Innovation, Quantum-AI Technology & Law

Blog over Kunstmatige Intelligentie, Quantum, Deep Learning, Blockchain en Big Data Law

Blog over juridische, sociale, ethische en policy aspecten van Kunstmatige Intelligentie, Quantum Computing, Sensing & Communication, Augmented Reality en Robotica, Big Data Wetgeving en Machine Learning Regelgeving. Kennisartikelen inzake de EU AI Act, de Data Governance Act, cloud computing, algoritmes, privacy, virtual reality, blockchain, robotlaw, smart contracts, informatierecht, ICT contracten, online platforms, apps en tools. Europese regels, auteursrecht, chipsrecht, databankrechten en juridische diensten AI recht.

Geopolitical Risk to Critical Raw Materials in Quantum Computing: Stanford GTG White Paper by Lee, Grotto and Kop

The quantum race is usually told in qubit counts and error rates. A 2025 Stanford GTG white paper by Min-Ha Lee, Andrew J. Grotto, and Mauritz Kop tells it as a story about minerals: the critical raw materials that every major quantum-computing hardware modality requires, and the short list of countries that control them.

Which materials every qubit technology needs

Strontium and ytterbium for neutral atoms, niobium for superconducting circuits, indium for bump-bonds, tantalum for oscillators, and helium-3 for the dilution refrigerators that cool it all to millikelvin temperatures. Every qubit modality carries its own mineral bill, and many inputs have supplier geographies measured in a handful of countries. About 90 percent of niobium is mined in Brazil alone, and China dominates both the mining and the processing of the rare-earth elements that quantum lasers, magnets, and optics consume. Add isotopically enriched silicon-28 and specialty photonics, and the bill of materials reads like a stress test of globalization.

How the authors score the choke points

The paper's contribution is a sector-specific risk methodology: score each material on supply-chain vulnerability, exploitability, and strategic impact, instead of relying on cross-sectoral national lists that blur what quantum computing needs. The exercise confirms the rare earths as critical and elevates a sleeper, high-purity molybdenum, which the report identifies as an under-examined enabler in the device and substrate supply chain. It is the same strategic terrain mapped in An LSI Test for Securing the Quantum Industrial Commons, now extended to the mineral layer.

Why China's 2024 and 2025 export controls make this urgent

The risk is already active. Building on its 2023 gallium and germanium controls and its 2024 antimony controls, Beijing tightened export controls in December 2024 and extended them in 2025 to bismuth, indium, molybdenum, tellurium, tungsten, and heavy rare earths, and prices for several of them spiked. The authors' warning cuts both ways: concentrated supply invites coercion, and unilateral controls invite self-sufficiency drives that fracture the very supply chains they aim to protect. Multilateral coordination, stockpiling, recycling, and diversified sourcing work best before an industry scales, and quantum is still, briefly, at that stage.

The full post walks through the methodology, the materials inventory, the 2024 and 2025 control wave, the follow-on Quantum Criticality Index research agenda, and why supply-chain concentration is becoming a standard due-diligence question for technology counsel.

Meer lezen
Wat je AI-leverancier met je prompts, data en output mag in 2026: training, geheimhouding en eigendom in het SaaS-contract

Een adviesbureau neemt een AI-assistent af als SaaS-dienst en de medewerkers plakken dagelijks klantstukken in het promptvenster. Drie maanden later vraagt een klant of zijn contract in het trainingsmateriaal van het model zit, en van wie de samenvatting is die hij kreeg. Het antwoord staat in drie clausules die in veel SaaS-contracten ontbreken of alleen in de versie van de leverancier staan. Dit artikel loopt ze langs, met de wettelijke laag eronder: artikel 28 AVG, artikel 1 Wet bescherming bedrijfsgeheimen en artikel 53 AI-verordening.

Wat de wet al regelt en waar zij ophoudt: AVG, Wet bescherming bedrijfsgeheimen en artikel 53 AI-verordening

Voor de persoonsgegevens die je invoert is de leverancier in de gebruikelijke SaaS-opzet verwerker, en eist artikel 28 AVG een verwerkersovereenkomst met verwerking uitsluitend op jouw instructies; traint de leverancier op diezelfde prompts voor een eigen doel, dan is hij daarvoor zelf verantwoordelijke met een eigen grondslag, en jouw contractuele instemming is geen toestemming van de betrokkenen. Voor stukken zonder persoonsgegevens telt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen: informatie is pas een bedrijfsgeheim als de houder redelijke maatregelen heeft genomen om haar geheim te houden, en een contract dat hergebruik toestaat ondergraaft dat. Sinds 2 augustus 2025 verplicht artikel 53 AI-verordening aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden tot een openbare samenvatting van hun trainingscontent volgens het sjabloon van 24 juli 2025, voor oudere modellen uiterlijk op 2 augustus 2027; die samenvatting beschrijft het model in het algemeen en geeft geen uitsluitsel over wat er met jouw prompts gebeurt.

