgt dat de keuringsmethode, en in de praktijk ook de keurende partij, in de stukken thuishoort; dat wordt lastig als de meest deskundige keurmeesters (universitaire groepen, TNO, nationale laboratoria) tegelijk partner zijn van een van de aanbieders. En een prijzenpot die pas later door een parlement wordt gevuld, zoals bij Genesis Q, past niet vanzelf in de begrotingssystematiek van een Nederlandse aanbestedende dienst; de dekking van de beloning verdient daarom aandacht vóór gunning.


Wat de Quantum Europe Strategy van 2 juli 2025 belooft, en waarom de Quantum Act nog ontbreekt

De Europese Commissie presenteerde op 2 juli 2025 de Quantum Europe Strategy (COM(2025) 363), met als doel Europese leiderschap in quantumtechnologie in 2030, pilotlijnen onder de Chips Joint Undertaking, een netwerk van open testfaciliteiten en een Quantum Act die voor 2026 was aangekondigd. Die verordening is er in september 2026 nog niet, en juist daarin zou de Europese vertaling van het SCAC-inzicht moeten staan: een gemeenschappelijke, publieke benchmark waarmee de EuroHPC Joint Undertaking en nationale inkopers hun machines kunnen keuren. Zonder zo'n benchmark koopt elk land zijn eigen definitie, en vergelijkt niemand de Duitse, Franse, Tsjechische en Nederlandse aanschaf op dezelfde weegschaal.

De certificering van cryptografische modules, waarover AIRecht eerder schreef, laat zien hoe het wel kan: een publieke standaard, een geaccrediteerd laboratorium, een openbare lijst van gevalideerde producten. Voor het tellen van logische qubits kent geen van de hier gebruikte Amerikaanse of Europese bronnen een vergelijkbare publieke keten. Het testbed van 45 miljoen dollar is de Amerikaanse poging haar te bouwen, en wie haar bouwt, schrijft in de praktijk de norm waar Europese inkoopdocumenten straks naar zullen verwijzen.


Wat het Nationaal Groeifonds bij Quantum Delta NL al doet: 54, 228 en 333 miljoen euro in voorwaardelijke fasen

Nederland kent het mechanisme van betalen-op-voortgang al, in de vorm van een subsidie. Het kabinet kende met de Kamerbrief van 9 april 2021 maximaal 615 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds toe aan Quantum Delta NL: 54 miljoen euro toegekend (fase 1), 228 miljoen euro voorwaardelijk toegekend (fase 2) en 333 miljoen euro gereserveerd (fase 3). Zo staat het in de beschikking van 18 december 2025 waarmee de minister van Economische Zaken 272,8 miljoen euro voor fase 3 verleende, met als verplichtingen onder meer de projectdoelstellingen, fasering, mijlpalen en prestatie-indicatoren uit het projectplan. Bestuursrechtelijk is dat een subsidiebeschikking met verplichtingen onder titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het verschil met Genesis Q zit in de maat: de Groeifondsverplichtingen verwijzen naar programmadoelstellingen, mijlpalen en prestatie-indicatoren van een onderzoeksprogramma, en de gepubliceerde beschikking noemt zelf geen door een onafhankelijk laboratorium bevestigd aantal logische qubits als betalingsvoorwaarde.

Voor een Nederlandse aanbestedende dienst of subsidiegever, of het nu SURF, een universiteit, TNO of een ministerie is, vloeit daaruit een praktische aanbeveling, geen wettelijke verplichting. Waar publiek geld een quantummachine koopt of medefinanciert, verdient het aanbeveling drie elementen vast te leggen die de Longitude Act ook had: een meetbare prestatie-eis in logische termen, een vooraf vastgelegd keuringsprotocol met de beste klassieke methode als vergelijkingsmaat, en een keurende partij die niet aan de aanbiederskant staat. Ontbreekt één van de drie, dan koopt de overheid in feite een roadmap.


Vijf vragen die een Europese inkoper of subsidiegever nu in de stukken moet zetten

Eén. Welke foutcorrectiecode, codeafstand en decoder gelden bij het tellen van logische qubits, en staat die definitie in de aanbestedingsstukken of in de beschikking vóór de eerste demonstratie? Twee. Tegen welke klassieke referentie wordt het resultaat vergeleken, en wie kiest die referentie op de dag van de test? Drie. Wie keurt, met welk mandaat, en heeft die instelling een lopende overeenkomst met een aanbieder? Vier. Wat gebeurt er met de betaling als de aanbieder de mijlpaal gedeeltelijk haalt, en is dat geregeld als prestatiekorting of als afstoting uit het partnerschap onder artikel 31? Vijf. Wie bezit de meetdata en het keuringsrapport, en mag de aanbestedende dienst ze publiceren zodat andere Europese inkopers op dezelfde weegschaal kunnen wegen?

De civiele inzet hiervan is groter dan een inkoopdossier. Publiek geld uit Washington, Brussel en Den Haag betaalt voor machines waarvan de koper de prestaties zelf niet kan beoordelen. Een betalingsregel die aan een gecontroleerde telling hangt, beschermt belastingbetalers, eerlijke leveranciers en de geloofwaardigheid van een veld dat de afgelopen tien jaar vaak op roadmaps is verkocht. Een slecht gedefinieerde telling beloont wie de definitie beheerst. Harrison kreeg zijn geld pas na een parlementair ingrijpen, omdat de acceptatievoorwaarden na de proef nog betwist konden worden; wie in 2026 een quantummachine met publiek geld koopt, doet er goed aan die voorwaarden vóór de proef uit te schrijven, en de Quantum Act is de plaats waar Europa de gemeenschappelijke maat kan vastleggen.

Werkt u aan een overeenkomst waarin mijlpalen, acceptatietests of prestatie-eisen bepalen wanneer er betaald wordt? Laat de contracttekst even door onze contractscan lopen; die wijst de clausules aan waar de maat, de proef en de scheidsrechter nog niet vastliggen.

Bronnen: U.S. Department of Energy, Office of Science, DOE Launches Competition to Accelerate Development of World's First Fault-Tolerant Quantum Computer (17 september 2026, DE-FOA-0003657); SCAC Quantum Subcommittee, SCAC Quantum Committee Report (september 2026), en de opdrachtbrief van 1 april 2026; The Quantum Insider, DOE Launches $215 Million Quantum Genesis Q Competition (18 september 2026); Europese Commissie, Quantum Europe Strategy, COM(2025) 363 (2 juli 2025); Europees Parlement, Legislative Train: Quantum Act; Richtlijn 2014/24/EU, artikelen 18, 31 en 42; Nationaal Groeifonds, Quantum Delta NL; Minister van Economische Zaken / RVO, Besluit verlening subsidie Stichting Quantum Delta NL, Fase 3 (18 december 2025); Royal Museums Greenwich, Harrison's clocks and the Longitude problem. Bronnen geraadpleegd op 20 september 2026. Dit artikel is gepubliceerde analyse, geen juridisch advies.