Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Ongeveer 240.000 chauffeurs dagen Uber op 2 september 2026 voor de rechtbank Amsterdam: de collectieve actie test artikel 22 AVG als aansprakelijkheidsnorm voor algoritmisch management

In de zomer van 2020 verdween bij Uber in Nederland de vaste ritprijs uit het zicht van de chauffeur. Ervoor in de plaats kwam een bedrag per rit dat het systeem berekent op het moment van aanbieden, en een toewijzing die de chauffeur niet kan herleiden. Wie zes jaar later de dagstaten naast elkaar legt, ziet volgens de stichting die de zaak aanbrengt een gemiddeld uurloon dat in Nederland sinds 2022 met ruim zeven euro is gedaald en een jaarinkomen dat gemiddeld zo'n 7.500 euro lager ligt; Britse chauffeurs rekenen vanaf 2021 met ongeveer 5.300 pond per jaar. Dat zijn de cijfers van de eisende partij, en Uber zal ze in de procedure betwisten. De architectuur zelf staat vast: een model dat per rit beslist wat een mens verdient en wie de rit krijgt, en dat daarvoor grote hoeveelheden persoonsgegevens over gedrag en prestaties verwerkt. Op 2 september 2026 is die architectuur aan de rechtbank Amsterdam voorgelegd als een schending van artikel 22 AVG.

Nachtelijke gracht in een Nederlandse stad, gezien vanaf het dashboard van een stilstaande auto. Midden in beeld staat een telefoon in een brede matzwarte dashboardhouder met twee grijparmen en een zware voet; toestel en houder vullen bijna de volle beeldhoogte. Op het scherm ligt een donker kaartvlak met naamloze straatlijnen, daarover een enkele amberkleurige boog tussen twee oplichtende stippen en daaronder een onderbroken cirkelboog van amberkleurige segmenten die voor ongeveer tweederde is opgelicht. Links en rechts van de houder de natte voorruit met scherpe regendruppels, en daarachter grachtenpanden en straatlantaarns die oplossen in warme amberkleurige lichtvlekken weerspiegeld in donker water, tegen kobaltblauwe schemering. Geen cijfers, geen letters, geen pictogrammen, geen mensen en geen merken; het tafereel is samengesteld.


Wat Stichting WIE International op 2 september 2026 heeft gevorderd

Stichting Worker Info Exchange International, opgericht rond de Britse organisatie Worker Info Exchange van James Farrar, heeft de collectieve actie ingesteld voor ongeveer 240.000 chauffeurs uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Polen en Roemenië. In het dagvaardingsuittreksel in het centraal register voor collectieve vorderingen staan de groepsomschrijving, de grondslagen, de doorgiftedata en de gevorderde voorzieningen. De stichting stelt drie dingen. Ten eerste dat Ubers dynamische beloning en ritverdeling uitsluitend geautomatiseerde besluiten zijn, met profilering, die de chauffeur in aanmerkelijke mate treffen, en dat de waarborgen van artikel 22 AVG ontbreken. Ten tweede dat Uber historische gegevens van chauffeurs heeft gebruikt om het algoritme te trainen zonder daarvoor een rechtmatige grondslag te hebben. Ten derde dat persoonsgegevens van chauffeurs tussen augustus 2021 en november 2023 naar de Verenigde Staten zijn doorgegeven zonder de waarborgen die de AVG voor doorgifte eist. Gevorderd worden schadevergoeding voor gederfd inkomen en immateriële schade, beëindiging van de gewraakte werkwijze en maatregelen die herhaling voorkomen. De procedure wordt gefinancierd door een procesfinancier; de deelnemende chauffeurs dragen geen kosten tot een vergoeding is toegekend. Uber heeft de beschuldigingen op 2 september categorisch van de hand gewezen en bestrijdt onder meer dat het individuele acceptatiegedrag van een chauffeur wordt gebruikt om aanbiedingen te personaliseren. Het Europees Verbond van Vakverenigingen noemde de zaak de eerste collectieve actie van dit type.


Wat artikel 22 AVG precies verbiedt, en wat het gerechtshof Amsterdam op 4 april 2023 al besliste