Drie clausules: training en hergebruik, geheimhouding, en van wie de uitvoer is

De eerste clausule verbiedt training en hergebruik van jouw invoer en uitvoer zonder aparte schriftelijke toestemming, definieert wat "geanonimiseerd" betekent, noemt de subverwerkers en legt de bewaartermijn van prompts vast. De tweede rekt het geheimhoudingsbeding op tot invoer, uitvoer en metadata, ongeacht markering, regelt verwijdering en logging, en beperkt inzage door personeel van de leverancier. De derde regelt de eigendom van AI-output contractueel, omdat de menselijke creatieve inbreng bij een korte instructie vaak te klein is voor auteursrecht, en koppelt daar een vrijwaring aan en de bevestiging hoe de aanbieder synthetische uitvoer machineleesbaar markeert volgens artikel 50, tweede lid, AI-verordening, van toepassing sinds 2 augustus 2026 met een overgangstermijn tot 2 december 2026 voor oudere systemen. Het artikel eindigt met vijf vragen voor deze week en de contractscan van AIRecht, die het contract per clausule groen, oranje of rood kleurt en een tegenvoorstel meegeeft.

Meer lezen
Nieuwe productaansprakelijkheid voor software: wat richtlijn (EU) 2024/2853 richting 9 december 2026 doet met exoneratie, bewijslast en AI-dekking

Op 9 december 2026 verstrijkt de termijn waarbinnen de lidstaten richtlijn (EU) 2024/2853 moeten hebben omgezet; de richtlijn ziet op producten die daarna in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Zij noemt software uitdrukkelijk een product, en AI-systemen en hun updates vallen daaronder. Softwareschade viel ook eerder niet buiten het aansprakelijkheidsrecht, maar de discussie over het productbegrip is daarmee beslecht.

Wat de richtlijn wel en niet dekt

De reikwijdte is nauwer dan veel commentaar suggereert. Artikel 6 beperkt de vergoedbare schade tot overlijden, lichamelijk letsel en medisch erkende psychische schade, tot schade aan zaken die niet uitsluitend beroepsmatig worden gebruikt, en tot vernietiging of beschadiging van gegevens die niet beroepsmatig worden gebruikt. Een zaak met gemengd gebruik valt er dus wel onder, gegevens die mede beroepsmatig worden gebruikt niet. Schade aan het gebrekkige product zelf valt erbuiten, en artikel 6, eerste lid, onder b, sluit ook schade aan een samengesteld product uit wanneer het gebrekkige onderdeel daarin is geïntegreerd of daarmee is verbonden door de producent van dat samengestelde product, of onder diens zeggenschap. Zuivere vermogensschade van een onderneming loopt via het contract of het commune aansprakelijkheidsrecht. Richting een benadeelde natuurlijke persoon is de aansprakelijkheid dwingend; richting de zakelijke afnemer bepaalt de aansprakelijkheidscap wat er via vrijwaring en regres nog te halen valt.

Bewijs, verweren en de verzekeringskant

Artikel 9 laat de rechter bevelen dat de gedaagde relevant bewijs overlegt, begrensd door noodzakelijkheid en evenredigheid en met bescherming van vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen. Artikel 10 verbindt aan het uitblijven daarvan een weerlegbaar vermoeden van gebrekkigheid. Artikel 11, tweede lid, snijdt het verweer af dat het gebrek nog niet bestond bij het in de handel brengen wanneer de gebrekkigheid voortkomt uit een update, een gerelateerde dienst, een uitgebleven veiligheidsupdate of een substantiële wijziging binnen de zeggenschap van de producent; het ontwikkelingsrisicoverweer blijft daarnaast bestaan. Intussen meldt een analyse van het Center for Strategic and International Studies van 4 september 2026 dat Amerikaanse staatstoezichthouders meer dan tachtig procent van de door verzekeraars ingediende verzoeken hebben goedgekeurd om AI-gerelateerde schade uit te sluiten: een aandeel van de verzoeken, niet van alle polissen, en een Amerikaans gegeven.

Wat dit betekent voor uw contract

Artikel 6:192 lid 1 BW bepaalt dat productaansprakelijkheid niet contractueel kan worden uitgesloten of beperkt, en de richtlijn houdt dat verbod in stand. Zodra software onmiskenbaar binnen afdeling 6.3.3 van Boek 6 BW valt, werkt de gebruikelijke beperking tot twaalf maanden vergoeding niet meer tegenover een benadeelde natuurlijke persoon. Voor de zakelijke kant blijven het drie losse vragen: wat de cap beperkt, wat vrijwaring en regres opleveren, en wat een polis feitelijk dekt. Het artikel behandelt die punten en sluit af met zes vragen voor uw leverancier en uw makelaar vóór 9 december 2026.

Meer lezen
Eén incident, twee meldplichten: hoe de Cyberbeveiligingswet (24 uur) en de AVG (72 uur) sinds 15 augustus 2026 naast elkaar gelden bij een datalek

Sinds 15 augustus 2026 kunnen bij een cyberincident met persoonsgegevens twee wettelijke klokken naast elkaar lopen, elk vanaf de eigen kennisname. De Cyberbeveiligingswet vraagt van essentiële en belangrijke entiteiten binnen 24 uur een vroegtijdige waarschuwing aan het CSIRT en de bevoegde autoriteit, binnen 72 uur een melding en binnen een maand een eindverslag. De Algemene verordening gegevensbescherming vraagt van dezelfde organisatie, als verwerkingsverantwoordelijke, binnen 72 uur een melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens en, bij een hoog risico, een mededeling aan de betrokkenen. Geen van beide wetten laat de andere wijken. Dit artikel legt de twee regimes naast elkaar, met de artikelen erbij.

Waarom de twee drempels niet samenvallen: het significante incident en de inbreuk in verband met persoonsgegevens

Artikel 25 Cyberbeveiligingswet noemt een incident significant als het de dienstverlening ernstig verstoort, financiële verliezen veroorzaakt of andere entiteiten aanzienlijke schade toebrengt. Persoonsgegevens staan niet in die definitie. Artikel 4, onderdeel 12, en artikel 33 AVG kijken juist alleen naar persoonsgegevens en naar het risico voor de mensen om wie het gaat. Een storing zonder datalek raakt alleen de Cyberbeveiligingswet; een gestolen laptop met een klantenbestand alleen de AVG; ransomware in een patiëntendossier kan onder allebei vallen zodra de zorg wordt verstoord en een risico voor betrokkenen waarschijnlijk is. De Cyberbeveiligingswet en de AVG beoordelen hetzelfde incident dus langs twee verschillende vragen, en elk antwoord heeft een eigen loket en een eigen toezichthouder.

Twee loketten en twee toezichthouders, en artikel 58 Cyberbeveiligingswet dat ze aan elkaar koppelt

De Cyberbeveiligingswet-melding gaat via het meldpunt van het NCSC naar het CSIRT en de sectorale bevoegde autoriteit; de AVG-melding gaat naar de Autoriteit Persoonsgegevens. Artikel 58 Cyberbeveiligingswet verbindt de twee: de bevoegde autoriteit werkt samen met de AP, stelt haar onverwijld in kennis als een overtreding van de zorg- of meldplicht een meldplichtig datalek kan inhouden, en legt voor die overtreding geen tweede boete op als de AP dezelfde gedraging al onder de AVG heeft beboet. Het artikel loopt ook de rol van leveranciers langs, met artikel 33 lid 2 AVG voor de verwerker en artikel 10 Cyberbeveiligingsbesluit voor de toeleveringsketen, en eindigt met het incidentprotocol dat beide beslisbomen op één A4 zet. Eén incidentprotocol met twee beslisbomen is wat een organisatie deze maand kan vastleggen, samen met de meldafspraken in haar leverancierscontracten.

Meer lezen
Quantum Superposition, Entanglement, and Tunneling Explained for Law and Policy

Every debate about quantum law eventually runs into three words of physics: superposition, entanglement, and tunneling. Together they explain why quantum computing will break today's public-key encryption, why properly implemented quantum communication can reveal interception through its error statistics, and why quantum sensors raise privacy questions long before large quantum computers exist. This explainer unpacks all three for a legal and policy audience, accurately and without the folklore.