Artikel 22 lid 1 AVG geeft de betrokkene het recht niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, gebaseerd besluit waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem anderszins in aanmerkelijke mate treft. Lid 2 kent uitzonderingen, onder meer als het besluit noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, en lid 3 eist in die gevallen passende maatregelen: ten minste het recht op menselijke tussenkomst, het recht om een standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten. Artikel 15 lid 1 sub h AVG geeft daarnaast recht op nuttige informatie over de onderliggende logica, het belang en de verwachte gevolgen van zulke besluitvorming. Het gerechtshof Amsterdam heeft die bepalingen op 4 april 2023 toegepast in drie zaken van chauffeurs tegen Uber en Ola. In ECLI:NL:GHAMS:2023:793 ging het over de deactivering van Uber-accounts, in ECLI:NL:GHAMS:2023:804 over Ola, en in ECLI:NL:GHAMS:2023:796 juist over de systemen die deze zaak opnieuw aan de orde stelt: batched matching, upfront pricing en de dynamische tarieven. Het hof oordeelde daar dat de opeenvolgende ritprijs- en toewijzingsbesluiten de chauffeur financieel in aanmerkelijke mate treffen, en beval Uber de informatieverzoeken van chauffeurs op grond van artikel 15 lid 1 sub h AVG toe te wijzen, op straffe van een dwangsom van 4.000 euro per dag. Die procedures waren individuele informatievorderingen: enkele chauffeurs die wilden weten hoe over hen werd beslist. De zaak van 2026 vraagt iets anders, namelijk een verbod op de werkwijze en schadevergoeding, namens iedereen die eronder valt.


Waarom de WAMCA de procesroute is, en wat dat voor de verweerder betekent

De collectieve actie loopt via artikel 3:305a BW en de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie, die sinds 2020 een schadevergoedingsvordering namens een groep mogelijk maakt door een stichting die aan ontvankelijkheidseisen voldoet. Wat op de dag van dagvaarden vaststaat, is de registratie in het centraal register voor collectieve vorderingen. De aanwijzing van een exclusieve belangenbehartiger en de opt-out voor Nederlandse en opt-in voor buitenlandse gedupeerden zijn latere processtappen, die de rechtbank pas neemt nadat zij de stichting ontvankelijk heeft geoordeeld. Voor de verweerder betekent dat dat een AVG-vraag die tot nu toe per individuele chauffeur werd uitgevochten, nu in één procedure over een systeem wordt beslist, met een schadeomvang die in de miljarden kan lopen als de vordering slaagt. Voor de praktijk betekent het dat de rechtmatigheid van een algoritmisch beloningssysteem voortaan een vraag is die een stichting namens honderdduizenden kan stellen, en dat de antwoorden die een organisatie vandaag aan één betrokkene geeft onder artikel 15 AVG, later het bewijs vormen in een collectieve zaak. De WAMCA opent voor algoritmisch management een collectieve procesroute; of artikel 22 AVG daarin ook als aansprakelijkheidsnorm standhoudt, moet de rechtbank nog beslissen. Ontvankelijkheid, toepasselijkheid van artikel 22, onrechtmatigheid, causaliteit en schadeomvang staan alle nog open.


De trainingsdata-grondslag verbindt de zaak met de bredere modeldiscussie

De tweede grondslag, het gebruik van historische chauffeursgegevens om het beloningsalgoritme te trainen, is de belangrijkste voor iedereen buiten de taxibranche. De vraag of persoonsgegevens die voor de uitvoering van een overeenkomst zijn verzameld, later mogen worden gebruikt om een model te trainen dat diezelfde betrokkenen bestuurt, is de vraag waar de beginselen van doelbinding en minimale gegevensverwerking en de grondslagen van artikel 6 AVG samenkomen. Op 1 september 2026 diende het Amerikaanse ministerie van Justitie bij de rechtbank voor het zuidelijk district van New York een statement of interest in aan de kant van fair use voor modeltraining, in de gevoegde procedure No. 25-md-3143 waarin de zaak van The New York Times tegen Microsoft en OpenAI is ondergebracht. Die procedure gaat over Amerikaans auteursrecht en biedt hier alleen een vergelijking, geen gedeelde rechtsgrond: in Europa loopt de vraag naar trainingsdata over identificeerbare personen via de gegevensbescherming, en de Amsterdamse zaak is daarvan de eerste collectieve toets. Dat de grondslag voor modeltraining ook buiten het arbeidsdomein een open vraag is, bleek eerder dit jaar al bij stemmen en portretten, waarover AIRecht schreef in Portretrecht voor de stem. Wie een model traint op gegevens van klanten, werknemers of contractanten, leest de uitkomst van de Amsterdamse zaak mee.