Which recent experiments turned quantum theory into engineering fact

The physics is a century old, and the decisive experiments are recent. A 16-microgram sapphire crystal has been placed in a superposition of two vibration states at once, the heaviest "Schrödinger cat" prepared to date. Loophole-free Bell tests in 2015 observed correlations between entangled particles that no local hidden-variable model can reproduce, work crowned by the 2022 Nobel Prize in Physics. And in 2020, physicists first clocked how long ultracold atoms spend inside a barrier while tunneling through it: about 0.6 milliseconds, for a passage classical physics forbids outright. Quantum mechanics is now an engineering substrate, and the engineering keeps pushing the quantum-classical boundary outward year by year.

What each phenomenon means for encryption, networks, and sensing law

Each phenomenon carries its own governance consequence. Superposition, interference, and phase estimation together make Shor's algorithm work, and with it the harvest-now-decrypt-later threat: encrypted data copied today can be unlocked by a future quantum machine, which is why cryptographic migration deadlines exist now. Entanglement is the resource behind quantum networks and entanglement-based key distribution, and a future quantum internet whose infrastructure crosses borders will raise jurisdiction and interception questions. Tunneling sits inside the hardware itself, from flash memory to the Josephson junctions of superconducting processors, and inside a generation of quantum sensors with real dual-use potential. The stakes of getting this wrong were spelled out bluntly in Foreign Policy's warning about quantum computing.

Why lawmakers still have lead time on quantum technology

The essay's core claim is simple: these phenomena are the policy argument. Where AI governance had to be retrofitted onto deployed systems, quantum technology still offers lawmakers lead time. The full analysis walks through each phenomenon with the recent experimental evidence in hand, then lands the legal consequence: superposition sets the cryptographic migration clock, entanglement sets the network and jurisdiction agenda, and tunneling sets the hardware and sensing agenda. Read on to see how policymakers can use that lead time on cryptographic migration, network governance, hardware controls, and sensing risks.

Meer lezen
Ongeveer 240.000 chauffeurs dagen Uber op 2 september 2026 voor de rechtbank Amsterdam: de collectieve actie test artikel 22 AVG als aansprakelijkheidsnorm voor algoritmisch management

Op 2 september 2026 heeft Stichting Worker Info Exchange International bij de rechtbank Amsterdam een collectieve actie ingesteld tegen Uber namens ongeveer 240.000 chauffeurs uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Polen en Roemenië. De vordering gaat over de manier waarop Uber sinds 2020 het vaste beloningsmodel heeft vervangen door dynamische systemen die per rit de vergoeding en de toewijzing bepalen, en niet over de arbeidsrechtelijke status van de chauffeur. De stichting stelt dat die systemen uitsluitend geautomatiseerde besluiten zijn met aanmerkelijke gevolgen voor de chauffeur, in strijd met artikel 22 AVG, dat Uber historische chauffeursdata heeft gebruikt om het algoritme te trainen, en dat persoonsgegevens tussen augustus 2021 en november 2023 zonder de vereiste waarborgen buiten de Europese Unie zijn verwerkt. Gevorderd worden schadevergoeding voor gederfd inkomen en immateriële schade, beëindiging van de gewraakte werkwijze en maatregelen die herhaling voorkomen.

Waarom de vordering op artikel 22 AVG steunt en niet op het arbeidsrecht

Artikel 22 AVG geeft iedere betrokkene het recht niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit dat rechtsgevolgen heeft of hem anderszins in aanmerkelijke mate treft, behoudens de uitzonderingen van lid 2 en met de waarborgen van lid 3: menselijke tussenkomst, het recht een standpunt kenbaar te maken en het recht het besluit aan te vechten. Artikel 15 lid 1 sub h AVG geeft daarnaast recht op nuttige informatie over de onderliggende logica van zulke besluitvorming. Het gerechtshof Amsterdam paste die bepalingen op 4 april 2023 al toe in drie zaken tegen Uber en Ola, waaronder ECLI:NL:GHAMS:2023:796 over batched matching, upfront pricing en de dynamische tarieven; het hof oordeelde daar dat opeenvolgende ritprijs- en toewijzingsbesluiten de chauffeur financieel in aanmerkelijke mate treffen. Die procedures waren individuele informatievorderingen; de zaak van 2026 vraagt een verbod en schadevergoeding namens de hele groep.

De WAMCA als procesroute, en de trainingsdata als tweede grondslag

Het artikel legt uit hoe de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie en artikel 3:305a BW de procesroute vormen, met een exclusieve belangenbehartiger, een opt-out voor Nederlandse en een opt-in voor buitenlandse gedupeerden. Het beschrijft waarom de tweede grondslag — het trainen van het beloningsalgoritme op historische chauffeursgegevens — de zaak verbindt met de bredere vraag naar de rechtmatigheid van modeltraining op persoonsgegevens, waar doelbinding, minimale gegevensverwerking en de grondslagen van artikel 6 AVG samenkomen.

Wat de zaak betekent voor iedere organisatie die met algoritmes stuurt

Roosters die een model maakt, tarieven die per opdracht worden berekend, prestatiescores die bepalen wie werk krijgt en waarschuwingen die tot schorsing leiden, vallen in dezelfde categorie zodra zij uitsluitend geautomatiseerd tot stand komen. De Platformrichtlijn (EU) 2024/2831 moet uiterlijk op 2 december 2026 zijn omgezet en voegt transparantie- en toezichtplichten voor platformwerk toe; de AI-verordening rekent systemen voor werving, taaktoewijzing en evaluatie van werknemers tot bijlage III, waarbij profilering van natuurlijke personen de hoog-risicokwalificatie hoe dan ook in stand laat. Algoritmisch management krijgt met de WAMCA een collectieve procesroute, en de rechtbank moet nog beslissen of artikel 22 AVG als aansprakelijkheidsnorm standhoudt. Het stuk sluit af met de drie documenten die een organisatie nu moet kunnen tonen: een besluitenkaart, een tussenkomstprotocol en een trainingsdata-register.

Meer lezen
CBP opende op 2 september 2026 een consultatie over herkomstgegevens bij invoer (91 FR 56408); de CRA-meldplicht start 11 september 2026

Op 2 september 2026 opende U.S. Customs and Border Protection een consultatie over invoergegevens: welke herkomst-, keten- en productiegegevens een invoerder in de toekomst zou moeten aanleveren. Het stuk staat op 91 FR 56408, draagt docket USCBP-2026-1058 en RIN 1685-AA47, ziet op 19 CFR 141, 142, 143 en 163, en staat open voor reacties tot 1 december 2026. Het is een advance notice of proposed rulemaking: het schrijft nog niets voor, het vraagt. Negen dagen later, op 11 september 2026, begint in de Europese Unie de meldplicht van artikel 14 van de Cyber Resilience Act. Het Amerikaanse stuk is nog een consultatie; de Europese meldplicht is geldend recht. De gevraagde gegevens overlappen aanzienlijk zonder ooit hetzelfde formulier te worden.

Wat CBP ter consultatie legt

De uitvraag omvat buitenlandse fiscale nummers en mondiale bedrijfsidentificatoren, gedetailleerde gegevens over de toeleveringsketen en de productiemethode, technische traceeroplossingen, en de documentatie die de buitenlandse exporteur bij zijn eigen douane moest indienen vóór verzending. Dat laatste punt is voor Nederlandse leveranciers het scherpst. Een aangifte ten uitvoer bij de Nederlandse Douane wordt gedaan onder het Douanewetboek van de Unie, waarvan artikel 12 de douaneautoriteiten tot geheimhouding verplicht. Die plicht rust op de autoriteit en niet op het document: gaat hetzelfde stuk via de leverancier mee naar een Amerikaanse invoerprocedure, dan beheerst Amerikaans recht wat ermee gebeurt, terwijl de gevraagde productiegegevens precies het materiaal zijn dat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen beoogt af te schermen.

Verwante gegevens, vier verschillende regimes

De Cyber Resilience Act verlangt vanaf 11 september 2026 een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur, een volledige melding binnen 72 uur en een eindverslag binnen veertien dagen na een corrigerende maatregel, via één meldplatform naar het aangewezen CSIRT en ENISA. Die melding vraagt zelf geen componentenlijst; de verplichting om componenten vast te leggen in een machineleesbare software bill of materials volgt pas op 11 december 2027. Daarnaast vraagt de Cyberbeveiligingswet sinds 15 augustus 2026 om beheersing van leveranciers- en ketenrisico's bij essentiële en belangrijke entiteiten, zonder een format voor te schrijven, en verlangt de AI-verordening in bijlage IV en artikel 53 een beschrijving van componenten en instrumenten van derden.