Wat dit betekent voor platforms, uitzenders, logistiek en elke werkgever met een score

Algoritmisch management reikt verder dan ritten. Roosters die een model maakt, tarieven die per opdracht worden berekend, prestatiescores die bepalen wie werk krijgt, en waarschuwingen die tot schorsing leiden, vallen in dezelfde categorie zodra zij uitsluitend geautomatiseerd tot stand komen en de betrokkene in aanmerkelijke mate treffen. De Platformrichtlijn (EU) 2024/2831, die uiterlijk op 2 december 2026 in nationaal recht moet zijn omgezet, voegt daar specifieke transparantie- en menselijk-toezichtplichten voor platformwerk aan toe. De AI-verordening (EU) 2024/1689 rekent AI-systemen voor werving, toewijzing van taken en evaluatie van werknemers tot bijlage III, met de kanttekening dat artikel 6 lid 3 een aanbieder toestaat te beoordelen dat zijn systeem geen aanmerkelijk risico vormt — behalve wanneer het systeem aan profilering van natuurlijke personen doet, want dan blijft de kwalificatie hoog risico onverkort gelden. Bij een model dat per chauffeur een tarief en een toewijzing berekent, is die uitzondering op de uitzondering het startpunt van de beoordeling. Hoe zwaar die hoog-risicokwalificatie in de praktijk weegt zodra een model daadwerkelijk installaties of processen aanstuurt, beschreef AIRecht bij de industriële AI-agents onder GB/Z 195-2026. En de vraag wanneer een menselijke bevestiging nog betekenis heeft, speelde deze zomer in het financieel toezicht, waar AIRecht de ESMA-briefing over door ChatGPT geplaatste orders besprak. De Amsterdamse zaak laat zien dat de AVG die regimes vandaag al verbindt: artikel 22 als verbod, artikel 15 als informatieplicht, de WAMCA als hefboom.


Drie documenten die een organisatie nu moet kunnen tonen

  1. Een besluitenkaart. Per geautomatiseerd besluit: wat het besluit is, wie het raakt, welke gegevens erin gaan, en op welke uitzondering van artikel 22 lid 2 AVG het steunt. Wie de kaart niet heeft, kan de vraag van artikel 15 lid 1 sub h niet beantwoorden.
  2. Een tussenkomstprotocol. Waar en door wie menselijke tussenkomst plaatsvindt, met de bevoegdheid om het besluit te wijzigen, zodat de tussenkomst betekenisvol is in de zin die de Europese toezichthouders daaraan geven.
  3. Een trainingsdata-register. Welke persoonsgegevens in welk model zijn gegaan, op welke grondslag, met welke doelbinding, en wanneer dat aan de betrokkenen is meegedeeld.

AIRecht ondersteunt dat werk met de instrumenten die op deze site staan: de briefs met vaste scope over de AI-verordening en de AVG bij geautomatiseerde besluitvorming, de compliance-monitor die de Platformrichtlijn en de AI-verordening bijhoudt, en de contractscan die verwerkersovereenkomsten en platformvoorwaarden leest op de bepalingen over geautomatiseerde besluiten, trainingsgebruik en doorgifte. De procedure in Amsterdam zal jaren duren. De drie documenten hierboven kosten een organisatie een paar weken.


Bronnen

  1. Computable, "Uber-chauffeurs dagen Uber voor rechter om algoritmes", 3 september 2026 (de collectieve actie, de zeven landen, de gestelde inkomensdaling)
  2. Worker Info Exchange, "Drivers in UK and Europe set to sue Uber for unfair pay set by algorithm", 20 november 2025 (de aangekondigde grondslagen: artikel 22 AVG, trainingsgebruik, doorgifte augustus 2021–november 2023; de procesfinanciering)
  3. MLex, "Uber faces GDPR lawsuit over AI pay algorithm for drivers in UK, Netherlands", september 2026
  4. The Guardian, "Uber drivers in Europe take legal action over AI pay algorithm", 2 september 2026 (de reactie van Uber, dat de beschuldigingen categorisch afwijst)
  5. Stichting WIE International tegen Uber B.V. en Uber Technologies Inc., dagvaardingsuittreksel in het centraal register voor collectieve vorderingen (rechtspraak.nl)
  6. Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikel 6, 15 lid 1 sub h, 22 en 80
  7. Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikel 6 lid 2 en 3 en bijlage III, punt 4 (werkgelegenheid en personeelsbeheer)
  8. Gerechtshof Amsterdam 4 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:796 (Uber; batched matching, upfront pricing en dynamische tarieven onder artikel 15 lid 1 sub h en artikel 22 AVG), met ECLI:NL:GHAMS:2023:793 (Uber; deactivering) en ECLI:NL:GHAMS:2023:804 (Ola); zie ook het nieuwsbericht van het gerechtshof Amsterdam van 4 april 2023
  9. United States Department of Justice, statement of interest, gevoegde procedure No. 25-md-3143 (waaronder The New York Times Company v. Microsoft Corporation and OpenAI), United States District Court for the Southern District of New York, ingediend 1 september 2026 (Amerikaans auteursrecht; hier alleen ter vergelijking)
  10. Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikel 305a (collectieve actie)
  11. Richtlijn (EU) 2024/2831 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk (omzetting uiterlijk 2 december 2026)

Publieke momentopname: 3 september 2026.