Wat dit betekent voor leverings- en inkoopcontracten

Eén consultatie en drie geldende regimes vragen, met verschillende geadresseerden en formats, naar gegevens over hetzelfde onderwerp; een opgave onder het ene regime kwijt niemand van het andere. De administratieve last landt onevenredig bij kleine toeleveranciers, die de vragen doorgegeven krijgen door afnemers die hun eigen plicht moeten aantonen. De publieke inzet zit aan de andere kant: ziekenhuizen, waterschappen en netbeheerders moeten na een incident kunnen achterhalen welk onderdeel het betrof en wie het leverde. Het artikel zet de zes verplichtingen met hun data en geadresseerden naast elkaar in één tabel, en benoemt de drie bepalingen die in leveringscontracten het vaakst ontbreken en die u kunt nalopen: wie herkomstgegevens mag doorgeven, wie de kosten van de opgave draagt, en binnen welke termijn een leverancier de componentvraag moet kunnen beantwoorden.

Meer lezen
Prof. Mauritz Kop Analyzes the Quantum Race on The Prode: Q-Day Timelines, Europe's Road to 2035, and Layered Quantum Governance

The Prode released its interview with Prof. Mauritz Kop on August 31, 2026: a thirty-five-minute conversation with host Ritwij Raj on the emerging quantum race and its implications for defense and national security. Kop compares the quantum-safe programs of the United States, the United Kingdom, and the European Union, and sets out the layered governance approach he has developed since his early work on quantum ethics. The full video is embedded in the article.

One deadline, twenty-seven starting points

Kop declines to rank classified networks and compares what is public. America's strength is its standards machinery; Britain published a clear 2028-2031-2035 sequence; the EU has a coordinated roadmap plus sectoral regulatory tools in finance and cybersecurity that can move whole industries at once. The hard part of European post-quantum migration is coordination: twenty-seven member states, different starting points, 2035 as the shared target horizon.

PQC first, QKD where it earns its place

China's Beijing-Shanghai backbone and Micius satellite are strategically real, and quantum key distribution still solves a narrower problem than the public-key systems Shor's algorithm threatens. Kop's ordering: standardized post-quantum cryptography as the broad foundation, QKD for the links where its cost and limitations make sense, combined with hardware-based entropic random number generation.

A layered framework instead of one grand quantum law

Governance begins with values and translates them through the Quantum-ELSPI framework Kop developed with Luciano Floridi — the framework he taught to TUM students the week before this interview. Standards encode requirements, procurement demands independent validation, quantum impact assessments surface dual-use and data risks before deployment, and existing law does much of the remaining work. The principles stay horizontal; the intervention fits the sector.

The boardroom instrument: Mosca's theorem

Add the years your information must stay secret to the years your migration takes, and compare the sum with the uncertain arrival of a capable machine. For European organizations that means a cryptographic inventory now — vulnerable public-key components, data whose sensitivity outlives the decade, systems hardest to replace — then crypto-agility, so the organization can change algorithms again without rebuilding its systems.

Meer lezen
Mauritz Kop
GB/Z 195-2026 beschrijft AI-agents die fabrieksinstallaties aansturen; de EU-Machineverordening geldt vanaf 20 januari 2027, de AI-eisen voor machines vanaf 2 augustus 2028

De Chinese normalisatieautoriteit registreerde op 30 juli 2026 GB/Z 195-2026, een van drie richtinggevende technische documenten voor industriële AI. Het is een referentiearchitectuur voor industriële agents met acht functionele modules — waarneming, geheugen, redeneren, plannen, beslissen, uitvoeren, communiceren en evolueren — en met tweerichtingsinteractie naar zowel de informatiesystemen als de fysieke installatie. Op 28 augustus 2026 gaf Sina Finance een bericht door van Supcon, een leverancier van procesbesturing die aan het opstellen meewerkte en rond de tweehonderd draaiende installaties noemt bij onder meer Sinopec, PetroChina en Wanhua Chemical. De westerse tegenhanger, Anthropics Model Hardware Standard, ging deze zomer als besloten onderzoekspreview naar geselecteerde organisaties.

Waarom de uitvoermodule het regime bepaalt

Een agent die alleen leest en adviseert, blijft in Europa doorgaans softwaredienstverlening. Zodra een module een klep opent, een dosering wijzigt of een beweging start, komt de vraag op tafel of zij een veiligheidscomponent is in de zin van artikel 3 van de machineverordening. Dat is geen automatisme — beoogd doel, inbouw en zelfstandige marktintroductie tellen mee — maar valt zij eronder, dan geldt het regime van conformiteitsbeoordeling van machines: technisch dossier, CE-markering, en voor Bijlage I, deel A, een aangemelde instantie in plaats van interne fabricagecontrole. De module die in GB/Z 195-2026 evolueren heet, maakt dat scherper, want zij gaat uit van gedrag dat na oplevering verandert — precies het gegeven waarop het Europese recht zowel de conformiteit als het ontstaansmoment van een gebrek laat draaien.

De Europese data staan vast, de norm niet

De nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn (EU) 2024/2853 moet uiterlijk 9 december 2026 zijn omgezet en geldt voor producten die daarna in de handel komen; zij brengt software en AI-systemen uitdrukkelijk onder het begrip product, laat de bewijslast bij de eiser en verbindt aan het negeren van een rechterlijk openbaarmakingsbevel een weerlegbaar vermoeden. Conformiteitsbeoordeling en CE-markering bestaan al onder Machinerichtlijn 2006/42/EG; die richtlijn wordt ingetrokken met ingang van 14 januari 2027 en de machineverordening (EU) 2023/1230 geldt vanaf 20 januari 2027, met veiligheidscomponenten met zelfontwikkelend gedrag in Bijlage I, deel A. Voor de AI-eisen geldt sinds verordening (EU) 2026/1744 van 24 juli 2026 een latere datum, 2 augustus 2028, en een andere route: de machineverordening is naar deel B verplaatst, zodat de materiële AI-waarborgen via gedelegeerde handelingen in het sectorale productrecht moeten landen. De geharmoniseerde normen onder normalisatieverzoek M/593 en wijzigingsverzoek M/613 worden voor het vierde kwartaal van 2026 aangekondigd en waren op 30 augustus 2026 nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.

Wat dit betekent voor een Nederlandse machinebouwer of inkoper

Bij stoomtoestellen kende Nederland vergunning, beproeving en jaarlijkse visitatie vanaf het Koninklijk Besluit van 6 mei 1824, ruim voordat de Stoomwet van 1869 het onderwerp een eigen wet gaf: de keuring liep voor op de wet. Hier ontbreekt juist de meetlat waaraan gekeurd zou worden. De openbaarmaking van agentbeslissingen die een rechter kan bevelen, kan alleen worden nagekomen door partijen die hun logging vooraf hebben ingericht. Wie procesbesturing inkoopt, doet er verstandig aan nu vast te leggen welke functies de fysieke installatie raken, wanneer het gedrag na oplevering verandert, welke bedieningslimieten en noodstops uit de leverancierspecificatie komen in plaats van uit de eigen risicobeoordeling, en naar welke architectuur de documentatie van de geleverde installatie verwijst. Dat laatste is de stille route waarlangs een buitenlandse leidraad in een Nederlands technisch dossier belandt.

Meer lezen
Harvard–Smithsonian's NASA Astrophysics Data System Indexes the Quantum Nexus Article by Mauritz Kop

Which record Harvard–Smithsonian created for the Nexus Article, and what a bibcode changes

The NASA Astrophysics Data System, run by the Center for Astrophysics | Harvard & Smithsonian under a NASA grant, now holds a permanent record for the book-length article The Nexus of Quantum Technology, Intellectual Property, and National Security: Deterrence by Denial for Democratic Resilience: An LSI Test for Securing the Quantum Industrial Commons, written by Mauritz Kop (Founder of the Stanford Center for Responsible Quantum Technology). The article examines how democratic nations can protect critical quantum infrastructure through a middle path between total closure and open laissez-faire. The record carries the bibcode 2026arXiv260215051K, reproduces the full abstract, names Kop as sole author, dates the work to February 2026, and files the Article under Physics and Society, History and Philosophy of Physics, and Quantum Physics. The document type is recorded as an eprint, the accurate description of a work posted as a preprint on 11 February 2026.

Why a physics catalogue matters for an Article about export controls, and what Kop advises the Pentagon on

Quantum governance scholarship is written by legal and policy scholars and read by physicists, engineers and procurement officers, who search from the other side of the divide. The LSI test — least-trade-restrictive, security-sufficient, innovation-preserving — was built to be applied by the people who draft export-control lists and standards documents, and the Article's claim that the United States and its allies should pursue security-sufficient openness now surfaces in the same results as the technical literature on the capabilities it governs. The index already held nine other works by the same author, among them Nature Physics, Science, Quantum Science and Technology, EPJ Quantum Technology and Physics World. Since August 2026 Kop has served as Quantum Strategy Advisor to the Pentagon, the Office of the Secretary of Defense for Policy, invited to advise on Quantum First across dual-use technology, industrial policy, national and economic security, governance and grand strategy. The role is advisory, carries no employment relationship, and implies no institutional endorsement. The paradigms it carries forward are the Stanford RQT ones: the Ten Principles, the War on the Rocks migration discipline, and the LSI test itself.

Meer lezen
Scalable Capital laat ChatGPT orders plaatsen. Wat de ESMA-briefing van 26 februari 2026 zegt over de bevestigingsknop en MiFID II.

Scalable Capital kondigde op 25 augustus 2026 in München aan dat het als eerste bank in Europa zijn platform openstelt voor ChatGPT, Claude en Grok. Klanten van de neobroker — ruim een miljoen, met meer dan zestig miljard euro aan belegd vermogen — koppelen hun rekening via het Model Context Protocol aan een assistent, die vervolgens kan handelen, spaarplannen instellen, watchlists beheren en koersalerts zetten. De bank leunt in haar voorwaarden op één ontwerpkeuze: elke transactie vereist een expliciete bevestiging van de klant, en de externe AI-applicaties opereren volgens die voorwaarden buiten haar controle.

ESMA beoordeelde de bevestigingsknop al in februari

Zes maanden eerder publiceerde ESMA een supervisory briefing over algoritmische handel onder MiFID II, referentie ESMA74-1505669079-10311, gedateerd 26 februari 2026. Punt 13 van dat document gaat rechtstreeks over het argument dat menselijke tussenkomst de kwalificatie wegneemt. Veel ondernemingen bouwen zo'n tussenkomst in en stellen daarom dat zij geen algoritmische handel bedrijven; die tussenkomst, schrijft de toezichthouder, doet niets af aan het feit dat een computeralgoritme individuele parameters van de order heeft bepaald. Alleen wanneer de mens alle handelsparameters zelf vaststelt, valt het systeem buiten de definitie van artikel 4, lid 1, onder 39, van MiFID II. De vraag verschuift daarmee van de bevestiging naar de prompt ervoor: wie rekent de limietprijs uit, en wie bepaalt de omvang van de inleg?

Ketens, uitlegbaarheid en de jaarlijkse zelfevaluatie

De briefing behandelt in de punten 33 tot en met 37 de vraag hoe de verantwoordelijkheid wordt verdeeld wanneer algoritmen door derden worden geleverd of bediend, met een uitdrukkelijke passage over aanbieders uit derde landen die in de Unie geen vergunning als beleggingsonderneming hebben. Voor de organisatorische kant wijst ESMA in punt 48 twee bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/589 aan: artikel 9 over de jaarlijkse zelfevaluatie met een validatierapport, en artikel 2 over de kennis van compliancemedewerkers, waaruit de toezichthouder afleidt dat de algoritmen uitlegbaar moeten zijn en dat de onderneming zelf moet kunnen uitleggen hoe AI de besluitvorming beïnvloedt.

Wat het artikel uitwerkt

Het stuk zet de tijdlijn en de bepalingen naast elkaar en behandelt vier vragen die daaruit volgen. Waar loopt de grens tussen een prompt waarin de klant alle parameters aanlevert en een prompt waarin het model er een berekent? Hoe verhoudt de organisatorische verantwoordelijkheid in de lidstaat van herkomst zich tot het gedragstoezicht in de lidstaat van ontvangst, nu Scalable Capital Bank GmbH een Duitse bank is die Nederlandse klanten via het Europese paspoort bedient? Waarom komt de AI-verordening hier binnen via de transparantiebepaling van artikel 50 en niet via de hoogrisicolijst, en wat betekent dat voor artikel 74, lid 6? En welke dossier-, order- en controleplichten gelden er feitelijk in beide kwalificaties, zodat zichtbaar wordt wat een belegger na een verlies daadwerkelijk in handen heeft. Het artikel sluit af met vijf concrete vragen aan de eigen orderketen, elk opgehangen aan een genummerd punt van de briefing.

Meer lezen